KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
EXAMENTRAINING
Instrumenten en zangstemmen: zo pak je examenvragen aan
KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
EXAMENTRAINING
Instrumenten en zangstemmen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Godwin Borg / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan instrumenten en zangstemmen op gehoor en op een foto herkennen, de juiste naam geven en klankprocessen benoemen.
This item has no instructions
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN
1. Lees: moet je een instrument, een zangstem of een klankproces benoemen?
2. Luister: speel het fragment minstens twee keer. Wordt er geblazen, geslagen, getokkeld of gezongen?
3. Let op de klankkleur: scherp of zacht, hoog of laag, tikkend of voluit klinkend.
4. Schrijf: gebruik de volledige naam, zoals blokfluit en niet alleen fluit.
This item has no instructions
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
VRAAGTYPE 1: HOUTBLAZER OP GEHOOR
Je hoort een fragment en kiest welk instrument speelt.
Luister naar de klankkleur: scherp en nasaal of diep en vol?
Denk aan het riet: de hobo en de fagot hebben allebei een dubbel riet.
This item has no instructions
Video: Benjamin Britten: Pan uit Six Metamorphoses after Ovid voor solo hobo (François Leleux, kanaal François Leleux - Topic). Wat leerlingen horen: een hobo die alleen speelt, in een vrij tempo, zonder begeleiding. De klank is scherp en nasaal. Goede antwoord: hobo. Veelgemaakte fout: klarinet, omdat ook dat een riet heeft.
Welk instrument speelt in dit fragment?
Klarinet
Dwarsfluit
Hobo
Fagot
Goede antwoord: hobo, met een scherpe, nasale klank. Wie klarinet kiest, hoort een zachtere klank. Wie fagot kiest, let niet op de hoogte: de fagot klinkt veel lager.
Video: J.S. Bach: Cellosuite nr. 1, Prelude, gespeeld op fagot (Sophie Dervaux, kanaal Sophie Dervaux - Official). Wat leerlingen horen: een fagot die alleen speelt. Het stuk is oorspronkelijk voor cello geschreven en bestaat uit doorlopende gebroken akkoorden. De klank is warm en wat nasaal, lager dan een hobo. Goede antwoord: fagot. Veelgemaakte fout: hobo.
Welk instrument speelt dit fragment alleen?
Hobo
Klarinet
Fagot
Saxofoon
Goede antwoord: fagot, een houten instrument met dubbel riet en een diepe, zachte klank. Wie hobo kiest, hoort niet dat de klank veel lager en ronder is. Wie saxofoon kiest, let op de rietklank maar niet op de klankkleur.
Een set pauken
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
VRAAGTYPE 2: SLAGINSTRUMENT OP GEHOOR EN FOTO
Je hoort een slaginstrument of ziet een foto en benoemt het instrument.
Bij een vel is het een membranofoon, bij metaal of hout een idiofoon.
Hier zie je instrumenten met een groot vel en een koperen ketel.
Image credit: Jorge Royan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Video: Askell Masson: Prim voor kleine trom (Evelyn Glennie, kanaal Evelyn Glennie). Wat leerlingen horen: een kleine trom die alleen speelt, met ritmes van zacht tot hard. Goede antwoord: kleine trom of snaredrum. Veelgemaakte fout: pauken, omdat ook dat een trom met vel is. Pauken hebben een duidelijke toonhoogte, de snaredrum niet.
Welk instrument speelt in dit fragment?
Kleine trom (snaredrum)
Pauken
Triangel
Bekkens
Goede antwoord: kleine trom of snaredrum, met een droge, rommelende klank door de snaren onder het vel. Pauken klinken lager en hebben een vaste toonhoogte. Triangel en bekkens zijn metaal en klinken lang door.
Welk instrument zie je op de foto bij vraagtype 2?
Snaredrum
Tomtoms
Bongo's
Pauken
Goede antwoord: pauken, ketelvormige trommels met een groot vel. Wie tomtoms kiest, denkt aan het drumstel. Bongo's zijn kleiner en worden met de handen bespeeld.
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
VRAAGTYPE 3: ZANGSTEM OP GEHOOR
Je hoort een stem en kiest de zangstem.
Eerst: mannen- of vrouwenstem? Dan: hoog of laag?
Van hoog naar laag: sopraan, alt, tenor, bas.
This item has no instructions
Video: W.A. Mozart: Die Zauberflote, Dies Bildnis ist bezaubernd schon (Fritz Wunderlich, kanaal Fritz Wunderlich - Topic). Wat leerlingen horen: een hoge, lichte mannenstem met zacht orkest eronder. Het is de aria van Tamino. Goede antwoord: tenor. Veelgemaakte fout: sopraan, omdat de stem hoog klinkt.
Welke zangstem hoor je in dit fragment?
Sopraan
Tenor
Alt
Bas
Goede antwoord: tenor, een lichte, hoge mannenstem. Wie sopraan kiest, hoort dat de stem hoog is maar ziet over het hoofd dat het een man is.
Video: W.A. Mozart: Die Entfuhrung aus dem Serail, aria van Osmin (Kurt Moll, kanaal Kurt Moll - Topic). Wat leerlingen horen: een heel lage, volle mannenstem met orkest. Het is de aria van Osmin. Goede antwoord: bas. Veelgemaakte fout: tenor.
Welke zangstem hoor je in dit fragment?
Bas
Tenor
Alt
Sopraan
Goede antwoord: bas, een heel lage, volle mannenstem. Wie tenor kiest, vergeet dat een tenor veel hoger klinkt. Alt en sopraan zijn vrouwenstemmen.
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
VRAAGTYPE 4: NAMEN EN KLANKPROCESSEN
Je geeft een instrument de juiste naam of benoemt wat er met de klank gebeurt.
Plotseling anders: contrast. Samensmelten: menging. Langzaam veranderen: verschuiving.
Let op een situatie in de vraag: welke instrumenten klinken wanneer?
This item has no instructions
Wat is op het examen de goede naam voor het houten blaasinstrument met een snavel?
Fluit
Panfluit
Blokfluit
Dwarsfluit
Goede antwoord: blokfluit. Alleen fluit is fout, dat staat in het addendum van de syllabus. De panfluit is een rij pijpjes en de dwarsfluit houd je opzij.
Alleen dwarsfluit, daarna komen fagot en trombone één voor één bij. Welk klankproces?
Contrast
Verschuiving
Menging
Geen verandering
De klankkleur verandert geleidelijk doordat er instrumenten bijkomen: verschuiving. Wie contrast kiest, let niet op het woord geleidelijk. Menging is samensmelten tot één klank, niet het langzaam veranderen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Houtblazer op gehoor
Slaginstrument op gehoor en foto
Zangstem op gehoor
Namen en klankprocessen
Bespreek de uitslag en speel het lastigste fragment nog een keer, met de vraag waar je het aan hoort.
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
TIPS VOOR OP HET EXAMEN
Luister eerst naar wat de klank maakt: lucht, een vel, een snaar of elektronica. Dat sluit de helft van de opties al uit.
Gebruik altijd de volledige naam: blokfluit, panfluit, kleine trom of snaredrum, trombone.
Bij een zangstem: eerst man of vrouw, dan hoog of laag. De volgorde van hoog naar laag is sopraan, alt, tenor, bas.
Bij klankprocessen: let op de woorden plotseling (contrast), samensmelten (menging) en geleidelijk (verschuiving).
This item has no instructions