lesbrief 2 les 1

Keuzevak: Voeding en beweging
1 / 41
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 41 slides, with text slides.

Items in this lesson

Keuzevak: Voeding en beweging

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startopdracht in stilte:✍️ 
Startactiviteit – Rekenen | 5 minuten

Op een verpakking staat:
100 gram = 250 kcal
De verpakking bevat 150 gram.

Vraag: hoeveel kcal bevat de hele verpakking?

Schrijf ook op hoe je dit hebt berekend.

Slide 2 - Slide

Antwoord: 375 kcal.

Dat sluit direct aan op energie, verpakkingen en rekenen. Bovendien kun je er later in de les naar terugverwijzen.
Welkom DP4
12:15 - 12:30
startactiviteit 
12:30 - 12.50
lesdoelen bespreken + instructie theorie
lesbrief 2
12:50 - 13:00
spel voedingsmiddelen
13:00 - 13.45
maken opdrachten
13:45 - 13:55
afronden & lesdoelen behaald

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

πŸ“˜ Vier lesbrieven
Het keuzevak Voeding & Beweging bestaat uit 4 delen:

🌱 Voedsel produceren – zelf iets plantaardigs maken
🍎 Gezonde voeding – kiezen wat goed voor je is
πŸ‘©β€πŸ³ Voedsel bereiden – lekker en gezond koken
πŸƒ Gezond bewegen – sportieve activiteiten doen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

leerdoelen
Vandaag leer je: 
  • hoe voedsel geproduceerd wordt en welke keuzes daarbij een rol spelen;
  • wat kostprijs, directe/indirecte en vaste/variabele kosten zijn;
  • wat energiebalans betekent;
  • welke functies eiwitten, vetten en koolhydraten hebben.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

❓ Vraag

Wat kun jij vertellen over biologische landbouw en biologische producten?

πŸ’‘ Denk eraan:
πŸ€” Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
πŸ‘₯ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Biologische landbouw

🌱 Geen chemische bestrijdingsmiddelen
🌾 Klaver β†’ haalt stikstof uit de lucht
πŸ’© Mest = dierlijke mest/compost
πŸ₯• Telen = zaaien, verzorgen, oogsten

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Biologische producten
πŸ›’ Net zo gezond, maar met zorg voor mens, dier, milieu
🚫 Geen chemische geur-, kleur- of smaakstoffen
βœ… Herkenbaar aan: Europees logo 🌿⭐ & EKO-keurmerk

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

❓ Vraag

Wat zijn de stappen van het productieproces?

πŸ’‘ Denk eraan:
πŸ€” Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
πŸ‘₯ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

⚑ Energieverbruik in de productieketen
πŸ‘‰ De stappen in de keten:
🌾 Productie β†’ 🏭 Verwerking β†’ ❄️ Opslag β†’ πŸš› Transport β†’ πŸ›’                       Verkoop β†’ πŸ‘©β€πŸ‘©β€πŸ‘¦ Consument

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Productieproces & energie
πŸ“¦ Laat zien hoe een product van begin tot eind wordt gemaakt
πŸ₯” Aardappel β†’ oogst β†’ bord
πŸ₯š Kip β†’ ei β†’ ontbijt
🍞 Graan β†’ meel β†’ bakkerij β†’ brood β†’ winkel

Belangrijk:
πŸ”‹ Elke stap kost energie (productie, vervoer, koelen, koken)
❌ Voedsel weggooien = ook energie verspillen!

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

❓ Vraag

Hoe  voorkom je ziektes en uitputting van de bodem?

πŸ’‘ Denk eraan:
πŸ€” Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
πŸ‘₯ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

🌱 Bodem gezond houden
πŸ‘‰ Zo voorkom je ziektes en uitputting van de bodem:

πŸ’ͺ Sterke rassen telen β†’ planten die beter tegen ziektes kunnen

πŸ”„ Wisselteelt β†’ ieder jaar andere gewassen op hetzelfde stuk land

🌾 Vanggewassen zaaien β†’ houden voedingsstoffen vast in de bodem

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

❓ Vraag

πŸ‘‰ Wat zijn voedselkilometers? En waarom is dat een probleem? (noem een nadeel)

πŸ’‘ Denk eraan:
πŸ€” Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
πŸ‘₯ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

🚚🌍 Voedselkilometers
πŸ‘‰ Wat betekent het?
De afstand die jouw eten aflegt van boer tot bord.

πŸ‘‰ Problemen
✈️ Vliegtuigen & πŸš› vrachtwagens β†’ veel CO2-uitstoot
🌑️ CO2 = broeikasgas β†’ zorgt voor opwarming van de aarde
❄️ Opslaan in koelcellen kost ook veel energie

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

❓ Vraag

Welke conserveringsmethoden ken je?

πŸ’‘ Denk eraan:
πŸ€” Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
πŸ‘₯ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

β„οΈπŸ“ Conserveringsmethoden
πŸ‘‰ Zo houd je eten langer goed:
❄️ Diepvriezen β†’ bacteriΓ«n stoppen met groeien
🌞 Drogen β†’ water eruit halen (bv. bonen, krenten)
🍯 Inmaken β†’ zuur, suiker of zout toevoegen (bv. jam)
πŸ₯› Pasteuriseren β†’ kort verhitten tot 72 Β°C en koelen (bv. melk uit de                        koeling)
πŸ”₯ Steriliseren β†’ verhitten boven 100 Β°C, alles dood (bv. lang houdbare                 melk)

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

❓ Vraag

Wat betekent het woord 'kostprijs'?

πŸ’‘ Denk eraan:
πŸ€” Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
πŸ‘₯ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

πŸ“Š Kostprijs
= Alles wat het kost om 1 product te maken.

Bestaat uit:
  • Directe kosten (rechtstreeks voor dat product)
  • Indirecte kosten (kosten van het bedrijf in het algemeen).

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

❓ Vraag

πŸ‘‰ Welke soorten kosten heeft een bedrijf? Noem voorbeelden.

πŸ’‘ Denk eraan:
πŸ€” Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
πŸ‘₯ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

πŸ› οΈ Directe kosten
  • Arbeidskosten (loon van personeel)
  • Grondstoffen & materialen
  • Productiekosten

πŸ‘‰ Voorbeeld: het meel, gist en het uurloon van de bakker voor een brood.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

🏒 Indirecte kosten
  • Huur van het pand
  • Telefoon & administratie
  • Gas, water, licht (energie)

πŸ‘‰ Voorbeeld: de huur van de bakkerij of de energierekening.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Vaste / Variabele kosten
πŸ“Œ Vaste kosten
= Blijven altijd hetzelfde, ook als je meer of minder produceert.
πŸ‘‰ Voorbeeld: huur, abonnement, vast personeel.

πŸ“Œ Variabele kosten
= Veranderen mee met de productie.
πŸ‘‰ Voorbeeld: grondstoffen, energie bij productie, oproepkrachten.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Samen oefenen – Welke kosten zijn dit?

Een bakker maakt brood.

meel β†’ ?
loon van de bakker β†’ ?
huur van de bakkerij β†’ ?
elektriciteit β†’ ?
verpakking van het brood β†’ ?

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

πŸ’‘ Samenvatting 
  • Verkoopprijs = Kostprijs + Winst.
  • Kostprijs = Directe + Indirecte kosten.
  • Directe kosten β†’ product zelf (meel, loon bakker).
  • Indirecte kosten β†’ algemene zaken (huur, energie).
  • Vaste kosten β†’ altijd gelijk.
  • Variabele kosten β†’ veranderen met productie.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

πŸ“š Let op: Theorie-uitleg 
✏️ Je krijgt een korte instructie

βœ… Wat verwacht ik van jullie?
🀫 Stil en geconcentreerd tijdens de uitleg
πŸ“ Aantekeningen maken in je schrift
πŸ™‹ Actief meedoen bij de opdrachten
πŸ’‘ De uitleg gebruiken bij de opdracht
✍️ Antwoorden altijd in hele zinnen opschrijven


Slide 26 - Slide

This item has no instructions

❓ Vraag

Wat houdt volgens jou een gezonde leefstijl in?

πŸ’‘ Denk eraan:
πŸ€” Eerst zelf nadenken (10 sec)
✍️ Antwoord opschrijven in hele zinnen
πŸ‘₯ Kort overleggen met je klasgenoot

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

⚑ Energie
πŸ₯€ Bijna alles wat je eet en drinkt levert energie (behalve water).
πŸ”’ Energie wordt uitgedrukt in kilocalorieΓ«n (kcal) of kilojoules (kJ). πŸ‘‰ 1 kcal = 4,2 kJ
πŸ” Hoeveel energie iets levert hangt af van de hoeveelheid eiwit, vet en koolhydraten. 
  • Veel vet in voedingsmiddelen ->  veel energie. 
  • Alcohol levert ook energie
βš–οΈ Energiebalans = energie-inname ↔ energieverbruik.
  • Meer inname dan verbruik = opslag als vet β†’ gewicht stijgt.
  • Minder inname dan verbruik = je valt af.
πŸ‘© Gemiddeld: vrouwen Β± 2000 kcal/dag. πŸ‘¨ Gemiddeld: mannen Β± 2500 kcal/dag.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Belangrijk: zorg voor een goede energiebalans!

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

🍳 Eiwitten
🧱 Bouwstof β†’ groei en herstel
πŸ‘Ά Extra belangrijk voor kinderen & zwangere vrouwen
πŸ”¬ Nodig voor hormonen & enzymen
🌱 Plantaardig: peulvruchten, granen, noten (combineren voor goede kwaliteit).
πŸ— Dierlijk: vlees, vis, melk, eieren (passen goed bij ons lichaam).
⚑ Brandstof: bij te weinig voeding worden spieren afgebroken β†’ eiwitten leveren energie.

πŸ‘‰ VegetariΓ«rs moeten extra letten op goede plantaardige combinaties (bv. rijst + bonen).

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

πŸ’ͺ Functies van eiwitten
🧱 Bouwstof β†’ voor cellen, groei en herstel.

πŸ”¬ Hormonen & enzymen β†’ opgebouwd uit eiwitten.

⚑ Brandstof β†’ bij te weinig voeding worden spieren afgebroken β†’ eiwit             wordt omgezet in glucose β†’ energie komt vrij.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

πŸ₯‘ Vetten
⚑ Energie (brandstof) voor je lichaam
🧱 Bouwstof β†’ cellen & energievoorraad (beschermt tegen kou)
πŸ’Š Levert vitamines A, D, E
🌱 Levert essentiële vetzuren (maakt je lichaam niet zelf)
πŸ‘€ Twee soorten vet:
  • Zichtbaar vet β†’ spek, boter
  • Onzichtbaar vet β†’ koekjes, chips

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

🧬 Opbouw van vetten
Vetten bestaan uit vetzuren: 2 soorten:
❌ Verzadigd vet = Verkeerd
β†’ verhoogt LDL-cholesterol β†’ bloedvaten slibben dicht

βœ… Onverzadigd vet = OkΓ©
β†’ verlaagt LDL-cholesterol (goed vet) β†’ soorten: omega 3, 6, 9

πŸ“Œ Ezelsbruggetje:
β€œVerzadigd = Verkeerd, Onverzadigd = OkΓ©.”



Gebruik rood ❌ voor verzadigd en groen βœ… voor onverzadigd.

Zet de tekst in twee kolommen (links verzadigd, rechts onverzadigd).

Voeg icoontjes toe, bv. 🚫 friet/koekjes links en πŸ₯‘ vis/noten rechts.

πŸ‘‰ Wil je dat ik dit meteen voor je ombouw naar een PowerPoint-dia met split-layout (links fout, rechts goed) zodat leerlingen het in één oogopslag zien?

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

πŸ’š Onverzadigd vet i.p.v. verzadigd vet
🚫 Verzadigd vet (slecht als je hier teveel van eet): roomboter, harde                         margarine, vet vlees, koek,  gebak, snacks.
βœ… Kies liever (gezond):
🧈 Halvarine, vloeibare margarine of olie
🐟 Meer vis in plaats van vlees
πŸ₯œ Een handje noten in plaats van een snack
πŸ“¦ Tip: kijk op de verpakking β†’ daar staat hoeveel verzadigd en                                    onverzadigd vet erin zit.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

πŸ“Š Hoeveel vet heb je nodig?
πŸ‘¨ Man β†’ Β± 100 g per dag
πŸ‘© Vrouw β†’ Β± 80 g per dag
⚠️ Nederlanders eten vaak meer vet 
       dan nodig 
πŸ‘‰ Minder vet eten = gezonder.
πŸ₯” Pringles (1 standaardbus, 200 g)
Vet: Β± 70 g
Verzadigd vet: Β± 20 g
πŸ₯ Croissant (1 stuks, Β± 50 g)
Vet: Β± 9–10 g
Verzadigd vet: Β± 5 g
🌭 Frikandelbroodje (1 stuks, ± 125 g)
Vet: Β± 20–21 g
Verzadigd vet: Β± 8–9 g

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

🍞 Koolhydraten
πŸ“¦ Verzamelnaam voor zetmeel en suikers

🌱 Gemaakt in de groene delen van planten (fotosynthese)

πŸ₯”πŸŒΎ Opgeslagen als zetmeel in wortels en zaden (bijv. aardappel, graan)

⚑ Belangrijkste brandstof voor je lichaam

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

⚑ Functie van koolhydraten
Leveren energie aan je lichaam

🍬 Snelle suikers β†’ geven direct energie (Β± 30–60 min), maar zorgen voor een snelle dip (snoep, frisdrank, koek).

🍞 Langzame zetmelen β†’ leveren geleidelijk energie (Β± 2–3 uur), houden je langer fit en vol (brood, rijst, aardappelen, granen).

πŸ“Š Ezelsbruggetje:
Snelle suikers = korte piek πŸŒ‹
Langzame zetmelen = stabiele lijn πŸŒ„

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

🌾 Voedingsvezels
πŸ₯¦ In volkoren producten, peulvruchten, groente, fruit en noten
🍽️ Belangrijk voor een goede spijsvertering
🚽 Helpt tegen verstopping
😁 Houdt je gebit schoon
🍞 Geeft sneller een vol gevoel

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Opdrachten
taak 1: opdracht 2 en 3
taak 2: 1 t/m 7 + 8a
taak 3: 2 en 3
taak 4: 1 t/m 5

Werkwijze
Lees eerst de bijbehorende theorie in Boom.
Maak de opdrachten in je boek.
Schrijf antwoorden in hele zinnen.
Kom je niet verder? Lees eerst de theorie opnieuw.
Vraag daarna hulp.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Praktijkopdrachten
Taak 
Zelfstandig - samenwerken
klassikaal - expert
Welke tekstbronnen, stappenplannen of sjablonen heb je nodig?
Taak 1
Taak 2
7:advies gezonde lunch
8. engergiekaarten
tb voedingsstoffen
Taak 3
4. poster eiwitten
Taak 4
5.  overzicht vetten
Taak 5
Taak 6
Taak 7
6. infographic maken
Taak 8
4. coachingsgesprek

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Lesafsluiting: Exitticket
Schrijf in je schrift:
1. Leg in één zin uit wat energiebalans betekent.

2. Kies één begrip en leg het uit:
directe kosten / indirecte kosten / eiwitten / koolhydraten

3. Hoe goed begrijp jij de les van vandaag?

🟒 Ik kan het zelf uitleggen.
🟠 Ik begrijp het grotendeels, maar heb nog hulp nodig.
πŸ”΄ Ik vind het nog lastig.

Slide 41 - Slide

This item has no instructions