Les 5 - Karakteristieke groepen & nomenclatuur

1 / 22
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMBOStudiejaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Weekplanning
Wk 1: Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur
Wk 2: Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur
Wk 3: Basiskenmerken van koolwaterstoffen, nomenclatuur & isomerie
Wk 4: Uitloop, herhaling
Wk 5: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 6: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 7: Herhaling & oefentoets

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Jij:
  • Kan de onderstaande groepen herkennen en benoemen:
       - Alcoholgroepen.
       - Aminogroepen.
       - Zuurgroepen.
  • Kan koolstofverbindingen met deze groepen een naam en structuurformule geven.


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Herhaling - karakteristieke groepen
  • Alcoholgroepen
  • Aminogroepen
  • Zuurgroepen
  • Naamgeving
  • Aan de slag! 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wat is een
karakteristieke groep?

Slide 5 - Open question

Een groep die minstens één ander atoom bevat dan koolstof of waterstof.
Zo’n groep kan zelfs bestaan uit maar één enkel atoom (behalve een waterstofatoom).
Karakteristieke groepen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Herhaling - karakteristieke groepen
  • Alcoholgroepen
  • Aminogroepen
  • Zuurgroepen
  • Naamgeving
  • Aan de slag! 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Alcoholen
  • Alcoholen zijn karakteristieke groepen waar een 
       koolstofatoom aan een ~OH groep zit.

  • Ze hebben als voorvoegsel: ~hydroxy~.
  • Ze hebben als achtervoegsel: ~ol.

  • Meerdere -OH groepen: 
       gebruikmaken van di, tri etc.


Slide 8 - Slide

  • Je gebruikt ~ol als de alcoholgroep de hoofdgroep is --> Ethanol
  • Je gebruikt ~hydroxy als de alcoholgroep niet de hoofdgroep is en een andere groep belangrijker is   --> hydroxyethaanzuur. 

Alkanolen
  • Een alcohol is een molecuul met een -O-H groep.
  • Een -OH groep heet een hydroxylgroep of alcoholgroep

Een alkanol is een alkaan waarbij één H atoom vervangen is door een -OH groep

Een alcohol is dus de naam voor de groep, een alkanol is de naam voor het molecuul met een alcoholgroep (zoals methanol, ethanol etc.)

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Naamgeving

De naam van een alkanol krijg je door achter de stamnaam het achtervoegsel -ol te zetten

Voorbeeld 1: Methanol.
 

Voorbeeld 2: Ethanol.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Naamgeving
Bij propaan kan de hydroxylgroep aan het eerste of het tweede C-atoom zitten. Dit geef je aan met een nummer:

Voorbeeld 1: Propaan-1-ol.
 
Voorbeeld 2: Propaan-2-ol.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Herhaling - karakteristieke groepen
  • Alcoholgroepen
  • Aminogroepen
  • Zuurgroepen
  • Naamgeving
  • Aan de slag! 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Aminen
  • Karakteristieke groepen waar een koolstofatoom aan een ~NH2 groep zit. 
  • De amine groep heeft een relatief lage prioriteit, net boven die van  halogenen   
  • Ze hebben als voorvoegsel: ~amino~
  • Ze hebben als achtervoegsel: ~amine
 


Bijvoorbeeld:
Propaan-1-amine 

Let op!
De N van de amine telt niet mee bij de langste keten (stamnaam), want is geen C atoom!

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Naamgeving
Een aminegroep geef je aan met het achtervoegsel - amine, de plek geef je aan met een cijfer.
Bijvoorbeeld:
  • Stam = 5-C = pentaan.
  • Amine op plek 2.

Dus: pentaan-2-amine.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Herhaling - karakteristieke groepen
  • Alcoholgroepen
  • Aminogroepen
  • Zuurgroepen
  • Naamgeving
  • Aan de slag! 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Zuurgroepen
  • Zuurgroepen zijn karakteristieke groepen waar een 
       koolstofatoom aan een ~OOH groep zit.

  • Ze hebben als voorvoegsel: ~carboxy~.
  • Ze hebben als achtervoegsel: ~zuur.

  • Meerdere zuurgroepen: 
       gebruikmaken van di, tri etc.


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Naamgeving
De C van de zuurgroep telt mee bij de langste keten.


4           3            2            1
Let op
De C zuurgroep krijgt vrijwel altijd positie '1', dus je telt vanaf de 'zure' C.
Bijvoorbeeld:
  • Stam = 4-C = butaan.
  • Zuurgroep.

Dus: butaanzuur.

Slide 17 - Slide

Butaanzuur
Lesplanning
  • Herhaling - karakteristieke groepen
  • Alcoholgroepen
  • Aminogroepen
  • Zuurgroepen
  • Naamgeving
  • Aan de slag! 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Naamgeving
  1. Kies de langste keten (hoofdketen).
  2.  Bepaal de belangrijkste zijgroep (prioriteit).
    Let op: De meest belangrijke groep bepaalt het achtervoegsel.
  3. Nummer de hoofdketen.
    Geef de hoogste prioriteitsgroep het laagste nummer, daarna: dubbele bindingen laag nummer, daarna: andere zijgroepen.
  4. Zet de zijgroepen voor de naam.
    Zet ze op alfabetische volgorde. Bij meerdere dezelfde groepen, gebruik telwoorden.
  5. Bouw de volledige naam.

Slide 19 - Slide

Naamgeving van alkanen met zijgroepen & functionele groepen
1. Kies de langste keten

Bepaal de hoofdketen (pentaan, hexaan, …).
Bij gelijke lengte: kies de keten met belangrijkste functionele groep of meeste vertakkingen.


2. Bepaal de belangrijkste groep (prioriteit)
Hoog → laag:

Carbonzuur (–COOH) → –zuur
Aldehyde (–CHO)
Keton (C=O) → –on
Alcohol (–OH) → –ol
Amine (–NH₂) → –amine
Alkeen / alkyn
Alkyl- & halogeen-zijgroepen

👉 De hoogste groep bepaalt het achtervoegsel.

3. Nummeren van de keten

Geef de hoogste prioriteitsgroep het laagste nummer.
Daarna: dubbele bindingen laag nummer.
Daarna: andere zijgroepen.


4. Zijgroepen voor de naam (alfabetisch)
Voorbeelden:

halogenen: fluoro, chloro, bromo, iodo
hydroxy (als OH géén prioriteit heeft)
amino (als NH₂ géén prioriteit heeft)
methyl, ethyl, propyl

Voorvoegsels tellen niet mee bij alfabetische volgorde:

di-, tri-, tetra- worden genegeerd.


5. Meerdere dezelfde groepen
Gebruik:

di-
tri-
tetra-

Voorbeeld: 2,3‑dimethylbutaan

6. Volledige naam opbouwen
(locaties) – (zijgroepen alfabetisch) – (hoofdketen + achtervoegsel)
Voorbeeld:
4‑chloro‑2‑methylhexan‑1‑ol
(OH heeft prioriteit → achtervoegsel –ol)
Rangorde zijgroepen
Hoog → laag:
  1. Carbonzuur (–COOH) → –zuur.
  2. Aldehyde (–CHO).
  3. Keton (C=O) → –on.
  4. Alcohol (–OH) → –ol.
  5. Amine (–NH₂) → –amine.
  6. Alkeen / alkyn.
  7. Alkyl- & halogeen-zijgroepen.

De hoogste groep bepaalt het achtervoegsel.

Slide 20 - Slide

Naamgeving van alkanen met zijgroepen & functionele groepen
1. Kies de langste keten

Bepaalt de hoofdketen (pentaan, hexaan, …).
Bij gelijke lengte: kies de keten met belangrijkste functionele groep of meeste vertakkingen.


2. Bepaal de belangrijkste groep (prioriteit)
Hoog → laag:

Carbonzuur (–COOH) → –zuur
Aldehyde (–CHO)
Keton (C=O) → –on
Alcohol (–OH) → –ol
Amine (–NH₂) → –amine
Alkeen / alkyn
Alkyl- & halogeen-zijgroepen

👉 De hoogste groep bepaalt het achtervoegsel.

3. Nummeren van de keten

Geef de hoogste prioriteitsgroep het laagste nummer.
Daarna: dubbele bindingen laag nummer.
Daarna: andere zijgroepen.


4. Zijgroepen voor de naam (alfabetisch)
Voorbeelden:

halogenen: fluoro, chloro, bromo, iodo
hydroxy (als OH géén prioriteit heeft)
amino (als NH₂ géén prioriteit heeft)
methyl, ethyl, propyl

Voorvoegsels tellen niet mee bij alfabetische volgorde:

di-, tri-, tetra- worden genegeerd.


5. Meerdere dezelfde groepen
Gebruik:

di-
tri-
tetra-

Voorbeeld: 2,3‑dimethylbutaan

6. Volledige naam opbouwen
(locaties) – (zijgroepen alfabetisch) – (hoofdketen + achtervoegsel)
Voorbeeld:
4‑chloro‑2‑methylhexan‑1‑ol
(OH heeft prioriteit → achtervoegsel –ol)
Lesplanning
  • Herhaling - karakteristieke groepen
  • Alcoholgroepen
  • Aminogroepen
  • Zuurgroepen & esterbinding
  • Naamgeving
  • Aan de slag! 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag!
  • Maak les 5 - lesopdracht 1.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions