What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
Hygiëne les 1 Nut van hygiëne en manieren van ziekteoverdracht
Les 1: Nut van hygiëne
1 / 24
next
Slide 1:
Slide
Dierverzorging
MBO
Studiejaar 1
This lesson contains
24 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
90 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Les 1: Nut van hygiëne
Slide 1 - Slide
Even voorstellen...
Danielle van Dommele
Docent gezondheidsleer en mentor 1DAM en 2DC
Houdt van reizen, paardrijden en haar zoontje ;)
Slide 2 - Slide
Wie zijn jullie?
Slide 3 - Slide
Afspraken
Slide 4 - Slide
Manier van werken
Eindtoets met cijfer
Tijdens de les maken we opdrachten.
Heb je dit in de les af, dan heb je geen huiswerk.
Deze module is onderdeel van het vak gezondheidsleer.
Andere modules dit jaar zijn: zoönosen, skelet en organen
Slide 5 - Slide
Leerdoelen van vandaag
Je kan uitleggen wat het verschil is tussen reinigen en ontsmetten
Je kan uitleggen waarom reinigen en ontsmetten belangrijk zijn
Je kan de twee besmettingsroutes opnoemen en van elke besmettingsroute drie voorbeelden geven
Je kan de betekenis van de dikgedrukte woorden uitleggen
Slide 6 - Slide
Wat weet je al over hygiëne?
Slide 7 - Mind map
Wat is hygiëne?
Doel:
voorkomen dat mensen en dieren ziek worden door ziekteverwekkers.
Bestaat uit:
Reinigen
= zichtbaar vuil en ziekteverwekkers verwijderen
Desinfecteren
= ziekteverwekkers doden
Vuil (haren, strooisel, ontlasting, voer, zand…) → broedplaats voor ziekteverwekkers → infectie → ziekte.
Conclusie:
houd de omgeving van het dier altijd schoon!
Slide 8 - Slide
Bij reinigen wordt zichtbaar vuil, waarin veel ziekteverwekkers zitten, verwijderd
A
Goed
B
Fout
Slide 9 - Quiz
Waarom wil je geen zieke dieren?
Zieke dieren:
Voelen zich niet lekker
Groeien en produceren minder
Kosten voor zorg en medicijnen
Kans op sterfte
Risico voor volksgezondheid (zoönosen)
👉 Goede hygiëne voorkomt ziekte!
Slide 10 - Slide
Het belang van hygiëne
Waarom ziekteverwekkers weren?
Voorkomen dierziekten
Beschermen volksgezondheid
Gezonde producten produceren
Consumenten mogen niet ziek worden van
dierlijke producten
Hele keten verantwoordelijk (boer → winkel)
Hygiëne wettelijk verplicht (KKM, IKB, SKV)
Slide 11 - Slide
De hele keten (van boer tot supermarkt) is verantwoordelijk voor het produceren van gezonde producten
A
Goed
B
Fout
Slide 12 - Quiz
Het belang van hygiëne
Goede hygiëne verlaagt besmettings- en infectiedruk
Besmettingsdruk
= aantal ziekteverwekkers in de omgeving
Infectiedruk
= aanwezigheid van zieke dieren
Minder ziekteverwekkers → lagere besmettingsdruk →
kleinere kans op besmetting
Slide 13 - Slide
Insleep
Voorkom insleep van ziekteverwekkers
Insleep
= ziekteverwekkers komen binnen via medewerkers, materialen of voer
Maatregelen:
Hygiënesluis (omkleden/douchen)
Materialen ontsmetten
Nieuwe dieren in quarantaine
…
Slide 14 - Slide
Versleep
Versleep = verspreiding binnen het bedrijf (bv. via zieke dieren)
Maatregelen:
Jonge en oude dieren scheiden
Zieke dieren apart zetten
Omkleden, handen wassen, aparte materialen gebruiken
Slide 15 - Slide
Wat is het verschil tussen insleep en versleep?
Slide 16 - Open question
Besmetting en infectie
Besmetting =
ziekteverwekker komt op/in het lichaam
Infectie =
ziekteverwekker dringt binnen en vermeerdert
Niet elke besmetting → infectie
Infectieziekte =
infectie veroorzaakt schade/ziekte
Bescherming =
huid; zwakke plekken = wondjes & slijmvliezen
Slide 17 - Slide
Bij een besmetting is een dier ziek
A
Goed
B
Fout
Slide 18 - Quiz
Afweer bij infectie
Afweer tegen ziekteverwekkers
Infectie
→ lichaam reageert met afweersysteem
Afweersysteem
= witte bloedcellen + antistoffen
Dit heet ook wel
afweer / weerstand / immuniteit
Te veel ziekteverwekkers → afweer niet sterk genoeg → dier wordt ziek
Slide 19 - Slide
Ernst van infectieziekten
Niet alle infecties geven ernstige symptomen; sommige zijn mild of symptomeloos
Afhankelijk van:
Type ziekteverwekker
Plaats van infectie
Afweer / gezondheid van het dier
Belangrijke organen (longen, hersenen, nieren) → vaak ernstiger
Gezonde dieren → mild verloop; verzwakt afweersysteem → ernstig verloop
Slide 20 - Slide
Behandeling van infecties
Afhankelijk van ziekteverwekker:
Bacteriën →
antibiotica
Virussen →
geen directe medicijn; alleen symptoombestrijding (ontstekingsremmers, koortsverlagers, pijnstillers)
Slide 21 - Slide
Waartegen werkt een antibioticum?
A
Bacteriën
B
Virussen
Slide 22 - Quiz
Besmettingsroutes
Direct contact =
van ziek dier → gezond dier (likken, wassen, snuffelen, paren…)
Indirect contact =
via omgeving of materialen (ontlasting, urine, braaksel, speeksel, bloed, besmette voorwerpen, parasieten)
Slide 23 - Slide
Aan de slag
Werkblad 1 t/m vraag 8
Slide 24 - Slide
More lessons like this
Groene productie H3: Les 5 t/m7
March 2025
-
19 slides
Groene productie
Middelbare school
vmbo b, k
Leerjaar 3,4
16.3 dl2 + 16.4 Immuniteit, allergieën en medicijnen kl
July 2025
-
39 slides
Biologie
Middelbare school
vwo
Leerjaar 6
B Infectieziekten en afweer
September 2019
-
58 slides
Biologie
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 2,3
21.3 dl2 + 21.4 Immuniteit, allergieën en medicijnen kl
July 2025
-
39 slides
Biologie
Middelbare school
vwo
Leerjaar 6
12.3-2 Specifieke afweer deel 2
June 2022
-
27 slides
Biologie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
12.3 Specifieke afweer ll
December 2024
-
50 slides
Biologie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
12.3 Specifieke afweer
May 2023
-
38 slides
Biologie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5
12.1 Voorkomen is beter dan genezen
June 2022
-
26 slides
Biologie
Middelbare school
havo
Leerjaar 5