Examentraining 2A nr 07

Wat is het doel van het houden van
een intake-gesprek?
A
Zo weet de leerling daarna hoeveel rijlessen hij nodig heeft.
B
Zo weet de instructeur wat het referentiekader van de leerling is.
C
Zo weten de instructeur en de leerling wat ze aan elkaar hebben.
1 / 20
next
Slide 1: Quiz
RijopleidingBeroepsopleiding

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Wat is het doel van het houden van
een intake-gesprek?
A
Zo weet de leerling daarna hoeveel rijlessen hij nodig heeft.
B
Zo weet de instructeur wat het referentiekader van de leerling is.
C
Zo weten de instructeur en de leerling wat ze aan elkaar hebben.

Slide 1 - Quiz

Een leerling is bijna klaar met de fase van complexe verkeerssituaties.
Didactisch gezien is de afgebeelde situatie....?
A
Passend voor deze fase.
B
Te weinig uitdagend.
C
Te moeilijk.

Slide 2 - Quiz

U kiest ervoor op een rustig moment over dit kruispunt te rijden en niet tijdens het spitsuur.
Voor welke leerling is deze route het meest geschikt?
A
Een leerling in de opleidingsfase van rijden in complexe verkeerssituaties.
B
Een leerling in de opleidingsfase van rijden in eenvoudige verkeerssituaties.
C
Een leerling in de opleidingsfase van voertuigbeheersing.

Slide 3 - Quiz

U wilt uw leerling een les inhalen voorbij gaan laten oefenen.
Voor welke kandidaat is deze situatie het meest geschikt?
A
De kandidaat aan het eind van CVS.
B
De kandidaat aan het begin van CVS.
C
De kandidaat aan het eind van EVS.

Slide 4 - Quiz

U geeft morgen les aan een leerling van 40 jaar oud. Waar moet u extra aandacht aan besteden?
A
Houdingsdoelen.
B
Kennisdoelen.
C
Handelingsdoelen.

Slide 5 - Quiz

Een leerling is vlak voor en tijdens en examen altijd erg gespannen. Hij heeft ook moeite met de tijdsdruk. Zijn prestaties zijn echter prima.
Welk leerling kenmerk wordt hier beschreven?
A
Stuurloze leerstijl.
B
Positieve faalangst.
C
Negatieve faalangst.

Slide 6 - Quiz

Hoe houdt u bij uw lesvoorbereiding rekening met een leerling die graag verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leren?
A
U daagt de leerling uit uit door complexere opdrachten te geven.
B
U laat de leerling zelf bepalen wat u in de les gaat behandelen.
C
U biedt de leerling de lesstof in zijn geheel aan.

Slide 7 - Quiz

U bent bezig met de voorbereiding van de les 'halve draai'. De vorige les was 'terugschakelen'. Hoe legt u straks het verband tussen de bekende lesstof en de nieuwe lesstof?
A
U vraagt aan de leerling wat hij uit de vorige les vandaag ook weer nodig heeft.
B
U vraagt aan de leerling wat hij uit de vorige lessen vandaag ook weer nodig heeft.
C
U besteedt bij 'controle' aandacht aan het opschakelen.

Slide 8 - Quiz

Uw leerling moet zijn kijkgedrag bij het inhalen op de snelweg verbeteren. U stelt geen lesplan op voor deze leerling. Wat is hiervan het grootste nadeel?
A
U bereikt geen verbetering in kijkgedrag tijdens deze les.
B
De kans bestaat dat u belangrijke stappen vergeet.
C
U kunt geen gerichte feedback geven op het kijkgedrag.

Slide 9 - Quiz

Hieronder staan drie oefeningen in het waarnemen voor een beginnende leerling. Welke oefening kunt u het beste als eerste laten doen?
A
Laat de leerling aangeven wanneer hij een bocht ziet.
B
Laat de leerling vóór het afslaan noemen met welke weggebruikers hij daar rekening moethouden.
C
Laat de leerling in zichzelf tot 6 tellen en daarna vertellen wat hij in de binnenspiegel ziet.

Slide 10 - Quiz

U wilt met uw beginnende leerling het koppelen, gasgeven en schakelen gaan oefenen.
Welke van de volgende opdrachten is dan het meest geschikt?
A
Afwisselend naar links afslaan en naar rechts afslaan op een bedrijventerrein.
B
Op een rustige gebiedsontsluitingsweg een aantal keren op- en terugschakelen.
C
In een 30 km-zone een aantal keren de opdracht geven te stoppen en weer weg te rijden.

Slide 11 - Quiz

U bereidt het instructieonderdeel 'bocht achteruit' voor. Voor welke leerling is dit een geschikte locatie?
A
Voor een leerling aan het begin van EVS.
B
Voor een leerling aan het eind van EVS.
C
Voor een leerling aan het begin van CVS.

Slide 12 - Quiz

De instructeur heeft gepland om in deze situatie vooruit te parkeren gelijk aan de geparkeerde auto`s
Voor welke kandidaat is deze situatie geschikt?
A
Als de leerling leert rijden in eenvoudige verkeerssituaties.
B
Als de leerling zelfstandig leert rijden.
C
Als de leerling leert rijden in complexe verkeerssituaties.

Slide 13 - Quiz

U wilt een eigenwijze gevorderde leerling extra motiveren om het in- en uitstappen volgens de Rijprocedure uit te voeren. Hoe kunt u dit het beste gaan doen?
A
U geeft de leerling de opdracht te vertellen waar hij bij het in- en uitstappen op let.
B
U stelt de leerling een aantal open vragen over het in- en uitstappen.
C
U parkeert voor een paaltje dat de leerling vanuit de bestuurders zitplaats niet kan zien.

Slide 14 - Quiz

U wilt een goed presterende leerling uitdagen. Welke leertaak is dan vooral geschikt?
A
Een gesloten leertaak met daarin een route die veel conflictsituaties bevat.
B
Een open leertaak die de leerling vrijheid geeft voor een eigen aanpak.
C
Een leertaak die de leerling goed aankan op een geautomatiseerd beheersingsniveau.

Slide 15 - Quiz

U hebt een gevorderde leerling die bang is bij complexe rotondes. Wat moet u vooral doen om te zorgen dat de leerling hier minder last van heeft?
A
Zoveel mogelijk complimenten geven om het zelfvertrouwen van de leerling te versterken.
B
De leerling de taak extra laten oefenen en achteraf steeds nabespreken.
C
Zorgen dat de leerling het berijden van eenvoudige rotondes beheerst, voor meer zelfvertrouwen.

Slide 16 - Quiz

Uw leerling heeft al door de telefoon aangegeven dat hij voor zijn eerste rijles erg zenuwachtig is. U besluit daarom eerst zelf (met de leerling ernaast) naar een rustig terrein te rijden, waarna u met de les wilt beginnen. Wat is het gevolg hiervan voor de leerling?
A
De leerling hoeft dan niet een vol lesuur te rijden.
B
De leerling is minder gespannen.
C
De leerling krijgt tijd om aan de auto te wennen.

Slide 17 - Quiz

Bij welke van de onderstaande activiteiten is er spraken van verlies aan leertijd?
A
Met de leerling samen brandstof tanken.
B
Instructievorderingenkaart bijwerken.
C
Tijdens de les door de wasstraat gaan.

Slide 18 - Quiz

Uw leerling geeft per telefoon door dat hij niet thuis maar op school opgehaald wil worden. U hebt hierdoor minder lestijd. U besluit daarom de les meteen te beginnen met de uitleg van het onderwerp. Welk gevolg heeft dit voor uw les?
A
U weet niet zeker of u met het nieuwe onderwerp kunt beginnen.
B
U weet niet zeker of u uw doelstelling van de les gaat halen.
C
U weet niet zeker of u de leerling voldoende kunt laten oefenen.

Slide 19 - Quiz

U bespreekt met de leerling regels en afspraken over halen/brengen en het afzeggen van lessen. Wat is het belangrijkste positieve effect hiervan?
A
De leerhouding van de leerling wordt positiever.
B
De leerling krijgt les op maat.
C
De lestijd wordt optimaal benut.

Slide 20 - Quiz