Concerterende structuren (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · CONCERT

QUIZ

Terugblik: Concerterende structuren

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van negen vragen, waarvan twee luistervragen waarin je twee uitvoeringen van een klavecimbelsolo vergelijkt.

Items in this lesson

VAKTHEORIE · CONCERT

QUIZ

Terugblik: Concerterende structuren

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0

Video: Bach: Brandenburgs concert nr. 5, deel 1, Emmanuel Pahud, Rainer Kussmaul en de Berliner Barock Solisten (kanaal: Emmanuel Pahud - Topic). Wat hoor je? Eén klavecimbel speelt lang alleen, het orkest zwijgt. Antwoord: een zelfstandige solo.

Wat is bijzonder aan de rol van het klavecimbel hier?

A

Het begeleidt de hele tijd alleen de solisten

B

Het speelt alleen mee in het tutti

C

Het antwoordt een tweede klavecimbel

D

Het speelt zelfstandig een lange solo zonder het orkest

Fragment: Bach, Brandenburgs concert nr. 5, deel 1 (Emmanuel Pahud, Rainer Kussmaul en de Berliner Barock Solisten). Het klavecimbel stapt uit zijn begeleidende rol en speelt lang alleen. Antwoord: een zelfstandige solo. Wie begeleiden kiest, beschrijft de gewone rol van het klavecimbel in de barok.

Video: Bach: Brandenburgs concert nr. 5, deel 1, Netherlands Bach Society met Richard Egarr (kanaal: Netherlands Bach Society). Wat hoor je? Dezelfde klavecimbelsolo in een andere uitvoering. Vergelijk met de vorige opname.

Noem één verschil met de vorige opname.

Fragment: hetzelfde deel in een uitvoering van de Netherlands Bach Society (Richard Egarr op een klavecimbel van Ruckers uit 1640). Er is niet één goed antwoord. Goed is elk waarneembaar verschil: klankkleur van het klavecimbel, hoeveel vrijheid er in het tempo zit, hoe groot of licht de klank is. Verwachte fout: alleen zeggen dat het mooier of lelijker is, zonder iets te benoemen.

Wat is het effect van dubbelkorigheid in een grote kerk?

A

Een solist klinkt boven het orkest uit

B

Het tempo mag volledig vrij zijn

C

Een klein groepje antwoordt het hele orkest

D

Vraag en antwoord die van twee kanten komen

Twee groepen op verschillende plekken geven een ruimtelijk effect van vraag en antwoord. Een klein groepje tegenover het orkest is een concerto grosso.

Waarin verschilt het concertino van de solist in een soloconcert?

A

Het speelt altijd zonder begeleiding

B

Het is een groepje solisten, niet één speler

C

Het speelt alleen in een cadens

D

Het is een tweede koor

Het concertino bestaat uit meerdere solisten, de solist in een soloconcert is één speler. Het concertino speelt meestal met continuo en niet in een cadens.

Wat doet het tutti in een soloconcert?

Goed: het hele orkest speelt, bijvoorbeeld de opening, het slot of het thema, vaak zonder de solist. Verwachte fout: zeggen dat het tutti de solist is.

Het orkest antwoordt de solist met hetzelfde motief. Welke verhouding is dat?

A

Een solocadens

B

Dubbelkorigheid

C

Een dialoog tussen solist en orkest

D

Een tutti zonder solist

Antwoorden met hetzelfde motief is een dialoog. Een cadens heeft geen orkest en dubbelkorigheid gaat over twee koren.

Welk stuk is een voorbeeld van dubbelkorigheid?

A

Singet dem Herrn van Bach

B

Het vioolconcert van Mendelssohn

C

Het vierde Brandenburgse concert

D

Het celloconcert van Elgar

Singet dem Herrn is geschreven voor twee koren. De andere werken zijn concerten met een solist of een concertino.

Zet de werken op volgorde, van oud naar jong

1

Beethoven, een soloconcert

2

Bach, een Brandenburgs concert

3

Gabrieli, dubbelkorigheid in Venetië

4

Elgar, het celloconcert

Volgorde uit de periodedia: rond 1600 Gabrieli, barok Bach, klassiek Beethoven, twintigste eeuw Elgar. Veelgemaakte fout: Bach en Gabrieli omdraaien.

Wat kenmerkt een uitgeschreven cadens?

A

De solist verzint hem op het moment zelf

B

De noten liggen van tevoren vast in de partituur

C

Het orkest speelt zacht mee

D

Twee solisten antwoorden elkaar

Bij een uitgeschreven cadens liggen de noten vast, bijvoorbeeld bij Kreisler. Bij een geïmproviseerde cadens verzint de solist hem ter plekke.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

GOED GEDAAN!

Je interpreteert nu de rol van de solist en herkent solocadens, concertino en dubbelkorigheid. Veel succes bij het luisterexamen!

This item has no instructions