Instrumenten en zangstemmen (Muziek havo), les 3: Terugblik quiz

KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

QUIZ

Terugblik: Instrumenten en zangstemmen

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met quiz van 10 vragen over instrumenten, zangstemmen en klankprocessen, waaronder 3 luistervragen over elektronische instrumenten, alt en sopraan.

Items in this lesson

KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

QUIZ

Terugblik: Instrumenten en zangstemmen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Godwin Borg / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Video: Jean-Michel Jarre: Oxygene, Pt. 4 (kanaal JeanMichelJarreVEVO). Wat leerlingen horen: elektronische klanken, onder meer een synthesizer met een melodie en een elektronisch ritme. Goede antwoord: elektronische instrumenten. Veelgemaakte fout: strijkers, omdat een synthesizer zachte, lange tonen kan maken.

Welke groep instrumenten hoor je in dit fragment?

A

Gestreken snaarinstrumenten

B

Elektronische instrumenten

C

Koperen blaasinstrumenten

D

Houten blaasinstrumenten

Goede antwoord: elektronische instrumenten, bijvoorbeeld een synthesizer. De klank is gesynthetiseerd en heeft geen strijkstok, lippen of riet nodig. Wie strijkers kiest, denkt aan lange warme tonen. Die kan een synthesizer nabootsen.

Video: G.F. Handel: Ombra mai fu uit Serse (Kathleen Ferrier, kanaal Kathleen Ferrier - Topic). Wat leerlingen horen: een lage, donkere, volle vrouwenstem met orkest. Goede antwoord: alt. Veelgemaakte fout: sopraan, omdat het een vrouwenstem is. Ferrier was een alt.

Welke zangstem hoor je in dit fragment?

A

Sopraan

B

Tenor

C

Bas

D

Alt

Goede antwoord: alt, een lage, donkere vrouwenstem. Wie sopraan kiest, let op het verschil tussen mannen en vrouwen, maar niet op hoe laag de stem klinkt. Een tenor of bas is een mannenstem.

Video: Franz Schubert: Gretchen am Spinnrade (Lucia Popp, sopraan, Irwin Gage, piano, kanaal Lucia Popp - Topic). Wat leerlingen horen: een hoge vrouwenstem met alleen piano ernaast. Goede antwoord: sopraan. Veelgemaakte fout: alt, omdat leerlingen een vrouwenstem horen maar niet letten op de hoogte.

Welke zangstem hoor je in dit fragment?

A

Sopraan

B

Alt

C

Tenor

D

Bas

Goede antwoord: sopraan, een hoge vrouwenstem. Wie alt kiest, let niet op hoe hoog en licht de stem klinkt. Tenor en bas zijn mannenstemmen.

Welk snaarinstrument klinkt het laagst?

A

Cello

B

Altviool

C

Contrabas

D

Viool

De contrabas is de grootste en laagste van de gestreken snaarinstrumenten. Wie cello kiest, vergeet dat de contrabas nog lager klinkt.

Tot welke groep behoort de vibrafoon?

A

Membranofonen

B

Koperen blaasinstrumenten

C

Idiofonen

D

Gestreken snaarinstrumenten

De vibrafoon heeft metalen klankstaven en klinkt door het materiaal zelf: een idiofoon. Wie membranofoon kiest, denkt dat alle slaginstrumenten een vel hebben.

Welk instrument heeft toetsen en tokkelende veertjes bij de snaren?

A

Klavecimbel

B

Piano

C

Harp

D

Accordeon

De klavecimbel heeft toetsen, maar de snaren worden getokkeld. Bij de piano slaan hamertjes tegen de snaren. Wie harp kiest, vergeet de toetsen.

Noem één idiofoon uit het drumstel.

Goede antwoorden: hihat of bekkens (cymbals). Verwachte fout: snaredrum, tomtoms of basdrum noemen. Die hebben een vel en zijn membranofonen.

Welke naam is op het examen goed voor het slaginstrument met snaren onder het vel?

A

Trommel

B

Tamboerijn

C

Tomtom

D

Snaredrum

Op het examen schrijf je kleine trom of snaredrum. Trommel staat in het addendum als foute benaming. De tomtom heeft geen snaren onder het vel.

Welke situatie is een voorbeeld van contrast?

A

Fagot en hobo smelten samen tot één klank

B

Een fagotsolo wordt plotseling gevolgd door trompetten

C

Eén voor één komen er instrumenten bij

D

Een dwarsfluit speelt de hele tijd alleen

Contrast is een plotselinge wisseling van klankkleur. Samensmelten is menging, langzaam bijkomen is verschuiving. De laatste optie is geen klankproces.

Welke groep omvat de klarinet en de saxofoon?

A

Houten blaasinstrumenten

B

Koperen blaasinstrumenten

C

Idiofonen

D

Gestreken snaarinstrumenten

Klarinet en saxofoon hebben een riet en horen bij de houten blaasinstrumenten, ook al is de saxofoon van metaal. Wie koper kiest, laat zich leiden door het materiaal.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

GOED GEDAAN!

Je kunt nu instrumenten en zangstemmen herkennen, benoemen en ordenen. Luister nog eens naar de fragmenten uit de uitleg en de training en zeg bij elk fragment hoe je het instrument herkent.

This item has no instructions