VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
TEMPO EN DYNAMIEK
Examenstof muziek vwo
VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
TEMPO EN DYNAMIEK
Examenstof muziek vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 c (tempo), A1/A2 f (dynamiek). Image credit: Hossein Razaqnejad / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan tempo en dynamiek in een luisterfragment of partituur analyseren, uitvoeringen vergelijken en de keuzes van componist en uitvoerders duiden.
This item has no instructions
Waaraan hoor je dat twee uitvoeringen van een stuk verschillen?
Verwachte woorden: tempo, snelheid, volume, hard, zacht, sfeer, vrijheid. Zet tempo en volume op het bord en vraag welke vaktermen je daarvoor kent. Daarmee begint de les: tempo en dynamiek als middelen waarmee componisten en uitvoerders de muziek vormgeven.
De tempo-aanduidingen in drie categorieën
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
TEMPO: CATEGORIEËN EN AANDUIDINGEN
Je onderscheidt drie categorieën: langzaam, rustig en snel.
Klassiek: lento, largo en adagio zijn langzaam, andante en moderato rustig, allegro en presto snel.
Jazz en pop: slow, medium en uptempo.
Syllabus A1/A2 c (vwo): tempoaanduidingen lento, largo, adagio, andante, moderato, allegro en presto; jazz en pop slow, medium en uptempo. Veelgemaakte fout: de stemming van het stuk als tempo-aanduiding gebruiken. Een droevig stuk kan best rustig of zelfs snel zijn. Image credit: Eigen afbeelding / LessonUp
Video: Satie: Gymnopédie nr. 1, Khatia Buniatishvili, kanaal KhatiaBuniatishVEVO. Leerlingen horen een heel langzame, zachte pianomelodie boven een rustig wiegende begeleiding. Satie schreef "Lent et douloureux" bij dit stuk: langzaam en pijnlijk, in Italiaanse termen lento. Goede antwoord bij de vraag naar de categorie: langzaam. Vraag na: hoe past dit tempo bij de sfeer?
Een metronoom tikt het tempo
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
BPM, METRONOOM EN RUBATO
Bpm (beats per minute) geeft het tempo exact aan: 60 bpm is één tel per seconde.
Een metronoom tikt dat tempo; in de partituur staat het bijvoorbeeld als kwartnoot = 60.
Bij rubato speel je het tempo vrij: noten worden gerekt of ingehaald, maar het geheel blijft in tempo.
Syllabus: beats per minute, metronoom en manier van aanduiden, en rubato (vwo). Veelgemaakte fout: rubato zien als een permanente tempowijziging. Bij rubato keer je terug naar het oorspronkelijke tempo. Image credit: Paco from Badajoz / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
TEMPOKEUZE: COMPOSITIE EN UITVOERING
In de compositie staat het tempo vast in een aanduiding of metronoomgetal; de componist kiest het bij het karakter van de muziek.
In de uitvoeringspraktijk kiezen musici zelf een tempo binnen die aanduiding, soms duidelijk sneller of langzamer dan gebruikelijk.
Vergelijk je twee uitvoeringen, benoem dan eerst het tempo van elk en daarna het effect op de sfeer.
Syllabus (vwo): interpreteren van tempokeuzes in een compositie en in de uitvoeringspraktijk, en uitvoeringen vergelijken. Speel na deze dia de twee Gould-fragmenten achter elkaar. Veelgemaakte fout: alleen zeggen dat de ene opname sneller is, zonder het effect te benoemen.
Video: Bach: Goldbergvariaties, Aria, Glenn Gould (opname uit 1955), kanaal Glenn Gould - Topic. Leerlingen horen de Aria van Bach in een vlot, helder tempo: de hele Aria duurt in deze opname minder dan twee minuten. Laat leerlingen meetikken en onthouden hoe snel de tellen gaan, voor de vergelijking met het volgende fragment.
Video: Bach: Goldbergvariaties, Aria, Glenn Gould (opname uit 1981), kanaal Glenn Gould - Topic. Leerlingen horen dezelfde Aria, maar nu veel langzamer: de opname duurt ruim drie minuten. Het tempo is duidelijk langzamer dan in 1955, de sfeer klinkt bespiegelend en ingetogen. Vraag na: wat verandert er in de sfeer door alleen het tempo?
Gould speelde de Aria in 1981 veel langzamer dan in 1955. Welk effect heeft dat?
Een vlotte, dansante sfeer
Een strijdlustige, opgewonden sfeer
Een bespiegelende, ingetogen sfeer
Een speelse, grappige sfeer
Het langzamere tempo geeft ruimte aan elke noot en zo een bespiegelende, ingetogen sfeer. Verwachte fout: het effect van het tempo verwarren met dat van het volume.
Vul in: tempo vrij of vast
Bij rubato speel je het tempo vrij, terwijl een metronoom een vast aantal bpm aanhoudt.
Veelgemaakte fout: ritenuto invullen bij het eerste gat. Een ritenuto is een tempowijziging, rubato is vrijheid binnen het tempo.
Dirigente Tetiana Kalinichenko
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
TEMPOWIJZIGINGEN IN EEN PARTITUUR
Accelerando (accel.): de muziek wordt geleidelijk sneller. Ritenuto (rit.): langzamer.
A tempo: terug naar het tempo van daarvoor, vaak na een ritenuto of een rubato.
Rubato verandert het tempo niet blijvend: na de vrije passage zit je weer op het oorspronkelijke tempo.
Syllabus: tempowijzigingen accelerando, a tempo, ritenuto en rubato. Veelgemaakte fout: a tempo zien als een nieuw tempo. Het woord betekent terug naar het tempo van voor de wijziging. Image credit: Uatema / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
EEN TEMPOVERLOOP BESCHRIJVEN
Beschrijf het verloop in volgorde: begintempo, waar het versnelt of vertraagt en waar het terugkeert.
Noem de categorie én de term, bijvoorbeeld: van langzaam naar snel door een accelerando.
Let op het verschil tussen een geleidelijke wijziging en een plotselinge omslag van het tempo.
Verbind het verloop met de betekenis: een ritenuto kan een slot of een rustpunt voorbereiden.
Syllabus: herkennen en benoemen van tempowijzigingen en interpreteren van veranderingen en contrasten. Veelgemaakte fout: het verloop opsommen zonder de volgorde of het effect.
Eerst "accelerando", daarna "a tempo". Hoe verloopt het tempo?
Eerst sneller, daarna terug naar het begintempo
Eerst langzamer, daarna weer sneller
Eerst sneller, daarna nog veel sneller
Het tempo blijft de hele passage gelijk
Accelerando maakt het tempo sneller, a tempo brengt het terug naar het tempo van voor de wijziging. Wie "nog veel sneller" kiest, ziet a tempo als een nieuwe versnelling.
Hoe werkt een ritenuto aan het slot?
Een goed antwoord: de muziek remt af, rondt af en kondigt het einde aan, of geeft een gevoel van rust. Verwachte fout: alleen zeggen dat het langzamer wordt.
De dynamiektekens van zacht tot hard, met sforzando
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
DYNAMIEKTEKENS IN DE PARTITUUR
Van zacht naar hard: pp, p, mp, mf, f, ff. Een teken geldt tot het volgende teken.
Een sforzando (sf) accentueert één noot of akkoord; daarna keert het volume terug naar het eerdere niveau.
Vul een ontbrekend teken in door te luisteren of de muziek zachter of harder is dan het gegeven teken.
Syllabus A1/A2 f: dynamiekaanduidingen ff, f, mf, mp, p, pp en sf, en dynamiektekens invullen vanuit minstens één gegeven teken. Veelgemaakte fout: een sforzando zien als een hele passage die hard is. Het is één accent. Image credit: Eigen afbeelding / LessonUp
Crescendo en decrescendo
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
CRESCENDO, DECRESCENDO EN FADE-OUT
Een crescendo en een decrescendo zijn geleidelijke veranderingen: dat noem je overgangsdynamiek.
Een fade-out ontstaat bij het mixen van een opname; een decrescendo spelen de musici zelf.
Een fade-out laat een nummer als het ware doorgaan, een decrescendo laat het uitdoven.
Syllabus: crescendo, decrescendo, overgangsdynamiek en fade-out. Veelgemaakte fout: fade-out en decrescendo als hetzelfde zien. Het geluid is vergelijkbaar, maar het ene is een keuze van de uitvoerders en het andere van de producent. Image credit: Eigen afbeelding / LessonUp
Terrassendynamiek en overgangsdynamiek naast elkaar
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
TERRASSEN- EN ECHODYNAMIEK
Terrassendynamiek: het volume springt in trappen naar een ander niveau, zonder overgang.
Echodynamiek: een frase klinkt hard en wordt direct zacht herhaald, alsof je een echo hoort.
Beide hoor je veel in barokmuziek.
Syllabus: terrassendynamiek en echodynamiek, effecten in de dynamiek. Veelgemaakte fout: terrassendynamiek verwarren met overgangsdynamiek. Plotseling springen is terrassen, geleidelijk groeien is overgang. Image credit: Eigen afbeelding / LessonUp
Wat is het verschil tussen een fade-out en een decrescendo?
Fade-out: plotseling. Decrescendo: geleidelijk
Fade-out: één noot. Decrescendo: het hele stuk
Er is geen verschil, het zijn dezelfde termen
Fade-out: bij het mixen. Decrescendo: door de musici
Een fade-out wordt bij het mixen van de opname gemaakt, een decrescendo spelen de musici. Veelgemaakte fout: denken dat het dezelfde term is.
Zet op volgorde, van hard naar zacht
Van hard naar zacht: ff, mf, mp, p, pp. Veelgemaakte fout: mp en mf omwisselen.
Wat vond je het lastigst?
Tempo-aanduidingen en rubato
Tempowijzigingen beschrijven
Dynamiektekens in een partituur
Fade-out, terrassen- en echodynamiek
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Wat is het effect van echodynamiek?
Een goed antwoord: een echo-effect of ruimtelijk gevoel; de herhaling klinkt als een weerklank, speels of mysterieus. Verwachte fout: alleen herhalen dat het eerst hard en dan zacht is.
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
BEGRIPPEN (1/2)
lento en largo: zeer langzame tempoaanduidingen, doorgaans langzamer dan adagio
adagio: langzame tempoaanduiding
allegro: snelle tempoaanduiding; presto is nog sneller
rubato: vrij tempo: noten worden gerekt of ingehaald, het geheel blijft in tempo
bpm: beats per minute: aantal tellen per minuut, met een metronoom aan te geven
This item has no instructions
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
BEGRIPPEN (2/2)
accelerando, ritenuto en a tempo: sneller worden, langzamer worden en terug naar het tempo van daarvoor
crescendo en decrescendo: geleidelijk harder en geleidelijk zachter: overgangsdynamiek
sforzando: één noot of akkoord plotseling sterk aangezet (sf)
fade-out: geluid dat bij het mixen langzaam wordt weggedraaid tot stilte
terrassendynamiek en echodynamiek: plotselinge sprongen in volume; een harde frase direct zacht herhaald
This item has no instructions