Français
V1 - Unité 2 - Semaine 44
Français
V1 - Unité 2 - Semaine 44
STARTKLAAR Challenge - Was je startklaar na 1 minute ?
Naturellement ! (Natuurlijk!)
Hmmm Startklaar ? Kesako ? (Wat ?)
Presque ! (bijna!)
Pas vraiment (Niet echt)
Pas du tout ! (Helemaal niet!)
CODE
BLANC
Fluisterend overlegen
Rappel | De 3 geluidsniveaus
Parlez !
Chut
écoutez !
Chuchotez !
CODE
BLEU
Helemaal still
CODE
BLANC
Fluisterend overlegen
CODE
ROUGE
Pratend overlegen
V1 - U2 - LEERDOELEN (Week 44)
Een kort stukje over familie en vrienden begrijpen
Een familie presenteren (ex. the Simpson's)
Non, pas de devoirs !
Hoe ging de test? Je krijgt je cijfers over twee dagen.
Unité 2 (du livre)
We gaan vandaag beginnen (CIVILISATION / REGARDER)
(heel korte tijd tot de volgende toets, dus => zo meteen aan de slag)
Hoe zeg je ‘gefeliciteerd met je verjaardag’ in het Frans?
Joyeux Noël !
Super anniversaire !
Bon anniversaire !
Joyeux Anniversaire
Lire pages 46-47
CIVILISATION - Iemand wilt lezen? Een vrijwilliger ? Merci beaucoup !
CODE
BLEU
Helemaal still
Wat zeg je als je de telefoon opneemt?
Hein ?
Allô ?
Pourquoi ?
Oui ?
Wie zijn Papy (Papi) en Mamy (Mamie) ?
Regardons la vidéo page 52
CODE
BLEU
LE PROGRAMME DU JOUR
Correction du test (Theorie)
Lotto des nombres 1 - 20
Ga verder met het boek
Nieuwe woordenschat leren (familie)
Een brief en een uitnodiging lezen en vragen beantwoorden
EXTRA => Oefenen met APPRENDRE 1 (met Quizlet!)
Beleeft vragen over cijfers
1- Bonjour Madame !
2- Comment allez-vous ?
3- On a nos notes, aujourd'hui ?
S'il-vous-plait ?
RETOUR DU TEST
Controleer je kopie.
Zet een sterretje met een vraagteken op de plaatsen waar je een vraag hebt over de correctie.
Geef me je kopie terug.
CORRECTIONS DU TEST
1) Let op het werkwoord zijn (ÊTRE)
U bent = Vous êtes
(=> beleefde vorm)
2) Je suis ...
au collège
en cinquième
3) J'habite
à Amsterdam
aux Pays-Bas
1) Je hebt je woordenschat geleerd.
2) Je hebt de belangrijkste zinnen goed geoefend.
3) Je hebt het over het algemeen uitstekend gedaan!
Feedback
Excellent , très bien.
U bent = Vous êtes
Bij elke plaatje, zeg de person die praat "tu"of "vous"?
Image a
Image b
Image c
Image d
Les devoirs
LEREN
Telwoorden vanaf 1 tot 15 kan je schrijven (met letters) en spellen in het frans.
Z.E.R.O
U.N.
D.E.U.X
etc.
MAKEN
Compréhension orale
(écouter)
De hele pagina 52
afmaken
LIVRE page 53
Samen
Maken we
EX. 3 page 53
Zelfstandig
Maak
EX. 4 page 53
CODE
BLEU
Les devoirs pour la semaine prochaine
LEREN
Apprendre 1 page 75 (Quizlet)
Revisie ETRE / AVOIR
Verbe POUVOIR vidéo
MAKEN
LIRE
EX. 6 page 55-56
(in groepjes van 2)
EX. 7 page 56
Bon courage !
ET VOILÀ, LE COURS EST FINI.
merci!
et à plus !