Concerterende structuren (Muziek vwo), les 2: Examentraining

VAKTHEORIE · CONCERT

EXAMENTRAINING

Concerterende structuren: zo pak je examenvragen aan

1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met acht vragen, waarvan vier luistervragen: het verloop van solo en tutti lezen, de rol van de solist interpreteren, concertino en tutti herkennen en een solocadens en dubbelkorigheid beschrijven.

Items in this lesson

VAKTHEORIE · CONCERT

EXAMENTRAINING

Concerterende structuren: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: SintaBerzins / Wikimedia Commons, CC0

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan bij een luisterfragment de rol van de solist interpreteren, concertino en tutti herkennen en een solocadens en dubbelkorigheid beschrijven.

This item has no instructions

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Lees: wat wordt gevraagd: de rol van de solist, solo of tutti, concertino, cadens of koren?

  • 2. Luister: noteer wie begint, wie de melodie speelt en wanneer het orkest zwijgt.

  • 3. Vergelijk: wat verandert er tussen twee fragmenten of tussen twee uitvoeringen?

  • 4. Beargumenteer: noem wat je hoort en leg uit waarom dat bij het begrip past.

This item has no instructions

Een orkestpartituur: in de partituur zie je solist en orkest onder elkaar

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

VRAAGTYPE 1: HET VERLOOP VAN SOLO EN TUTTI LEZEN

  • Je krijgt een verloop met tutti, solo en concertino en leest hoe vaak iets klinkt.

  • Een deel van een soloconcert begint vaak met een tutti en eindigt met een tutti.

  • Tel wat je ziet en let op de volgorde en op de periode waar het bij past.

Image credit: Gerarus / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Verloop: tutti, concertino, tutti, concertino, tutti. Hoe vaak klinkt het tutti?

A

Twee keer

B

Vier keer

C

Drie keer

D

Vijf keer

Het tutti staat op de eerste, derde en vijfde plek, dus drie keer. Wie vijf kiest, telt alle onderdelen. Wie twee kiest, mist het slottutti.

Klavecimbel, een groepje solisten en strijkorkest. Uit welke periode komt dit?

A

De barok

B

De romantiek

C

De klassieke periode

D

De twintigste eeuw

Een concertino met klavecimbel en strijkorkest wijst op de barok. In de romantiek is het orkest veel groter en staat één solist tegenover het orkest.

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

VRAAGTYPE 2: DE ROL VAN DE SOLIST INTERPRETEREN

  • Je beschrijft wie de melodie speelt: de solist, het orkest of allebei om beurten.

  • Let op wie begint en of het orkest zwijgt, begeleidt of antwoordt.

  • Een solist kan ook begeleiden, bijvoorbeeld met zware akkoorden.

This item has no instructions

Video: Tsjaikovski: Pianoconcert nr. 1, begin deel 1, Vladimir Ashkenazy en het London Symphony Orchestra o.l.v. Lorin Maazel (kanaal: Vladimir Ashkenazy - Topic). Wat hoor je? De strijkers spelen de beroemde melodie, de piano begeleidt met grote akkoorden. Antwoord: de piano begeleidt het orkest.

Wat is in dit fragment de rol van de piano?

A

De melodie spelen boven een zacht orkest

B

Zware akkoorden spelen onder de melodie van het orkest

C

Een solocadens spelen zonder het orkest

D

Een concertino vormen met de hoorns

Fragment: Tsjaikovski, Pianoconcert nr. 1, begin deel 1 (Vladimir Ashkenazy, London Symphony Orchestra o.l.v. Lorin Maazel). De strijkers spelen de beroemde melodie, de piano begeleidt met grote akkoorden. Antwoord: zware akkoorden onder de melodie van het orkest. Wie de melodie kiest, denkt dat de solist altijd de melodie speelt.

Video: Elgar: Celloconcert, begin deel 1, Truls Mørk (kanaal: Truls Mørk - Topic). Wat hoor je? De solocello speelt een recitatief, het orkest speelt nog geen thema. Antwoord: de solist begint alleen.

Wie begint er in dit fragment?

A

Het hele orkest (tutti)

B

Een concertino

C

Solist en orkest samen

D

De solist alleen

Fragment: Elgar, Celloconcert, begin deel 1 (Truls Mørk). Het deel opent met een recitatief van de solocello, nog voor het orkest een thema speelt. Antwoord: de solist alleen. Wie het hele orkest kiest, denkt aan de gebruikelijke opening met een tutti.

Arcangelo Corelli (1653-1713), componist van beroemde concerti grossi

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

VRAAGTYPE 3: CONCERTINO EN TUTTI HERKENNEN

  • In een concerto grosso wisselen concertino en tutti elkaar af.

  • Let op de virtuoze partij: welk instrument van het concertino valt het meest op?

  • In sommige delen krijgt één instrument uit het concertino een eigen solo.

Image credit: Hugh Howard / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Bach: Brandenburgs concert nr. 4, deel 1, I Musici (kanaal: I Musici - Topic). Wat hoor je? De concertino met een virtuoze solo van de viool, afgewisseld met het tutti. Antwoord: viool.

Welk instrument van het concertino speelt de snelle, virtuoze partij?

A

Viool

B

Dwarsfluit

C

Hobo

D

Trompet

Fragment: Bach, Brandenburgs concert nr. 4, deel 1 (I Musici). De solist met de snelle, virtuoze loopjes is de viool, de fluiten spelen zachtere, echo-achtige figuren. Antwoord: viool. Het concerto heeft geen hobo of trompet.

Welke instrumenten vormen het concertino van het vierde Brandenburgse concert?

A

Trompet, blokfluit, hobo en viool

B

Fluit, viool en klavecimbel

C

Een viool en twee blokfluiten

D

Twee violen en een cello

Het vierde Brandenburgse concert heeft een viool en twee blokfluiten. De andere opties horen bij nr. 2, nr. 5 en Corelli.

Het interieur van de San Marco in Venetië, waar dubbelkorigheid beroemd werd

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

VRAAGTYPE 4: SOLOCADENS EN DUBBELKORIGHEID BESCHRIJVEN

  • Een solocadens herken je aan de solist alleen, een vrij tempo en geen orkest.

  • Dubbelkorigheid herken je aan twee groepen die elkaar antwoorden.

  • Beschrijf wat je hoort met de juiste begrippen.

Image credit: Shani Evenstein / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Video: Gabrieli: Sonata pian e forte, Brass Ensemble of the Sistine Chapel (kanaal: Brass Ensemble of the Sistine Chapel - Topic). Wat hoor je? Twee groepen blazers die elkaar antwoorden. Antwoord: dubbelkorigheid.

Wat hoor je in dit fragment?

A

Een solist tegenover een orkest

B

Een concertino tegenover een tutti

C

Twee groepen blazers die elkaar antwoorden

D

Een solocadens van een trompettist

Fragment: Gabrieli, Sonata pian e forte (Brass Ensemble of the Sistine Chapel). Twee groepen blazers antwoorden elkaar, soms klinken ze samen. Antwoord: dubbelkorigheid met instrumenten.

Hoe herken je een solocadens in een fragment?

Goed: de solist speelt alleen, het orkest zwijgt en het tempo is vrij, meestal vlak voor het einde van een deel. Verwachte fout: alleen zeggen dat de solist hard speelt.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Het verloop van solo en tutti lezen

2

De rol van de solist interpreteren

3

Concertino en tutti herkennen

4

Solocadens en dubbelkorigheid beschrijven

Laat de lastigste vraagtypen in tweetallen bespreken.

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Noteer tijdens het luisteren wie begint en wie de melodie speelt.

  • Beschrijf de rol van de solist met een werkwoord: begeleiden, antwoorden, een solocadens spelen.

  • Een klavecimbel met een groepje solisten tegenover het orkest wijst op de barok.

  • Twee groepen die elkaar antwoorden in een kerk: denk aan dubbelkorigheid.

This item has no instructions