Moderne samenleving en paradoxen (Maatschappijwetenschappen vwo), les 2: Examentraining

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Examentraining

Moderne samenleving en paradoxen: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: een vraagstuk relateren aan een paradox, effecten verklaren, standpunten van stromingen onderscheiden en bronnen en cijfers beoordelen. Politiek gevoelige stof: bespreek standpunten neutraal.

Items in this lesson

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Examentraining

Moderne samenleving en paradoxen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: chensiyuan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over modernisering, de paradoxen en de standpunten van politieke stromingen beantwoorden met begrippen en gegevens uit de casus.

This item has no instructions

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: herken, verklaar, leg uit of beschrijf het standpunt?

  • 2. Zoek: welk begrip of welke paradox zit in de casus? Onderstreep de aanwijzing.

  • 3. Verbind: koppel de aanwijzing aan de omschrijving van het begrip, met beide kanten bij een paradox.

  • 4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, conclusie. Alleen een definitie is te weinig.

This item has no instructions

Victoriaanse picknick bij het Wave-Gotik-Treffen, Leipzig, 2023

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Vraagtype 1: een paradox herkennen

  • Je krijgt een situatie en moet de paradox herkennen: welke twee kanten zie je tegelijk?

  • Verzelfstandiging en verafhankelijking, generalisering en pluralisering, of rationeel en emotioneel.

  • Voorbeeld: fans van een muziekstijl vieren hun eigen subcultuur, terwijl popmuziek wereldwijd gelijk klinkt.

Image credit: ERAKU / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Overal dezelfde ketens, maar Eindhoven krijgt een eigen muziekscene. Welke paradox?

A

Verzelfstandiging versus verafhankelijking

B

Generalisering versus pluralisering

C

Rationeel versus emotioneel

D

Modernisering versus traditie

Syllabus 21.5: de universele mediacultuur (generalisering) naast het ontstaan van eigen kleinschalige culturen (pluralisering). Verwachte fout: de eerste paradox, omdat het over globalisering gaat. Let op wat tegenover elkaar staat: één algemene cultuur en veel kleine culturen.

Wat houdt informalisering van relaties in?

Goed antwoord: omgangscodes worden flexibeler en omgangsvormen egalitairer, zoals de verschuiving van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding (syllabus 21.2). Verwachte fout: zeggen dat er geen regels meer zijn; de behoefte aan een zekere formalisering neemt juist weer toe.

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Vraagtype 2: effecten van modernisering

  • Je moet verklaren welk effect een verandering heeft op identiteit, binding of ongelijkheid.

  • Noem de verandering, het effect en de schakel ertussen: arbeidsdeling, keuzevrijheid, netwerken of globalisering.

  • Gebruik de kanttekeningen uit de syllabus als je een nadeel of risico moet noemen.

This item has no instructions

Sanne kiest en wisselt zelf van levensstijl. Welk risico loopt haar identiteit?

A

Een identiteit die vastligt door afkomst

B

Een sterkere band met de collectieve identiteit

C

Meer afhankelijkheid van de eigen kerkgemeenschap

D

Een gespleten en instabiele persoonlijke identiteit

Syllabus 21.2, kanttekening 2: de moderne flexibele identiteit is minder solide en stabiel dan in meer collectivistische samenlevingen. Verwachte fout: een van de opties kiezen die juist bij de traditionele samenleving horen.

Hoe kan globalisering sociale cohesie aantasten?

Goed antwoord: bij verlies aan functies van de staat en aan nationale soevereiniteit dreigt de cohesie binnen staten aangetast te worden; nationale culturen, identiteiten en levensstijlen verliezen kracht door migratie, massatoerisme en wereldwijde media (Syllabus 21.4.3). Er ontstaat ook een tegenbeweging die het eigene benadrukt. Verwachte fout: alleen zeggen dat 'iedereen anders wordt' zonder de schakel naar soevereiniteit of cultuur.

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Vraagtype 3: standpunten van stromingen

  • Je krijgt een uitspraak uit een partijprogramma of een situatie en moet de stroming herkennen of een standpunt beschrijven.

  • Zoek het sleutelwoord: lokale gemeenschap en rentmeesterschap, markt en vrijheid, of rechtvaardigheid en regels.

  • Beschrijf het standpunt neutraal, zonder zelf te oordelen.

This item has no instructions

Partij: 'Globalisering moet onrecht verkleinen via internationale afspraken.' Welke stroming?

A

Sociaaldemocratie

B

Liberalisme

C

Confessionalisme

D

Nationalisme

Syllabus 22.1: sociaaldemocraten willen negatieve gevolgen bestrijden via internationale regelgeving en overeenkomsten en vinden dat globalisering onrecht en ongelijkheid moet verkleinen. Verwachte fout: confessionalisme, vanwege de aandacht voor solidariteit.

Wat is het liberale standpunt over individualisering?

Goed antwoord: individuele vrijheid is het hoogste goed; mensen krijgen de ruimte iets van hun leven te maken en worden geholpen op eigen benen te staan in plaats van afhankelijk te zijn van de overheid; verbanden komen tot stand door vrijwillige relaties tussen vrije mensen (Syllabus 22.2). Verwachte fout: het standpunt van sociaaldemocraten geven (bescherming door de overheid).

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Vraagtype 4: bronnen en cijfers beoordelen

  • Bij cijfers: let op het verschil tussen procent en procentpunt. Een daling van 45% naar 35% is 10 procentpunt.

  • Bij een onderzoek: is de steekproef een zo volledige mogelijke weerspiegeling van de groep waarover je iets zegt?

  • Beoordeel een bron op objectiviteit, betrouwbaarheid en representativiteit en noem het bewijs uit de bron.

This item has no instructions

Verenigingsleden: 45% in 1990, 35% in 2020 (fictief). Hoe groot is de daling?

A

10 procent

B

35 procentpunt

C

10 procentpunt

D

45 procent

Syllabus A3.3: het verschil tussen procent en procentpunt. 45% naar 35% is een daling van 10 procentpunt (relatief ongeveer 22 procent van de oorspronkelijke waarde). Verwachte fout: '10 procent' kiezen. Het cijfer is fictief en alleen bedoeld om te oefenen.

Waarom zegt een gamersenquête weinig over ons land?

Goed antwoord: de steekproef is niet representatief; gamers zijn maar een deel van de bevolking en geven geen zo volledige mogelijke weerspiegeling van alle inwoners, dus een conclusie over heel Nederland (bijvoorbeeld over binding) is niet te trekken (Syllabus A1, A3.1). Verwachte fout: zeggen dat de vragen niet objectief zijn, terwijl het om de samenstelling van de groep gaat.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een vraagstuk relateren aan een paradox

2

Effecten op identiteit, binding en ongelijkheid

3

Standpunten van stromingen onderscheiden

4

Bronnen en cijfers beoordelen

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.

VERANDERING · MODERNE SAMENLEVING

Tips voor op het examen

  • Een paradox heeft twee kanten: noem ze allebei en wijs ze allebei aan in de casus.

  • Beschrijf standpunten van stromingen neutraal en met hun eigen kernwoorden, zonder eigen mening.

  • Noem bij een effect de verandering, het gevolg en de schakel ertussen.

  • Procent en procentpunt zijn niet hetzelfde: lees goed wat er wordt gevraagd.

This item has no instructions