5V Thema 6 BS 4 Energie

Thema 7 Ecologie en Milieu
Basisstof 4 Energie

1 / 30
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Thema 7 Ecologie en Milieu
Basisstof 4 Energie

Slide 1 - Slide

Bekijk binas tabel 93F. Bij welk proces ontstaat er CH4 (methaan)? Is er bij dit proces zuurstof nodig?
A
Aerobe dissimilatie, zonder zuurstof
B
Aerobe assimilatie, met zuurstof
C
Anaerobe dissimilatie, met zuurstof
D
Anaerobe dissimilatie, zonder zuurstof

Slide 2 - Quiz

Bekijk binas tabel 93G. Welke stof kan na stikstofbinding veel in de industrie worden uitgestoten?
A
NO3-
B
NO2-
C
NO
D
NH3

Slide 3 - Quiz

Wat betekent aeroob:
A
zonder zuurstof
B
met zuurstof

Slide 4 - Quiz

Er zit veel stikstof in...
A
(Biologische) mest
B
Kunstmest
C
Dode planten/dieren resten
D
Alle bovenstaande opties

Slide 5 - Quiz

(Binas 93G of bron 7) De omzetting van eiwit naar ammoniak noemen we
A
ammonificatie
B
denitrificatie
C
nitrificatie
D
stifstoffixatie

Slide 6 - Quiz

(Binas 93G of bron 7) De omzetting van nitraat naar stikstofgas noemen we
A
ammonificatie
B
denitrificatie
C
nitrificatie
D
stifstoffixatie

Slide 7 - Quiz

Welke functie hebben de bacteriën in de wortelknolletjes van vlinderbloemige planten?
A
Het omzetten van nitraat in nitriet
B
Het omzetten van nitriet in nitraat
C
Het binden van de N2 uit de lucht
D
Het omzetten van nitraat in N2

Slide 8 - Quiz


Wat is de relatie tussen de bacteriën in het wortelknolletje en de lupineplant?
A
commensalisme
B
concurrentie
C
mutualisme
D
parasitisme

Slide 9 - Quiz

Melkzuurgisting is een anaeroob proces
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Hoe kun je biodiversiteit vergroten?
A
Overal een climax ecosysteem laten ontstaan
B
Variatie in het landschap aanbrengen
C
Het land versnipperen
D
Veel kleine natuurgebieden maken

Slide 11 - Quiz

Nitraat
Ammonium
Plant. eiwitten
Dierlijke
eiwitten
Stikstofgas

Slide 12 - Drag question

Als natuurgebieden behouden moeten worden zoals ze zijn, moeten gebieden worden beheerd. Hiernaast zie je daar een voorbeeld van. Door vlakke gebieden te begrazen voorkom je successie en blijft het gebied als zodanig behouden.
Welke van de volgende redenen is of zijn juist om het gebied te begrazen?
A
door begrazing groeien er minder grote planten. Hierdoor is er meer zonlicht voor kleinere plantensoorten
B
door begrazing krijgen andere plantensoorten meer kans omdat er minder concurrentie is
C
door begrazing blijft het gebied behouden waardoor het als recreatiegebied kan worden gebruikt
D
door begrazing openen er meer niches en neemt de biodiversiteit toe.

Slide 13 - Quiz

Fossiele brandstoffen

Slide 14 - Mind map

Waaruit bestaan fossiele brandstoffen?
A
Organische stoffen
B
Anorganische stoffen

Slide 15 - Quiz

Wat komt vrij bij het verbranden van fossiele brandstoffen?
A
Anorganische stoffen die koolstof bevatten
B
Organische stoffen die sulfaat bevatten

Slide 16 - Quiz

Koolstofkringloop
Koolstofdioxide
Andere organische stoffen
Glucose
Organische stoffen
Organische stoffen
Dissimilatie
Detritus (= afval)
Koolstofassimilatie
Dissimilatie
Voortgezette assimilatie
Consumenten
Producenten
Reducenten
Fossiele brandstoffen

Slide 17 - Drag question

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Vandaag
Leerdoelen:
  • Je kan het belang van het broeikaseffect beargumenteren
  • Je kan de oorzaken en gevolgen van het versterkte broeikaseffect en mogelijke oplossingen daarvoor benoemen


Slide 20 - Slide

Toename CO2
  1. Fossiele brandstoffen liggen diep in de grond en zijn niet langer onderdeel van de koolstofkringloop.
  2. Doordat mensen de fossiele brandstoffen diep uit andere aardlagen halen en verbranden neemt de totale hoeveelheid CO2 toe.
  3. Die CO2 kan niet meer zo snel verdwijnen uit de kringloop

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Broeikaseffect
1. Zonnestralen gaan richting de aarde
2. Een deel van de zonnestralen warmt de aarde op
3. Een ander deel wordt teruggekaatst naar de ruimte
4. Doordat de aarde opwarmt straalt de aarde ook warmte uit.
5. Door de atmosfeer wordt een deel van de warmtestraling van de aarde tegengehouden en teruggekaatst naar de aarde.
6. De atmosfeer voorkomt dat de aarde teveel afkoelt

Slide 23 - Slide

Versterkt broeikaseffect
Het verbranden van fossiele brandstoffen leidt tot meer broeikasgassen in de atmosfeer waardoor de dichtheid van de atmosfeer toeneemt.

Doordat de dichtheid van de atmosfeer toeneemt wordt er meer warmtestraling van de aarde tegengehouden door de atmosfeer dan voorheen. Gevolg: de aarde warmt op 

Slide 24 - Slide

Gevolgen
Niet alle gevolgen bekend.

Bijdrage aan klimaatverandering:
  • Temperatuurverhoging --> smelten ijskappen polen --> stijging zeespiegel
  • Extremer weer --> langere droogtes --> landbouw? Extremere buien --> landverschuivingen. Meer orkanen --> economische schade en direct gevaar mensen
  • --> veranderingen in ecosystemen: noordwaarts trekken soorten (tropische ziektes), uitsterven meer soorten.

Enkele gevolgen daarvan als er geen maatregelen worden genomen ...

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Mogelijke oplossingen
Probleem: teveel broeikasgassen

Oplossing: Minder broeikasgassen

Mogelijkheden:
  • Duurzame energiebronnen zoals wind, water en zon.
  • Biobrandstoffen die afkomstig zijn van biomassa. Biobrandstoffen worden niet gehaald uit diepe aardlagen en zijn onderdeel van kleine koolstofkringloop. Totale CO2 neemt dus niet toe. 
  • energiebesparen

Slide 27 - Slide

Hebben soorten in climaxecosystemen een hoge of een lage tolerantie?
A
Hoge tolerantie
B
Lage tolerantie

Slide 28 - Quiz

Eutrofiëring 
1
2
3
4
5
6
Door afwezigheid zuurstof vrijwel geen leven meer
meer mineralen in oppervlaktewater
andere organismen sterven
reducenten nemen toe
algenbloei
door verminderd zonlicht sterven ondergedoken waterplanten

Slide 29 - Drag question

Huiswerk
Opdrachten 39 t/m 47 is gemaakt
timer
5:00

Slide 30 - Slide