Welkom!
Jas op de kapstok.
Ga rustig op je eigen plek zitten.
Telefoon in je tas.
Koptelefoon op tafel of in je tas. Oortjes uit.
Tas op de grond.
LEG JE BOEK OP TAFEL
Wacht rustig tot we beginnen.
Welkom!
Jas op de kapstok.
Ga rustig op je eigen plek zitten.
Telefoon in je tas.
Koptelefoon op tafel of in je tas. Oortjes uit.
Tas op de grond.
LEG JE BOEK OP TAFEL
Wacht rustig tot we beginnen.
Regels in de klas
Blijf van anderen
en hun spullen af
Zeg iets aardigs
of zeg niets.
Materialen bij je REKENMACHINE
Vinger opsteken
Wacht op je beurt
WC na de uitleg
Geen eten drinken
(eventueel flesje drinken)
Wat gaan we doen vandaag?
Toets
Quiz hoofdstuk 2
2.3 of herhalingsopdrachten
Wat ga je leren voor je toets?
Je wilt nieuwe sneakers kopen.
Waar let jij het meest op?
de prijs
de kwaliteit
het merk en uiterlijk
wat mijn vrienden hebben
Wat is de taak van een consumentenorganisatie?
opkomen voor belangen van consumenten
zorgen dat consumenten meer producten kopen
onpartijdige informatie geven over producten
Wat vertelt een keurmerk op een product?
dat het product aan bepaalde eisen voldoet
dat het product goedkoop is
dat iedereen het een goed product vindt
Bij welke aankoop geldt het consumentenrecht?
je koopt een gebruikte fiets van een vriend
je koopt een spel op de rommelmarkt
je koopt een koptelefoon bij een webshop
De accu van jouw nieuwe fiets vliegt in brand. Welke wet gaat over de aansprakelijk van de producent.
de warenwet
de wet productaansprakelijkheid
de belastingdienst
Wat bedoelen we met de woningmarkt?
Alle woningen die te koop staan
Een plek waar je meubels voor je woning kan kopen
De vraag naar woningen en het aanbod van woningen die te koop staan.
het aanbod van alle woningen die te koop staan
Mila betaalt 600 euro per maand. Zij krijgt 120 euro huurtoeslag.
Hoeveel procent van haar huur is de huurtoeslag?
20%
80%
5%
100%
120 : 600 x 100 = 20%
deel : geheel x 100%
Een koopwoning heeft een WOZ- waarde van 250000 euro.
Het ozb- tarief is 0,12%.
Hoeveel ozb betaalt de eigenaar?
30 euro
3000 euro
300 euro
250000 : 100 x 0,12 = 300 euro per jaar
percentage uitrekenen: geheel : 100 x gegeven percentage
Een vaatwasser kost bij winkel A 600 euro en bij winkel B 660 euro. Hoeveel procent is winkel B duurder dan winkel A?
10%
9,1%
60%
(660-600) : 600 x 100% = 10%
Aan de slag/ huiswerk
Maken:
herhalingsopdrachten
KLAAR! Nakijken en begrippen leren.
minute
second