Week 13

English
1 / 24
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

English

Slide 1 - Slide

To Do:
Week 12
  • Lesson 1:  Chapter 3D 
  • Lesson 2: Chapter 3E
  • Lesson 3: Chapter 3H


Slide 2 - Slide

Aims

- Je kunt je mening geven over muziek, films en series.
- Je kunt muziek, films en series aanraden.
-  Je kunt bijvoeglijk naamwoorden (adjectives) gebruiken in een zin.
- Je kunt een film en serie beschrijven.
- Je kunt films en series met elkaar vergelijken.




Slide 3 - Slide

Lesson 1

Slide 4 - Slide

Previous Lesson
3C: Reading exercise 19-21


Slide 5 - Slide

3D: Speaking & Stones
Stone 7 on p. 140

Stone 8 on p. 142

Slide 6 - Slide

Artists, films & series...
1. Who is your favourite artist?
2. What is your favourite film?
3. What is your favourite series?
4. Who is your favourite actor/actress?

Slide 7 - Slide

3D: Speaking & Stones
Wat:
Exercise 23: neem de Stone door en vertaal de zinnen die je nog niet kent.
Exercise 24: bekijk de afbeeldingen en leg uit welke artiest je het leukste vindt en waarom.
Exercise 25: schrijf de Nederlandse vertalingen op.
Exercise 26: neem de Stone door en vertaal de zinnen die je nog niet kent.
Exercise 27: maak het gesprek af met zinnen uit Stone 8. 
Exercise 28: bekijk de afbeeldingen en de tekst op p. 143 en leg uit waarom iemand de films wel of niet moet gaan kijken.
Hoe: in tweetallen=> fluisterend oefenen met je buurman/buurvrouw.
Uitkomst: Volgende les geef je een mondelinge "presentatie"  van 30-60 seconden over je favoriete film en serie 
Klaar: bereid opdracht 29 voor ( op papier). Zorg dat je in minimaal 30 seconden uit kunt leggen waarom je een serie of film goed vindt en waarom iemand de film of serie moet gaan kijken.  Gebruik Stone 7 & 8 en de Theme Words op p. 141.

Slide 8 - Slide

Homework
Bereid opdracht 29 op p. 143 voor. 
Bereid het op papier voor. 
Zorg dat je in minimaal 30 tot 60 seconden uit kunt leggen in het Engels waarom je een serie of film goed vindt en waarom mensen de film of serie moeten gaan kijken.
Gebruik Stone 7 & 8 en minimaal 4 Theme Words ( p. 141).

Slide 9 - Slide

Lesson 2

Slide 10 - Slide

Previous Lesson
3D: Speaking & Stones: exercise 23-29

Slide 11 - Slide

3E: Writing & Grammar
Adjectives = bijvoeglijke naamwoorden:
-geven meer informatie over zelfstandig naamwoorden 
- komen vóór het zelfstandig naamwoord

He watched a funny film on television last weekend.
My parents have a red car.

Adjectives= bijvoeglijk naamwoorden:
- geven soms meer informatie over het onderwerp
- komen achter de werkwoorden: be, look, appear, seem, become, feel, taste

Their garden is beautiful.
The lion looked hungry.
The weather was horrible.






Slide 12 - Slide

Grammar: Word Order
Wie doet wat waar wanneer ?    
Who - Does- What - Where - When 


He watched a film on television last weekend.

Adjectives zeggen meer over "wat" en soms over "wie" (senses)

He watched a terrible film on television last weekend.
The lion looked hungry.


Slide 13 - Slide

3E-Word Order/Adjectives
Wie doet wat waar wanneer?

Zet de volgende woorden in de juiste volgorde om een zin te maken:
1) to school/ a / T-shirt/ every Monday/ blue/ Tom/ wears.
2) in the city centre/ had/ a / we / time / good / last Friday night.
3 every day / large/  she/ at home/ drinks / a / cup of coffee.

Exercise 30: together

Slide 14 - Slide

3E: Grammar
Wat:
Exercise 31a: zet de woorden in de juiste volgorde en schrijf de hele zin op.
Exercise 31b: onderstreep alle bijvoeglijk naamwoorden (adjectives) in de zinnen van 31 a.
Exercise 32a/b: combineer de afbeeldingen met de adjectives. Schrijf vervolgens zinnen over de afbeeldingen, gebruik in deze zinnen de adjectives. 
Exercise 33: gebruik de adjectives (tussen haakjes) om 5 zinnen te schrijven over de afbeelding op p. 147.
Hoe: zelfstandig, fluisterend overleg met je buurman/buurvrouw.
Uitkomst: We gaan de antwoorden de komende les nakijken.
Klaar: leer de Theme Words op p. 166 ( applaud t/m subtitles)
             leer Stone 7/8/9 op p. 168

Slide 15 - Slide

Recap
1. Wat zijn adjectives?

2. Wat is de 'adjective' in de volgende zinnen:
- Tina became angry at her parents.
- He bought an expensive pair of shoes.

3. Waar zet je adjectives in een zin?

Slide 16 - Slide

Homework
Maak opdracht 31-33 op p. 145-147

Bereid opdracht 29 op p. 143 voor. 
Bereid het op papier voor. 
Zorg dat je in minimaal 30 tot 60 seconden uit kunt leggen in het Engels waarom je een serie of film goed vindt en waarom mensen de film of serie moeten gaan kijken.
Gebruik Stone 7 & 8 en minimaal 4 Theme Words ( p. 141).

Slide 17 - Slide

Lesson 3

Slide 18 - Slide

3D: Speaking & Stones
Bereid opdracht 29 op p. 143 voor.
Bereid het op papier voor.
Zorg dat je in minimaal 30 tot 60 seconden uit kunt leggen in het Engels waarom je een serie of film goed vindt en waarom mensen de film of serie moeten gaan kijken.
Gebruik Stone 7 & 8 en minimaal 4 Theme Words ( p. 141).

Slide 19 - Slide

3H: Speaking & Stones
Stone 9 on p. 156: describing & comparing films and series

Slide 20 - Slide

3H: Speaking & Stones
Wat:
Exercise 48: neem Stone 9 door en vertaal de zinnen die je nog niet kent.
Exercise 50: schrijf de Nederlandse vertalingen op en schrijf vervolgens de Theme words achter de Engelse beschrijvingen (c)
Exercise 52: teken een indrukwekkende scene uit jouw favoriete serie en gebruik de tekening om aan te geven waarom iemand die serie moet gaan kijken.
Exercise 53: praat met een klasgenoot over de laatste film die je in de bioscoop hebt gezien.
Hoe: in tweetallen=> fluisterend oefenen met je buurman/buurvrouw.
Klaar: leer de Theme Words op p. 166 ( applaud t/m subtitles)
             leer Stone 7/8/9 op p. 168

Slide 21 - Slide

Homework
Finish: exercise 48-50-52 on p.156-158
Study: Theme Words on p. 166 ( applaud t/m subtitles)
              Stone 7/8/9 on p. 168

Slide 22 - Slide


Schrijf de vertalingen op:

1. autograph
2.breakthrough
3. red carpet
4. because
5. for example
6. too
7. thrilling
8. impressive
9. director
10. sequel


Schrijf de vertalingen op:

1. beroemdheid
2. publiek
3. applaudisseren
4. dwaas/onnozel
5. charmant
6. teleurstellend
7. maar
8. omdat
9. ondertiteling
10. kaskraker

timer
10:00

Slide 23 - Slide


Schrijf de vertalingen op:

1. autograph > handtekening
2.breakthrough > doorbraak
3. red carpet > rode loper
4. because > omdat
5. for example > bijvoorbeeld
6. too > ook
7. thrilling > spannend
8. impressive > indrukwekkend
9. director > regisseur
10. sequel > vervolg


Schrijf de vertalingen op:

1. beroemdheid > celebrity
2. publiek > audience
3. applaudisseren > applaud
4. dwaas/onnozel > silly
5. charmant > charming
6. teleurstellend > dissappointing
7. maar >but
8. omdat > because
9. ondertiteling > subtitles
10. kaskraker > blockbuster

Slide 24 - Slide