Moderne samenleving en paradoxen (Maatschappijwetenschappen vwo), les 1: Uitleg

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Moderne samenleving en paradoxen

Examenstof maatschappijwetenschappen vwo

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over de moderne samenleving, de effecten van modernisering op identiteit, binding en ongelijkheid, de drie paradoxen van modernisering en de standpunten van confessionalisme, liberalisme en sociaaldemocratie over globalisering en individualisering, voor het vwo-examen maatschappijwetenschappen.

Items in this lesson

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Moderne samenleving en paradoxen

Examenstof maatschappijwetenschappen vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: E3 (21.1-21.5), E4 (22.1, 22.2). Image credit: chensiyuan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen hoe de moderne samenleving identiteit, binding en ongelijkheid veranderde, vraagstukken relateren aan de drie paradoxen en standpunten van politieke stromingen onderscheiden.

This item has no instructions

Waarin verschilt jouw leven van dat van je overgrootouders?

Laat leerlingen woorden en voorbeelden inbrengen. Verwachte woorden: beroep, school, kerk, dorp, stad, internet, vrijheid, keuze, telefoon, reizen, gezin, trouwen, vrienden. Groepeer ze op het bord: werk en kennis, geloof en gemeenschap, keuzevrijheid, technologie. Dat zijn de onderwerpen van de vijf blokken: wat een moderne samenleving is, wie je wordt (identiteit en ongelijkheid), waaraan je verbonden bent (binding), de paradoxen en de standpunten van politieke stromingen. Syllabus 21 en 22.

An Experiment on a Bird in the Air Pump, schilderij uit 1768

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Wat is een moderne samenleving?

  • De moderne samenleving ontstond vanaf de Verlichting in Europa en Noord-Amerika.

  • De sociale wetenschappen ontstonden in dezelfde tijd, om greep te krijgen op die snelle veranderingen.

  • Veranderingen in gezin, arbeid, religie, politiek en wetenschap heten samen modernisering.

  • Veel van de kenmerken zie je nu over de hele wereld.

Syllabus 21.1: het begrip moderne samenleving duidt op een samenlevingstype dat is ontstaan vanaf de Verlichting, in Europa en Noord-Amerika. De sociale wetenschappen komen voort uit pogingen om greep te krijgen op de snelle en radicale veranderingen die tot de moderne samenleving leidden. De processen rationalisering, institutionalisering, individualisering, democratisering en globalisering vormden haar; die komen in andere lessen aan bod. Hier gaat het om de effecten op identiteit, binding en ongelijkheid. Veelgemaakte fout: modernisering zien als één proces. Het is een verzamelnaam voor uiteenlopende veranderingsprocessen. De foto is een schilderij uit 1768 van een wetenschappelijk experiment: de nieuwsgierigheid en het wetenschappelijke denken van de Verlichting. Image credit: Joseph Wright of Derby / Wikimedia Commons, publiek domein

Voetgangers op de kruising bij Shibuya, Tokio

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Kenmerken: differentiatie en meer

  • Differentiatie: mensen verschillen sterk in arbeid, kennis, houding, status en privileges.

  • Daardoor worden mensen ook sterker van elkaar afhankelijk.

  • Economisch: een marktsysteem met arbeidsdeling, wereldwijde handel en een kenniseconomie.

  • Demografisch: sterke verstedelijking en een heterogene bevolking, onder meer door migratie.

Syllabus 21.1: een centraal kenmerk van de moderne samenleving is een hoge mate van differentiatie. Economisch: rationalisering en arbeidsdeling, economische bindingen ingebed in een marktsysteem (kapitalisme, geglobaliseerde wereldmarkt) en een kenniseconomie met vernieuwing, complexe technologie en een hoog opleidingsniveau. Demografisch: urbanisatie, slechts een klein deel van de bevolking leeft van landbouw, en een heterogene samenstelling door onder meer migratie. Veelgemaakte fout: differentiatie zien als ongelijkheid. Het gaat om verschillen in arbeid, kennis, houding en status. Vraag bij de foto: welke verschillen tussen deze voetgangers zie je niet, maar mag je wel verwachten? Image credit: chensiyuan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Politiek, cultuur en kritiek op 'modern'

  • Politiek: bureaucratische nationale staten; de overheid krijgt legitimiteit van burgers en wordt begrensd door grondrechten.

  • Cultuur: wetenschap en recht sturen denken en handelen; religie is minder belangrijk (de VS: modern en toch religieus).

  • Zelfontplooiing en persoonlijke autonomie staan centraal; de private en publieke sfeer zijn scherper gescheiden.

  • Kritiek: 'modern' gold als 'beter' en rechtvaardigde bijv. kolonisatie. Nu spreekt men van varianten van modernisering.

  • Er is twijfel of groei van kennis en economie samengaat met morele of sociale vooruitgang.

Syllabus 21.1: politieke bindingen zijn ingebed in bureaucratische nationale staten binnen een mondiaal statensysteem; legitimiteit komt van burgers en de macht wordt beperkt door grondrechten (rechtsstaat). Sociaal en cultureel: gerationaliseerde kennissystemen als wetenschap en recht, secularisering met grote variatie, zelfontplooiing en autonomie, scherpere scheiding private en publieke sfeer. De begrippen modern en modernisering zijn omstreden omdat ze met vooruitgang worden geassocieerd; moderniseringstheorieën stelden dat overal hetzelfde traject zou volgen en dat andere regio's achterlopen. Nu spreekt men van varianten, zoals het seculiere Europa tegenover het meer religieuze Noord-Amerika, of democratische tegenover autoritaire moderne staten. Twijfel aan vooruitgang kwam ook tot uiting in het postmodernisme. Veelgemaakte fout: denken dat alle landen dezelfde route naar modernisering volgen.

Bakker, programmeur en verpleger verschillen in kennis en status. Welk kenmerk?

A

Differentiatie

B

Generalisering

C

Pluralisering

D

Doelrationeel handelen

Syllabus 21.1: differentiatie, mensen verschillen sterk in arbeid, kennis, houdingen, oriëntaties, status en privileges. Verwachte fout: pluralisering kiezen, omdat dat ook over verscheidenheid gaat. Pluralisering gaat over de veelheid aan kleinschalige culturen (blok 4).

Vul in

Het begrip modernisering vat veranderingen samen die vanaf de Verlichting zijn ontstaan. Wetenschappers spreken nu over varianten van modernisering.

modernisering
Verlichting
varianten
fasen
Reformatie

Syllabus 21.1. Verwachte fout: 'fasen' kiezen. De syllabus spreekt over varianten, bijvoorbeeld een seculier Europa tegenover een religieuzer Noord-Amerika.

Boekwinkel in een voormalige kerk, Maastricht

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Identiteit en keuzevrijheid

  • De band tussen persoonlijke en collectieve identiteit is minder direct geworden.

  • Familiebanden zijn zwakker en religie is teruggedrongen. Nederland is ontzuild.

  • Je stelt zelf een levensstijl samen uit veel groepen en gedragspatronen en past die aan.

  • Omgangscodes zijn flexibeler: informalisering. Bindingen zijn gekozen en vaak tijdelijk.

Syllabus 21.2: in de moderne samenleving is de band tussen persoonlijke en collectieve identiteit minder direct. Familiebanden zijn zwakker, religie is teruggedrongen tot zingeving en de Nederlandse samenleving is ontzuild. Nationaal bewustzijn, klassenbewustzijn en de identiteit van beroepsgroepen vervaagden in de 20e eeuw. Het individu heeft meer ruimte voor eigen keuzes (de ideologie van het individualisme), in de samenleving als geheel is er pluralisme in levensstijlen. Men blijft afhankelijk van sociale bindingen, maar die zijn gekozen en vaak gebaseerd op een specifieke, tijdelijke behoefte. De omgangscodes zijn flexibeler (informalisering). De foto toont een boekwinkel in een voormalige kerk in Maastricht: een gebouw dat zijn oude bindende functie kwijt is. Veelgemaakte fout: denken dat het moderne individu helemaal los staat van anderen. Image credit: Bert Kaufmann / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Vrijheid met grenzen

  • Anonieme sociale controle disciplineert mensen om zich 'normaal' te gedragen.

  • Naarmate je van meer mensen afhankelijk bent, neemt de dwang tot zelfdwang toe: het civilisatieproces.

  • Directe driftbevrediging roept schuldgevoel op; in de prestatiesamenleving hoort uitgestelde behoeftebevrediging.

  • De individuele levensstijl kenmerkt zich door doelrationeel handelen: je kiest strategieën op grond van eigen doelen.

  • Kanttekeningen: een flexibele identiteit kan gespleten en instabiel zijn, en niet iedereen bereikt de gevraagde zelfsturing.

Syllabus 21.2: de vrijheid van de moderne mens is niet onbeperkt. Door meestal anonieme sociale controlemechanismen worden mensen gedisciplineerd. Door de toename van het aantal mensen waarvan men afhankelijk is, neemt de dwang tot zelfdwang toe (civilisatieproces); onmiddellijke driftbevrediging wordt met schuldgevoelens beladen en in de individualistische prestatiesamenleving is uitgestelde behoeftebevrediging verankerd. De individuele levensstijl wordt gekenmerkt door doelrationeel handelen. Kanttekeningen uit de syllabus: individuen zijn op veel terreinen geconditioneerd tot een passieve, afhankelijke levenshouding; de flexibele identiteit is minder stabiel dan bij mensen uit meer collectivistische samenlevingen; de bevrijding van de natuur gaat samen met afhankelijkheid van technologie en van wie die beheerst; niet iedereen bereikt de gevraagde zelfsturing. Veelgemaakte fout: doelrationeel handelen verwarren met egoïstisch handelen. Het gaat om middelen kiezen voor zelf gestelde doelen.

Lopende band bij Ford in Kopenhagen, 1923

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Arbeidsdeling en sociale ongelijkheid

  • Meer arbeidsdeling: voor goederen en diensten ben je steeds meer afhankelijk van anderen.

  • Traditioneel: standensamenleving, je positie ligt bij geboorte vast. Daarna: klassensamenleving.

  • Door scholing en meer dienstenbanen nam de opwaartse mobiliteit toe; ongelijkheid daalde tot de jaren tachtig.

  • Overleg tussen werkgevers en werknemers werd geïnstitutionaliseerd: de overlegeconomie.

Syllabus 21.3: door de toename van de markt is de arbeidsdeling enorm toegenomen; men is steeds meer afhankelijk van anderen. In traditionele samenlevingen met weinig arbeidsdeling is de stratificatie rigide en de mobiliteit laag (standensamenleving, ongelijkheid gebaseerd op afkomst). In de vroegindustriële samenleving is de ongelijkheid groot en gebaseerd op de economische groep (klassensamenleving), nog steeds met geringe mobiliteit. Met meer vraag naar hogeropgeleiden en middenklassenbanen nam de opwaartse mobiliteit toe; samen met de macht van de arbeidersbeweging en de opkomst van de verzorgingsstaat nam de ongelijkheid in West-Europa af tot de jaren tachtig. In Nederland werden de verhoudingen tussen werknemers en werkgevers geïnstitutionaliseerd, waardoor een overlegeconomie ontstond. De foto toont een lopende band in 1923: arbeidsdeling in de praktijk. Veelgemaakte fout: denken dat standen en klassen hetzelfde zijn. Bij een stand ligt de positie bij geboorte vast door afkomst, bij een klasse hangt ze af van de economische groep. Image credit: Peter Elfelt / Wikimedia Commons, publiek domein

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Ongelijkheid in de prestatiesamenleving

  • Naast economisch kapitaal werd cultureel kapitaal (opleiding, levensstijl) bepalender voor je positie.

  • Vanaf de jaren tachtig werden inkomensverschillen in vrijwel alle westerse landen weer groter. Vermogen is ongelijker verdeeld dan inkomen.

  • De meritocratische gedachte (alleen je capaciteiten tellen) onderschat het belang van etniciteit, geslacht en afkomst.

  • Economische globalisering vergroot de markt en de ongelijkheid; de positie van overheid en werknemers verzwakt ten opzichte van bedrijven.

  • Tegelijk is er een ongekend aanbod om je te ontwikkelen, en bevrijdt keuzevrijheid je van verplichtingen uit sociale verbanden.

Syllabus 21.3: in de moderne samenleving zijn sociale verschillen niet meer alleen een kwestie van economisch kapitaal; cultureel kapitaal (het gevolg van opleiding en tot uiting komend in levensstijl) werd steeds bepalender voor de maatschappelijke positie. Vanaf de jaren tachtig werden de inkomensverschillen in vrijwel alle westerse landen weer groter, in de meeste landen sterker dan in Nederland; vermogen is ongelijker verdeeld dan inkomen (WRR 2014, genoemd in de syllabus). Aspecten van de individualistische prestatiesamenleving: onderschatting van etniciteit, geslacht en afkomst door de meritocratische gedachte; toename van ongelijkheid tussen en binnen landen door economische globalisering; een ongekend aanbod voor persoonlijke ontwikkeling; vrijheid van verplichtingen uit sociale verbanden. Houd de bespreking neutraal: dit zijn de aspecten uit de syllabus, geen oordeel over beleid. Veelgemaakte fout: meritocratie als beschrijving van de werkelijkheid opvatten. De syllabus noemt het een gedachte die factoren als afkomst kan onderschatten.

Marit spaart en stelt aankopen uit voor haar studiedoel. Welk handelen?

A

Informalisering

B

Doelrationeel handelen

C

Ontzuiling

D

Sociale mobiliteit

Syllabus 21.2: de individuele levensstijl wordt gekenmerkt door doelrationeel handelen: op grond van zelf bepaalde doelen kiezen mensen handelingsstrategieën, waaronder het uitstellen van behoeften. Verwachte fout: informalisering, omdat dat ook bij de moderne levensstijl hoort. Informalisering gaat over flexibeler omgangscodes.

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Klassensamenleving: economische groep bepaalt positie

2

Meer opwaartse mobiliteit door scholing

3

Sinds de jaren tachtig groeien inkomensverschillen

4

Standensamenleving: positie ligt vast bij geboorte

Syllabus 21.3. Verwachte fout: de klassensamenleving vóór de standensamenleving zetten. De stand is de traditionele, op afkomst gebaseerde vorm; de klasse hoort bij de vroegindustriële samenleving.

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Binding: integratie en informalisering

  • De staat bevorderde integratie met politieke en sociale rechten voor alle burgers en nationaal onderwijs.

  • Zo ontstond een nationale cultuur en identiteit. Sociale zekerheid zwakte tegenstellingen af.

  • In Nederland droeg ook de overlegeconomie bij: geïnstitutionaliseerde arbeidsverhoudingen.

  • Tot ongeveer de jaren zeventig: van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding, met egalitaire omgangsvormen.

  • Toch groeit de behoefte aan formalisering weer: meer regels over verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden.

Syllabus 21.4.1: de verbondenheid werd versterkt door integratiemechanismen waarvan de staat zich bediende: politieke en sociale rechten voor alle burgers en een nationaal onderwijssysteem bevorderden de integratie van voorheen kansarme groepen en zorgden voor een nationale cultuur en identiteit; sociale zekerheid en regelingen om arbeiders te beschermen zwakten tegenstellingen af; in Nederland droeg de institutionalisering van de arbeidsverhoudingen (overlegeconomie) hieraan bij. De afname van ervaren ongelijkheid maakte tot ongeveer de jaren zeventig informalisering van sociale relaties mogelijk: van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding, ook buiten de privésfeer egalitaire omgangsvormen. Informaliteit is de norm, maar de behoefte aan formalisering neemt weer toe. Veelgemaakte fout: informalisering zien als het verdwijnen van regels. Het gaat om flexibelere omgangscodes.

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Binding: religie, verenigingen, netwerken

  • Er is geen dominante religie meer maar veel levensbeschouwingen; in Nederland vooral in de privésfeer.

  • De bindende kracht van zuil of kerk nam sterk af en maakte plaats voor meer individuele affiniteit.

  • Traditionele verenigingen met trouwe leden verliezen terrein aan indirecte, via media lopende betrokkenheid.

  • Globalisering en informatisering maken netwerken uitgestrekter: losse, veranderlijke contacten, minder solidariteit.

  • Zelfgekozen bindingen, vaak op basis van levensstijl, winnen aan belang ten opzichte van familie-, stands- en klassenbindingen.

Syllabus 21.4.2 en 21.4.3: het wetenschappelijke wereldbeeld liet minder ruimte voor overkoepelende, door religie gelegitimeerde waarheden. In Nederland is religie na ontzuiling en ontkerkelijking vooral van belang in de privésfeer, bij geboorte en overlijden. Het traditionele verenigingsleven met grote loyaliteit neemt af ten gunste van indirecte, via de media lopende betrokkenheid; ook 'dunnere' organisaties houden de interne samenhang op peil en zijn meer gericht op hun bijdrage aan de gemeenschap. Door arbeidsverdeling, meer levensstijlen, globalisering en informatisering zijn netwerken uitgestrekter, losser en veranderlijker; de solidariteit in de samenleving als geheel is minder sterk dan in de traditionele samenleving. Tegelijk zijn er meer mogelijkheden om met gelijkgezinden hechte banden aan te gaan, zoals in subculturen. Veelgemaakte fout: concluderen dat binding verdwijnt. De syllabus beschrijft een verschuiving naar zelfgekozen, losse en gespecialiseerde bindingen.

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Kanttekeningen bij sociale cohesie

  • Individualisering: calculerend gebruik van voorzieningen kan de solidariteit onder druk zetten.

  • Daarom kwam in 2014 het debat over de participatiesamenleving: meer zelfredzaamheid en actief burgerschap.

  • Voorstanders zien ruimte voor burgerinitiatief; tegenstanders zien vooral een bezuiniging.

  • Globalisering: onduidelijk effect op cohesie; verlies aan soevereiniteit kan haar aantasten, met een tegenbeweging voor het eigene.

  • Technologische netwerken groeien zo dat individuen en groepen ze niet meer kunnen overzien of reguleren.

Syllabus 21.4.3, kanttekeningen bij sociale cohesie: (1) de toegenomen cohesie door verzorgingsstaatvoorzieningen wordt bedreigd door het calculerende gebruik ervan; individualisering leidt tot een groter beroep op uitkeringen en een calculerende mentaliteit bedreigt de morele basis, de solidariteit. In 2014 ontstond een debat over de participatiesamenleving: een andere verdeling van collectieve en individuele verantwoording, gericht op meedoen (actief burgerschap) en zelfredzaamheid. Voorstanders benadrukken de ruimte voor burgerinitiatieven, tegenstanders zien een bezuinigingsmaatregel. (2) De gevolgen van globalisering voor nationale cohesie zijn onduidelijk; verlies aan staatsfuncties en soevereiniteit kan haar aantasten, nationale culturen verliezen kracht door migratie, massatoerisme en wereldwijde media, en dat riep een tegenbeweging op die het nationale en lokale benadrukt. (3) Netwerken zijn niet meer te overzien en te reguleren. Blijf neutraal: laat leerlingen beide kanten van het debat onder woorden brengen. Veelgemaakte fout: één kant van het debat als feit presenteren.

Welk begrip past bij de stap van bevels- naar onderhandelingshuishouding?

A

Formalisering van arbeidsverhoudingen

B

Ontzuiling van de samenleving

C

Toename van de arbeidsdeling

D

Informalisering van sociale relaties

Syllabus 21.4.1: tot ongeveer de jaren zeventig maakte de afname van ervaren ongelijkheid informalisering mogelijk, met een verschuiving van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding. Verwachte fout: formalisering kiezen, omdat de syllabus ook zegt dat de behoefte aan formalisering weer toeneemt. Dat is een latere, aparte ontwikkeling.

Vul in

Door globalisering en informatisering worden netwerken uitgestrekter, maar de contacten zijn losser en veranderlijk. Daardoor is de solidariteit in de samenleving minder sterk en winnen zelfgekozen bindingen aan belang.

solidariteit
zelfgekozen
economische groei
opgelegde

Syllabus 21.4.3. Verwachte fout: denken dat zelfgekozen bindingen verdwijnen. Juist die winnen aan belang ten opzichte van traditionele bindingen.

Containerterminal op de Maasvlakte, Rotterdam

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Paradox 1: zelfstandig en afhankelijk

  • Een paradox is een schijnbare tegenstelling: beide kanten blijken tegelijk waar.

  • Organisaties: door differentiatie worden ze zelfstandige, gespecialiseerde eenheden.

  • Juist door specialisatie zijn ze afhankelijker van elkaar, nu ook wereldwijd door globalisering.

  • Mensen: bevrijd van natuur en directe omgeving, maar afhankelijker van technologie en systemen.

Syllabus 21.5, eerste paradox: de schijnbare tegenstelling tussen verzelfstandiging en verafhankelijking. Door toenemende differentiatie is de samenleving opgesplitst in functioneel gespecialiseerde eenheden die zich vrij kunnen ontwikkelen, maar door hun specialisatie afhankelijker zijn van andere eenheden. Door globalisering is die wederzijdse afhankelijkheid het nationale niveau ontstegen. Op individueel niveau zijn beperkingen door natuur en lichaam sterk verminderd en is het individu bevrijd uit de banden van zijn directe sociale omgeving, maar het is afhankelijker geworden van technische hulpmiddelen, van de condities om die te gebruiken en van anonieme, bureaucratische systemen die tot keuzes dwingen. Veelgemaakte fout: denken dat er een echte tegenstelling is. Het woord schijnbaar zegt dat beide tegelijk gelden. De foto toont een containerterminal: zelfstandige bedrijven in een wereldwijd verweven keten. Image credit: Spielvogel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Times Square in New York, 2013

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Paradox 2: generalisering en pluralisering

  • Generalisering: hechte, verschillende culturen maken plaats voor één universele cultuur.

  • Globalisering versterkt dit, met een massale, vervlakkende mondiale mediacultuur.

  • Pluralisering: als reactie ontstaan in de eigen leefomgeving kleinschalige culturen naast elkaar.

  • Beide gebeuren tegelijk: één wereldcultuur én veel kleine culturen.

Syllabus 21.5, tweede paradox: de schijnbare tegenstelling tussen generalisering en pluralisering van cultuur. Generalisering is het proces waarin de wereld van hechte maar sterk verschillende culturen plaats maakt voor een universele cultuur met abstracte, algemene ideeën, conventies en routines; specifieke voorstellingen raken losgeweekt uit hun context, vermengen zich en worden weer algemeen beleefd. Globalisering versterkt dit. De massaliteit en vervlakking van de mondiale mediacultuur leidt tot de behoefte om in de eigen vertrouwde leefomgeving een nieuwe, eigen cultuur te creëren: het ontstaan van veel kleinschalige culturen heet pluralisering. Veelgemaakte fout: generalisering en pluralisering als opeenvolgende fasen zien. Ze gebeuren tegelijk en versterken elkaar. Vraag bij de foto: welke elementen hier zie je ook in jouw eigen stad? Image credit: chensiyuan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Paradox 3: rationeel en emotioneel

  • De moderne mens: individueel, doelrationeel handelend op grond van zelf bepaalde doelen.

  • Succes vraagt zelfbeheersing, 'impression management' en het uitstellen van behoeften.

  • Tegelijk maken welvaart, vrije tijd en individualisering het makkelijker gevoelens te tonen, ook via media.

  • Behoeften, van seksueel tot spiritueel, kunnen ook instant worden bevredigd: de consumptiecultuur.

Syllabus 21.5, derde paradox: de schijnbare tegenstelling tussen het beeld van de moderne mens als rationeel handelend individu en als irrationeel, emotionele behoeften nastrevend wezen. Rationeel: individueel doelrationeel handelen, zelfbeheersing, impression management en het uitstellen van behoeften om succesvol te zijn in de prestatiesamenleving. Emotioneel: door welvaart, vrije tijd en individualisering is het makkelijker het eigen gevoelsleven te cultiveren en in het openbaar uit te dragen via media, en behoeften zijn instant te bevredigen (consumptiecultuur). Veelgemaakte fout: kiezen welke kant 'echt' is. De paradox zegt dat dezelfde persoon beide kanten kan laten zien, afhankelijk van de situatie.

Ziekenhuis, bank en school: zelfstandig maar afhankelijk van elkaar. Welke paradox?

A

Verzelfstandiging versus verafhankelijking

B

Generalisering versus pluralisering

C

Rationeel versus emotioneel

D

Differentiatie versus integratie

Syllabus 21.5, eerste paradox: functioneel gespecialiseerde, zelfstandige eenheden zijn juist daardoor afhankelijker van elkaar. Verwachte fout: de tweede paradox kiezen omdat het over verscheidenheid lijkt te gaan. Hier gaat het niet over cultuur maar over afhankelijkheid.

Vul in

Het proces van generalisering maakt van hechte culturen langzaam één universele cultuur. Het ontstaan van kleinschalige culturen als reactie heet pluralisering, een tegenbeweging tegen vervlakking.

generalisering
pluralisering
differentiatie
modernisering

Syllabus 21.5, tweede paradox. Verwachte fout: de twee begrippen omwisselen. Generalisering is de weg naar één algemene cultuur, pluralisering het ontstaan van veel kleine culturen.

Plenaire zaal van het Europees Parlement, Straatsburg

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Politieke stromingen en globalisering

  • De vraag: wat doet globalisering met de sociale cohesie in de moderne samenleving?

  • Thema's: verdwijnende solidariteit en overheveling van bevoegdheden naar supranationale instanties (EU, VN).

  • Ook: dominante westerse cultuur, mondiale economische verwevenheid en ecologische problemen.

  • Aanhangers van politieke stromingen kiezen een standpunt vanuit hun ideologie.

Syllabus 22.1: een punt in de discussie over globalisering is de vraag welke gevolgen dit heeft voor de sociale cohesie. Thema's: het verdwijnen van maatschappelijke solidariteit, de overheveling van nationale bevoegdheden naar supranationale instanties (EU, VN), de bedreiging van oorspronkelijke culturen door de dominante westerse, met name Amerikaanse cultuur, de toename van de mondiale economische verwevenheid en de mondiale ecologische problematiek. De syllabus baseert de standpunten op beginselverklaringen van partijen die stromingen vertegenwoordigen. Presenteer alle stromingen even serieus en zonder eigen voorkeur; vraag leerlingen standpunten te beschrijven, niet te beoordelen. De foto toont de plenaire zaal van het Europees Parlement, waar bevoegdheden van lidstaten samenkomen. Image credit: Diliff / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Standpunten over globalisering

  • Confessionalisme: lokale gemeenschap telt, verbondenheid gaat ook over grenzen; rentmeesterschap voor natuur en cultuur.

  • Liberalisme: vrijhandel en vertrouwen in de markt; Europese samenwerking vergroot vrijheid, welvaart en veiligheid; weinig extra regels.

  • Sociaaldemocratie: sterke markt, begrensd door sociale rechtvaardigheid; negatieve gevolgen bestrijden met internationale regels.

Syllabus 22.1. Confessionalisme: de lokale gemeenschap is eerst verantwoordelijk voor samenleven en zorg, maar hoeft niet te worden prijsgegeven bij een blik over de grenzen; vanuit rentmeesterschap voelt men zich geroepen tot zorg voor natuur en cultuur, ook als dat op korte termijn pijnlijke keuzes vraagt. Liberalisme: particulier eigendom, ondernemerschap, vrijhandel, Europese samenwerking als middel voor vrijheid, welvaart en veiligheid; meer vertrouwen in het marktmechanisme en minder behoefte negatieve gevolgen via regelgeving te bestrijden; waarde van wetenschap en technologie, met milieu en economie als twee kanten van dezelfde medaille. Sociaaldemocratie: een Europese en internationale beweging tegen schending van mensenrechten, onredelijke ongelijkheid, armoede en discriminatie; een sterke markt begrensd door sociale rechtvaardigheid, democratische verantwoording, publiek belang, culturele ontwikkeling en ecologische duurzaamheid; negatieve gevolgen bestrijden via internationale regelgeving en afspraken. Neutraal: geen enkele stroming is hier 'juist'. Veelgemaakte fout: liberalen en sociaaldemocraten tegenover elkaar zetten als voor en tegen globalisering. Het verschil zit in hoeveel regelgeving nodig is.

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Standpunten over individualisering

  • Vraag: wat doet individualisering met de identiteitsontwikkeling? Thema's: levensstijl, consumptiemaatschappij, meervoudige identiteit.

  • Confessionalisme: individualisering leidt tot onbehagen; burgers moeten meer betrokken zijn bij elkaar.

  • Liberalisme: individuele vrijheid is het hoogste goed; verbanden komen tot stand door vrijwillige relaties tussen vrije mensen.

  • Sociaaldemocratie: waardeert variatie in levensstijlen, vraagt tolerantie; geen grotere ongelijkheid door individualisering.

Syllabus 22.2: een punt in de discussie over individualisering is de vraag welke gevolgen het heeft voor de identiteitsontwikkeling. Thema's: levensstijlen als expressie van identiteit, de consumptiemaatschappij, de meervoudige identiteit van de moderne mens en de netwerksamenleving. Confessionelen constateren onbehagen en vinden dat een gemeenschap moeilijker te vormen is door de veelheid aan culturen; zij vinden onderlinge betrokkenheid belangrijk. Liberalen willen mensen de ruimte geven om iets buitengewoons van hun leven te maken, willen hen niet afhankelijk maken van de overheid maar helpen op eigen benen te staan, en zien individuele vrijheid als hoogste goed; het verband komt van onderop. Sociaaldemocraten waarderen de toegenomen individuele variatie, maar vinden dat de culturele emancipatie hoge eisen stelt aan tolerantie, dat samenleven inspanning van iedereen vraagt, dat individualisering niet tot meer ongelijkheid mag leiden en dat de overheid mensen moet beschermen die het niet op eigen kracht redden. Neutraal blijven en de standpunten even uitgebreid bespreken. Veelgemaakte fout: denken dat liberalen tegen verbondenheid zijn. Zij zien verbanden juist als vrijwillig.

Partij: vrijhandel en EU-samenwerking vergroten vrijheid en welvaart. Welke stroming?

A

Confessionalisme

B

Sociaaldemocratie

C

Liberalisme

D

Communisme

Syllabus 22.1: liberalen zijn groot voorstander van vrijhandel en zien Europese samenwerking als middel voor vrijheid, welvaart en veiligheid. Verwachte fout: sociaaldemocratie, omdat die ook internationale samenwerking wil. Die benadrukt echter regelgeving tegen negatieve gevolgen. Leg uit zonder waardeoordeel.

Vul in

Confessionelen zien dat individualisering tot onbehagen leidt en willen dat burgers meer betrokken zijn bij elkaar.

onbehagen
betrokken
tevredenheid
onafhankelijk

Syllabus 22.2. Verwachte fout: dit standpunt aan liberalen toeschrijven. Liberalen leggen de nadruk op individuele vrijheid en vrijwillige verbanden.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Kenmerken en kritiek op modernisering

2

Identiteit, ongelijkheid en binding

3

De drie paradoxen

4

Standpunten van politieke stromingen

Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt. Bij de paradoxen: laat leerlingen elke paradox in één zin uitleggen met beide kanten.

Noem een eigen voorbeeld van een paradox.

Goed antwoord: een situatie waarin twee schijnbaar tegengestelde dingen tegelijk gelden, bijvoorbeeld vrij zijn door technologie en daar tegelijk afhankelijk van zijn, wereldwijd dezelfde apps en toch eigen groepen, of rationeel plannen en toch impulsief kopen. Verwachte fout: een voorbeeld van alleen één kant geven, zonder de tegenstelling.

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Begrippen (1/2)

  • modernisering: verzamelnaam voor de ingrijpende veranderingen in gezin, arbeid, religie, politiek en wetenschap sinds de Verlichting

  • differentiatie: mensen verschillen sterk in arbeid, kennis, houding, status en privileges en zijn daardoor van elkaar afhankelijk

  • doelrationeel handelen: op grond van zelf bepaalde doelen kiezen voor bepaalde handelingsstrategieën

  • civilisatieproces: meer afhankelijkheid van anderen leidt tot meer dwang tot zelfdwang en uitgestelde behoeftebevrediging

  • informalisering: flexibelere omgangscodes, van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding

This item has no instructions

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Begrippen (2/2)

  • ontzuiling: het verdwijnen van de zuilen: de bindende kracht van kerk en levensbeschouwelijke subcultuur nam sterk af

  • participatiesamenleving: meer eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van burgers voor wat voorheen de overheid deed

  • paradox: schijnbare tegenstelling waarbij beide kanten tegelijk waar zijn

  • generalisering: hechte, verschillende culturen maken plaats voor een universele cultuur met algemene ideeën en routines

  • pluralisering: het ontstaan van veel kleinschalige culturen, als reactie op een vervlakkende mondiale cultuur

This item has no instructions