Duitsland: deling in de Koude Oorlog (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

DUITSLAND · 1945-1961

Examentraining

Duitsland: deling in de Koude Oorlog: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Oefen complexe examenvragen over soorten oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bronnen en interpretatie.

Items in this lesson

DUITSLAND · 1945-1961

Examentraining

Duitsland: deling in de Koude Oorlog: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Henry Ries, USAF / Wikimedia Commons, publiek domein

DUITSLAND · 1945-1961

Wat ga je kunnen?

Ik kan complexe examenvragen over Duitsland na 1945 beantwoorden: soorten oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bruikbaarheid van bronnen en continuïteit, verandering en interpretatie.

This item has no instructions

DUITSLAND · 1945-1961

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is de vraagstelling, wie is de maker, wanneer en met welk doel?

  • 2. Zoek: welk begrip, welke oorzaak of welk keerpunt uit de stof past bij de situatie?

  • 3. Beredeneer: onderbouw met de bron of het gegeven en benoem het type oorzaak, de standplaats of de interpretatie

This item has no instructions

Amerikaanse affiche voor het Marshallplan, 1950

DUITSLAND · 1945-1961

Vraagtype 1: soorten oorzaken en gevolgen

  • Maak onderscheid tussen aanleiding en diepere oorzaak, directe en indirecte oorzaken, en korte en lange termijn

  • Gebeurtenissen hebben meerdere oorzaken: noem er meer dan één en weeg ze

Image credit: E. Spreckmeester, ECA / Wikimedia Commons, publiek domein

Welke oorzaak van de deling van Duitsland in twee staten lag het diepst?

A

De afsluiting van West-Berlijn in 1948

B

De oprichting van de BRD in 1949

C

De vlucht van DDR-burgers naar het Westen

D

De botsende opvattingen van de VS en de Sovjet-Unie over Europa

Het verschil van opvatting over de opbouw van naoorlogs Europa en het bewaren van vrede is de diepere oorzaak. De blokkade van 1948 was een gebeurtenis waarin dat conflict zichtbaar werd, en de oprichting van beide staten was een gevolg. Verwachte fout: de blokkade als diepere oorzaak kiezen omdat zij zo opvallend is.

Noem een politiek en een sociaaleconomisch gevolg van westintegratie.

Politiek-bestuurlijk: de BRD werd een stabiele democratie en lid van de NAVO. Sociaaleconomisch: Wirtschaftswunder of samenwerking in de EGKS. Verwachte fout: twee gevolgen van dezelfde soort noemen of het type niet benoemen.

DUITSLAND · 1945-1961

Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid

  • Verklaar gedrag vanuit de kennis, waarden en situatie van de mensen van toen en daar

  • Let op waardesystemen, politieke en sociaaleconomische oriëntatie en wat men toen kon weten

This item has no instructions

Veel DDR-burgers vluchtten naar het Westen. Welke verklaring past bij hun standplaats?

A

Zij wisten dat in 1961 de Berlijnse muur zou komen

B

Zij wilden allemaal meedoen aan de NAVO

C

Zij kenden de gevolgen van de Koude Oorlog al

D

Zij zochten politieke en economische vrijheid die de DDR niet bood

De vluchtelingen handelden vanuit hun eigen ervaring met de dictatuur en de malaise. Dat de muur in 1961 zou komen, konden zij niet weten. Verwachte fout: terugredeneren vanuit wat we nu weten over het verdere verloop.

Verklaar vanuit de situatie van de DDR in de jaren 1950 waarom de bevolking de Stasi vreesde.

Goed: de DDR was een totalitaire dictatuur; vooral na de mislukte opstand van 1953 stond de bevolking onder strenge controle, en kritiek op het regime kon gevolgen hebben. Verwachte fout: de Stasi bekijken als gewone politie of vanuit onze huidige rechtsstaat redeneren.

Betonblokken worden met een kraan achter prikkeldraad geplaatst, Berlijn, augustus 1961

DUITSLAND · 1945-1961

Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen

  • Weeg de bruikbaarheid voor een vraagstelling: betrouwbaarheid (maker, doel, publiek, informatie) en representativiteit

  • Een bron is nooit bruikbaar of onbruikbaar in het algemeen, maar voor een bepaalde vraag

Image credit: Helmut J. Wolf, Bundesarchiv / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Ulbricht zei op 15 juni 1961 dat niemand de bedoeling had een muur te bouwen. Waarvoor is dit vooral bruikbaar?

A

Als bewijs dat de DDR geen afsluiting plande

B

Voor hoe het regime zijn plannen verhulde, niet als bewijs van die plannen

C

Voor de mening van alle DDR-burgers

D

Voor de plannen van de Amerikaanse regering

De uitspraak is gedaan door de leider van het regime, met het doel de bevolking gerust te stellen. Twee maanden later werd de muur gebouwd. Het is dus bruikbaar als voorbeeld van de communicatie van het regime, niet als weergave van de werkelijke plannen. Verwachte fout: de uitspraak letterlijk nemen.

Een Westduitse krant schrijft in 1953 over de opstand in de DDR. Noem een kracht en een beperking.

Goed: kracht, de krant stond niet onder DDR-censuur en kon vrij berichten; beperking, de schrijvers zaten in het Westen met een eigen standpunt in de Koude Oorlog en hadden beperkt zicht op wat er in de DDR gebeurde. Verwachte fout: alleen zeggen dat de bron betrouwbaar is omdat hij uit de tijd zelf komt.

De bezettingszones in Duitsland, 1945

DUITSLAND · 1945-1961

Vraagtype 4: continuïteit, verandering, interpretatie

  • Onderscheid continuïteit en verandering naar tempo, duur en schaal

  • Elke periodisering of verklaring is een interpretatie: historici kunnen verschillend kiezen

Image credit: US Army (Ziemke) / Wikimedia Commons, publiek domein

Een historicus ziet 1948 als begin van de deling, een ander 1949. Hoe kan dat?

A

Een van beiden gebruikt onjuiste jaartallen

B

Zij gebruiken dezelfde bronnen niet

C

Zij kiezen een ander criterium: de breuk tussen de bezetters of de vorming van staten

D

Het verschil is alleen een taalkwestie

1948 (blokkade) markeert de breuk in de samenwerking tussen de bezetters, 1949 (BRD en DDR) de formele deling in twee staten. Beide zijn verdedigbaar, afhankelijk van de vraagstelling. Verwachte fout: denken dat er maar één juist keerpunt bestaat.

De DDR zag zich als erfgenaam van het verzet, de BRD zette het naziverleden opzij. Wat laat dit zien?

A

Beide staten gebruikten het verleden passend bij hun eigen ideologie en doelen

B

Alleen de BRD had met het naziverleden te maken

C

Beide staten pakten het naziverleden even kritisch aan

D

De bezetters bepaalden hoe beide staten terugblikten

De DDR benadrukte het communistische verzet en de strijd tegen het fascisme, de BRD de stabiliteit en wederopbouw. Dat is een verschil in omgang met hetzelfde verleden, en daarmee een voorbeeld van interpretatie. Verwachte fout: aannemen dat beide staten hetzelfde verleden op dezelfde manier behandelden.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Soorten oorzaken en gevolgen

2

Standplaatsgebondenheid

3

Bruikbaarheid van bronnen

4

Continuïteit, verandering, interpretatie

Oefen het vraagtype met de meeste stemmen nog een keer.

DUITSLAND · 1945-1961

Tips voor op het examen

  • Noem bij een oorzaak altijd het type: aanleiding of diepere oorzaak, politiek, sociaaleconomisch of cultureel-mentaal

  • Verklaar gedrag vanuit de situatie van toen, zonder het goed te praten

  • Bij bronnen: koppel maker, doel en publiek aan de vraagstelling, en denk aan representativiteit

  • Jaartallen als 1945, 1948, 1949, 1953 en 1961 zijn keerpunten om je redenering aan op te hangen

This item has no instructions