T6 Ecologie 3GT

1 / 41
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3-5

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Ecologie

Slide 2 - Mind map

Aan het einde van de les: weet je:
- Wat een voedselketen en voedselweb is. 
- Hoe de fotosynthese en verbranding werkt.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Een voedselketen begint altijd met een....

Slide 9 - Open question

Welke stof is energiearm?
A
eiwitten
B
glucose
C
mineralen
D
vetten

Slide 10 - Quiz

Welke stoffen worden gebruikt bij de verbranding?
A
glucose en zuurstof
B
glucose en water
C
koolstofdioxide en zuurstof
D
koolstofdioxide en water

Slide 11 - Quiz

Aan het einde van de les: weet je:
- Wat producenten, consumenten en reducenten zijn. 

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

omnivoor
herbivoor
carnivoor

Slide 16 - Drag question

Bacteriën en schimmels zijn te vinden in een;
A
voedselketen
B
voedselweb
C
voedselkringloop

Slide 17 - Quiz

Noem een consument van de 1e orde.

Slide 18 - Open question

Aan het einde van de les: weet je:
- Het verschil tussen de piramide van aantallen en biomassa.
- Hoe energie uit de voedselketen verdwijnt.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Aan het einde van de les: weet je:
- Wat de koolstofkringloop en stikstofkringloop is.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Aan het einde van de les: weet je:
- Wat abiotische en biotische factoren zijn. 
- Wat de niveaus van ecologie zijn.

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Wat is een biotische factor?
A
water
B
voedsel
C
temperatuur
D
licht

Slide 25 - Quiz

Een kudde paarden is een voorbeeld van een;

A
individu
B
populatie
C
levensgemeenschap
D
ecosysteem

Slide 26 - Quiz

Aan het einde van de les: weet je:
- Wat biologisch evenwicht is. 
- Hoe een populatiegrootte verandert. 

Slide 27 - Slide

Wanneer wordt een populatie muizen groter?

A
Als er weinig voedsel is.
B
Als er veel ziektes voorkomen.
C
Als er weinig vijanden zijn.
D
Als het weer ongunstig is.

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Aan het einde van de les: weet je:
- Welke aanpassingen waterdieren en landzoogdieren hebben aan het milieu.. 
- Verschillende snavelsoorten van vogels.

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

topganger
zoolganger
teenganger

Slide 36 - Drag question

Wat is een aanpassing aan een droge omgeving ?

A
dikke vacht
B
overdag actief
C
dikke vetlaag
D
grote oren

Slide 37 - Quiz

Aan het einde van de les: weet je:
- Welke aanpassingen planten hebben aan een droge en natte omgeving.
- Welke aanpassingen planten hebben aan het licht. 

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Wat is een aanpassing aan een droge omgeving?

A
sterk ontwikkeld wortelstelsel
B
dunne waslaag
C
grote bladeren
D
veel huidmondjes

Slide 40 - Quiz

Slide 41 - Slide