M3 Markt en overheid § 2.2-5 Marktvormen

M3 H2 marktevenwicht per marktvorm
1 / 36
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

M3 H2 marktevenwicht per marktvorm

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Je kunt de omzet en de winst in het marktevenwicht berekenen op een markt van volkomen concurrentie.
  • Je kunt uitleggen hoe de marktvorm monopolistische concurrentie afwijkt van volkomen concurrentie.

Slide 2 - Slide

Waardoor staat de prijs vast in een markt van volkomen concurrentie?
A
Er zijn veel aanbieders, 1 producent heeft te weinig invloed
B
De prijs is vastgesteld door de overheid.

Slide 3 - Quiz

Hoe wordt de prijs in een markt van volkomen concurrentie dan wel bepaald?
A
Prijs wordt door de overheid bepaald
B
Prijs waarbij vraag gelijk is aan aanbod
C
De prijs is een evenwichtsprijs
D
De prijs wordt door de producent bepaald

Slide 4 - Quiz

De prijs staat vast. De producent kan wel bepalen hoeveel producten hij gaat aanbieden. Hij kiest een hoeveelheid waarbij zijn winst maximaal is.
Bij volkomen concurrentie kan een producent de prijs niet veranderen.
Wat kan hij wel zelf bepalen?

Slide 5 - Mind map

P = MO = GO
Voorbeeld: product met een verkoopprijs van € 10

Slide 6 - Slide

Volkomen concurrentie
  • Veel aanbieders, homogeen product.
  • Prijs wordt bepaald door vraag en aanbod (zijn in evenwicht).
  • Eén producent heeft geen invloed op de prijs => voor die producent staat de prijs vast.
  • Producent kan wel hoeveelheid kiezen die hij produceert.
  • Welke hoeveelheid kiest hij? Die hoeveelheid waarbij hij de grootste winst maakt (winstmaximalisatie).

Slide 7 - Slide

Volkomen concurrentie
  • Welke hoeveelheid kiest hij? Die hoeveelheid waarbij hij de grootste winst maakt (winstmaximalisatie).
  • Wanneer is de winst van een producent maximaal?
  • Bij die hoeveelheid waarbij de marginale opbrengsten (MO) precies gelijk zijn aan de marginale kosten (MK), MO = MK
  • Links van dat punt: 1 product meer: MO > MK, winst stijgt
  • Rechts van dat punt: 1 product meer: MK > MO, winst daalt

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Wat zijn de kenmerken van de marktvorm 'monopolistische concurrentie'?
A
1 aanbieder, homogeen product
B
Weinig aanbieders, heterogeen product
C
Veel aanbieders, heterogeen product
D
Veel aanbieders, homogeen product

Slide 11 - Quiz

De bestaande restaurants zullen ieder wat minder klanten krijgen.
Het aantal mensen dat naar restaurants in de wijk gaat, stijgt waarschijnlijk.
Wat zal er met het aantal klanten van restaurants gebeuren als er een restaurant bijkomt in jullie in de wijk?

Slide 12 - Mind map

De producent kan (binnen bepaalde grenzen) de prijs zelf bepalen. 
Als klanten voorkeur hebben voor zijn product, zullen ze niet meteen naar een ander gaan wanneer hij de prijs verhoogt.
Kan een producent in markt van monopolistische concurrentie
de prijs zelf bepalen?

Slide 13 - Mind map

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Lesdoelen
  • Je kunt de marktvormen monopolie en oligopolie uitleggen.
  • Je kunt de grafiek met kosten en opbrengsten van een monopolist toelichten
  • Je kunt de omzet en de winst in het marktevenwicht berekenen op een markt van monopolie

Slide 16 - Slide

Wat zijn de kenmerken van de marktvorm monopolie?
A
1 aanbieder, homogeen product
B
Weinig aanbieders, heterogeen product
C
Veel aanbieders, heterogeen product
D
Veel aanbieders, homogeen product

Slide 17 - Quiz

Wat zijn de kenmerken van de marktvorm oligopolie?
A
1 aanbieder, homogeen product
B
Weinig aanbieders, heterogeen product
C
Weinig aanbieders, homogeen product
D
Veel aanbieders, homogeen product

Slide 18 - Quiz

Duopolie, een vorm van een oligopolie, een markt met twee producenten
Wat zou een duopolie zijn?
(wat betekent het woord duo?)

Slide 19 - Mind map

Hoe wordt de prijs bij een monopolie bepaald?
A
Prijs wordt door de overheid bepaald
B
Prijs waarbij vraag gelijk is aan aanbod
C
De prijs is een evenwichtsprijs
D
De prijs wordt door de producent bepaald

Slide 20 - Quiz

Hoe wordt de prijs bij een oligopolie bepaald?
A
Door de producent, wel letten op concurrentie
B
Prijs waarbij vraag gelijk is aan aanbod
C
De prijs is een evenwichtsprijs
D
De prijs wordt door de producent bepaald

Slide 21 - Quiz

De prijs staat vast. De producent kan wel bepalen hoeveel producten hij gaat aanbieden. Hij kiest een hoeveelheid waarbij zijn winst maximaal is.
Bij volkomen concurrentie kon een producent de prijs niet veranderen.
Wat kon hij wel zelf bepalen?

Slide 22 - Mind map

Een producent in marktvorm van volkomen concurrentie is een ..
A
Hoeveelheidsaanpasser
B
Prijszetter

Slide 23 - Quiz

Een producent in marktvorm van monopolie of oligopolie is een ..
A
Hoeveelheidsaanpasser
B
Prijszetter

Slide 24 - Quiz

Monopolie
  • Eén aanbieder (homogeen product).
  • Prijs wordt bepaald door de producent.
  • Bij gekozen prijs op collectieve vraaglijn = > de hoeveelheid
  • Welke prijs kiest hij? Die prijs waarbij hij zijn winst maximaliseert.
  • Bij die prijs (& hoeveelheid) waarbij de marginale opbrengsten gelijk zijn aan de marginale kosten, MO = MK

Slide 25 - Slide

Welke grafiek hoort bij welke marktvorm en waarom?

Slide 26 - Slide

Volkomen concurrentie
Monopolie
Prijs staat vast (collectieve evenwicht). MO = P
Producent kiest prijs (en q) op collectieve vraaglijn. Prijs daalt => hoeveelheid neemt toe. Extra opbrengsten bij een extra product (MO) nemen dus ook af. MO dalende lijn die onder de prijs ligt (want de eerdere productie krijgt ook een lagere prijs (zoals extra product). Blz 29.

Slide 27 - Slide

Monopolie
  • Eén aanbieder (homogeen product).
  • Prijs wordt bepaald door de producent.
  • Bij gekozen prijs op collectieve vraaglijn = > de hoeveelheid
  • Welke prijs kiest hij? Die prijs waarbij hij zijn winst maximaliseert.
  • Bij die prijs (& hoeveelheid) waarbij de marginale opbrengsten gelijk zijn aan de marginale kosten, MO = MK

Slide 28 - Slide

Hoeveel bedraagt de maximale winst?
Maximale winst bij MO = MK, => q = 25 => P op vraaglijn => P = € 50
GTK eraf (bij q = 25 => € 25). 50 - 25 = € 25 winst per product.
Hoeveel producten q = 25. TW = 25 x 25 = € 625

Slide 29 - Slide

Prijsdiscriminatie: aan verschillende consumenten worden verschillende prijzen gevraagd voor hetzelfde product

Kan de monopolist ook verschillende prijzen aan verschillende mensen vragen?

Slide 30 - Mind map

Prijsdiscriminatie
Verschillende (groepen) klanten => verschillende prijzen
  • Werkt niet als product doorverkocht kan worden (arbitrage)
  • De markt moet te verdelen zijn in marktsegmenten
  • Perfecte prijsdiscriminatie => iedere klant betaalt maximale prijs die hij bereid is te betalen (ideaaltype)

Slide 31 - Slide

Huiswerk


Bestudeer § 2. 3 en 2.5 
Maak de opgaven 11 t/m 22

Slide 32 - Slide

2.2 Opgave 10
  • 5p – 100 = –2,5p + 200 → 7,5p = 300 → p = 40 eurocent
  • p = 40 → Qa = 5 × 40 – 100 = 100 (× 1 miljoen kilo) → p × Q = € 0,40 × 100 × 1 miljoen kilo = € 40 miljoen
  • Geen invloed op prijs: zijn aanbod is te klein in totaal van veel aanbieders (van een homogeen product)
  • Aanbod groter => evenwichtsprijs blijft hetzelfde => prijs ontvangt hij ook voor vlg. product. Extra opbrengst (MO) = P

Slide 33 - Slide

2.2 Opgave 10
  • Winst maximaal bij hoeveelheid waar MO = MK , bij Qi = 100
  • Maximale winst = (40 – 35) × 100 × 1.000 = 500.000 cent = € 5.000. Is hoogste winst die te halen is, grotere hoeveelheid => geeft minder dan € 5000.
  • De marktprijs ligt boven de GTK van de individuele aanbieder, er zullen nieuwe aanbieders toetreden
  • 31: laagste punt van de GTK. Nieuwe aanbieders tot winst 0.

Slide 34 - Slide

Lesdoelen
  • Je kunt de omzet en de winst in het marktevenwicht berekenen op een markt van volkomen concurrentie.
  • Je kunt uitleggen hoe de marktvorm monopolistische concurrentie afwijkt van volkomen concurrentie.

Slide 35 - Slide

Huiswerk


Bestudeer § 2.2 en 2.3 
Maak de opgaven 10 t/m 12

Slide 36 - Slide