e-bike € 2.890. In 2026 is de prijs van dezelfde e-bike gedaald naar € 2.750. Bereken het indexcijfer van 2026.
Rond je antwoord af op één decimaal.
Antwoord:
(2.750 ÷ 2.890) × 100 = 95,15... --> 95,2
conclusie
de prijs is gedaald met <div>100 - 95,2 = 4,8% t.o.v. het basisjaar</div>
indexcijfer in het basisjaar = 100
Slide 6 - Slide
Aan het eind van deze les kun je:
de betekenis van koopkracht aangeven;
de oorzaken van inflatie benoemen;
het consumentenprijsindexcijfer (cpi) en de inflatie berekenen.
DE LESDOELEN
GOAL!
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Koopkracht
= de hoeveelheid goederen en diensten die je
met je inkomen kunt kopen.
Je koopkracht hangt af van:
de hoogte van je inkomen;
de hoogte van de prijzen.
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Video
Slide 11 - Video
Inflatie
= een algemene prijsstijging van goederen en diensten.
Door inflatie wordt de koopkracht
Het geld wordt dus minder waard --> geldontwaarding.
Het tegenovergestelde van inflatie noemen we deflatie.
groter of kleiner?
kleiner
...
Slide 12 - Slide
marktwerking (goederen & diensten)
Prijs stijgt als: aanbod daalt of vraag stijgt.<div>Prijs daalt als: aanbod stijgt of vraag daalt.</div>
Slide 13 - Slide
cpi = consumentenprijsindexcijfer
geeft de prijsontwikkeling van consumentenprijzen weer -->
hiermee bepaalt het CBS hoe hoog de inflatie is.
Slide 14 - Slide
cpi = consumentenprijsindexcijfer
Het cpi is een samengesteldgewogen indexcijfer!
<span style="font-weight: bold">gewogen, </span><span style="font-weight: bold">omdat de ene artikelgroep zwaarder meetelt dan de andere artikelgroep. De artikelgroep waar een gezin het meeste geld uitgeeft, krijgt de hoogste wegingsfactor.</span>
<span style="font-weight: bold">samengesteld, omdat het cpi is samengesteld uit verschillende artikelgroepen</span>
Slide 15 - Slide
dus: 'samengesteld'
Slide 16 - Slide
dus: 'gewogen'
Slide 17 - Slide
dus: samengesteld gewogen cpi
Slide 18 - Slide
Hoe bereken je het cpi?
Drie stappen:
1. Vermenigvuldig per productgroep het prijsindexcijfer met de wegingsfactor.
2. Tel alle uitkomsten daarvan bij elkaar op.
3. Deel dit totaal door het totaal van alle wegingsfactoren.
Slide 19 - Slide
Hoe bereken je het cpi?
Drie stappen:
1. Vermenigvuldig per productgroep het prijsindexcijfer met de wegingsfactor.
2. Tel alle uitkomsten daarvan bij elkaar op.
3. Deel dit totaal door het totaal van alle wegingsfactoren.
Blz. 33
opg.13
Slide 20 - Slide
Hoe bereken je het cpi?
Drie stappen:
1. Vermenigvuldig per productgroep het prijsindexcijfer met de wegingsfactor.
2. Tel alle uitkomsten daarvan bij elkaar op.
3. Deel dit totaal door het totaal van alle wegingsfactoren.
Blz. 33
opg.13
Slide 21 - Slide
§ 1.4 Opbouw van de les
Herhaling vorige les: indexcijfers
5 min
Lesdoelen
5 min
Uitleg
10 min
Opgaven maken + bespreken
15 min
Aan de slag!
10 min
Afsluiting
5 min
Slide 22 - Slide
Maken: opgave 3 + 4 (blz. 23)
Drie stappen:
1. Vermenigvuldig per productgroep het prijsindexcijfer met de wegingsfactor.
2. Tel alle uitkomsten daarvan bij elkaar op.
3. Deel dit totaal door het totaal van alle wegingsfactoren.
Slide 23 - Slide
Opgave 3 (blz. 23)
a Aan kleding. Hier is de wegingsfactor het laagst.
b Met 2%. Prijsindexcijfer van 100 naar 102.
c Voeding is iets goedkoper geworden. Prijsindexcijfer van 100 naar 99).