Op het werkblad staat de pv, wg en O nog een keer uitgelegd.
We maken samen de voorkant.
Klaar. Zelfstandig aan de slag met de achterkant: 1. Onderstreep de persoonsvorm (pv) 2. Zoek alle werkwoorden, en schrijf 'wg' erboven. 3. Zoek het onderwerp (O), en schrijf 'O' erboven.
Zijn er zinnen met een lijdend voorwerp (lv)?
3.7 Grammatica - aan de slag
Werkblad oefenen met PV, wg en O
Slide 22 - Slide
Maak opdracht 6, 7 en 8 blz. 243 en 244 (hw 1E)
Maak opdracht 12, 13 en 14 blz. 246 - 248
3.7 Grammatica
Aan de slag
Slide 23 - Slide
Maak opdracht 17, 18 en 19 blz.250-251. Je hoeft geen zinsdeelstrepen te zetten!
Je weet al dat signaalwoorden een verband aangeven tussen woorden, zinnen of alinea’s.
Je hebt al eerder de signaalwoorden bij een opsomming geleerd, zoals: als eerste, bovendien, verder, daarnaast, ook, tot slot. Bijvoorbeeld: Als eerste rende hij naar boven. Daarnaast nam hij onderweg snel zijn schooltas mee. Als laatste deed hij zijn kamerdeur op slot.
Er zijn ook signaalwoorden die een tegenstelling aangeven, zoals maar, daarentegen, echter, toch, integendeel. Bijvoorbeeld: Het regent keihard, maar ik ga toch buitenspelen. Ik had goed met haar afgesproken, toch kwam ze niet opdagen.
Slide 43 - Slide
Aan de slag
Maken opdracht 16 t/m 19 blz. 202-203
Slide 44 - Slide
Wat je moet weten voor de toets.
Wat feiten en meningen zijn. (H2)
De signaalwoorden van een opsomming. (H2)
Wat een alinea is en hoe je die herkent. (H3)
Wat een kernzin en toelichting is. (H3)
Het herkennen van hoofdzaken en bijzaken. (H3)
De signaalwoorden van een tegenstelling. (H3)
Slide 45 - Slide
3.3 Lezen - Kernzin en toelichting (blz. 195)
Een langere tekst is verdeeld alinea’s. De zinnen in een alinea horen bij elkaar. Ze gaan over hetzlefde stukje van het onderwerp (deelonderwerp).
In een alinea staat bijna altijd een kernzin: de zin met de belangrijkste informatie van die alinea. Vaak is het de eerste zin van de alinea.
De andere zinnen zijn een toelichting bij de kernzin. Ze geven uitleg of een voorbeeld.
Bijvoorbeeld: Emoji zijn symbolen die emoties of plaatjes weergeven. Je kunt er sneller informatie mee overbrengen dan met tekst. Er verschijnen regelmatig nieuwe emoji. Zo kun je tegenwoordig mango’s, lama’s en skateboards versturen.
Slide 46 - Slide
Aan de slag
Bespreken huiswerk - Opdracht 8 en 9 blz. 196-197 - Hoofdzaken en bijzaken blz. 198 en bespreken opdracht 10 blz. 198.
Maken opdracht 11 t/m 14 blz. 198 - 201,
Slide 47 - Slide
3.3 Aan de slag
ERHHW
Samen maken opdracht 7 blz. 196
Zelfstandig lezen tekst 2 en maken opdracht 8 en 9 blz. 196-197
Huiswerk:
Lezen tekst Hoofdzaken en bijzaken blz. 198 en maken opdracht 10 blz. 198.
Oefenen woorden hoofdstuk 2 blz. 137.
Slide 48 - Slide
Tijd voor Blooket?
Slide 49 - Slide
3.3 lezen
Alinea's herkennen
Slide 50 - Slide
Ook jouw docent (Nederlands) wordt beoordeeld.
Door andere docenten, directie en door jullie....!
Daarom verzoek om zo eerlijk mogelijk de evaluatie (digitaal) in te vullen.
Resultaten zijn anoniem.
ga naar mijnles.nu/
code: NLCXZ0J
evaluatie docent
Slide 51 - Slide
Oefenen met kijken en luisteren
Je krijgt zo een videofragement.
1. Kijk en luister je goed.
2. Daarna ga je de vragen maken.
3. Je krijg het fragment daarna nog een keer te zien.