Casus 1: Lisa (19) doet een mbo-opleiding, wil op kamers in een andere stad. Budget: β¬ 700 per maand.
βWat is voor haar logischer: huren of kopen?
Casus 2:
Omar heeft een vast contract bij een IT-bedrijf. Wil met zijn vriendin gaan samenwonen. Ze hebben samen β¬ 25.000 spaargeld.
β Zouden zij kunnen kopen? Wat zijn de risicoβs?
Casus 3:
Sven wil zelfstandig wonen, maar heeft een flexcontract en weinig spaargeld.
β Wat zijn zijn opties?