Les 1: De Maatschappij

Maatschappijleer
Les 1: De maatschappij
1 / 37
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Maatschappijleer
Les 1: De maatschappij

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten
  • Telefoon in je tas
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Chromebook, JdW map en pen op tafel

Daarna log je in bij LessonUp! 

Slide 2 - Slide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.
Leerdoelen

  • Je kan uitleggen wat er met maatschappij, sociale omgeving en identiteit wordt bedoeld. (R)
  • Je kan uitleggen wat een samenleving is en hoe je met mensen samenleeft. (T)
  • Je weet wat omgangsvormen zijn en je kunt hiervan voorbeelden noemen. (R)
  • Je legt uit waarom er (gedrags)regels nodig zijn in de samenleving. (T)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Zwarte poppen in de winkel?

Begrijp je deze mevrouw?

  • Waarom wel?
  • Waarom niet?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Begrippen uit deze les
  • Maatschappij
  • Sociale omgeving
  • Identiteit
  • Omgangsvormen
  • (Gedrags)regels


Schrijf mee in jouw werkboekje!

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al van:
Maatschappijleer?

Slide 7 - Mind map

This item has no instructions

Wat is maatschappijleer?
De mens leeft graag in dorpen en steden bij elkaar. Ook is iedereen afhankelijk van elkaar. Daarom noemen we de mens een sociaal wezen.
Sociaal wezen
Je hebt bepaalde bindingen met mensen, omdat je afhankelijk bent van anderen in je omgeving. Daarom noemen we de mens een sociaal wezen.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Waarom maatschappijleer?
  1. Je leert hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit.
  2. Je leert hoe belangrijke beslissingen worden genomen.
Voor sommige beroepen (zoals de politie, media of de zorg) is dit vak belangrijk, omdat het je voorbereidt op jouw deelname aan de samenleving.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

De maatschappij
In een maatschappij leef je met miljoenen mensen samen. Een ander woord voor maatschappij is samenleving. Iedereen die in Nederland woont is dus onderdeel van de Nederlandse maatschappij/samenleving.
Maatschappij
Een ander woord voor samenleving, waarin je samen met miljoenen andere mensen samen leeft. 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Ik
Gezin
School/sport/etc.
Den Haag
Zuid-Holland
Nederland
Sociale omgeving
Mensen die je regelmatig ziet en waar je samen dingen mee doet. 
Socialisatie
Het bewust of onbewust aanleren van normen, waarden en gewoonten die bij 'jouw groep' of samenleving horen.

Slide 11 - Slide

Deel 'werkblad 1 sociogram' uit aan de leerlingen (zie N-schijf).
Leg uit dat iedereen met elkaar verbonden is, en van elkaar afhankelijk (je kan geen brood in de supermarkt kopen, zonder dat er graan is of een bakker of een vrachtwagenchauffeur die het naar de supermarkt brengt). 
Leg daarna uit dat socialisatie een bewust of onbewust proces is waarbij mensen elkaar beïnvloeden. Dit alles is onderdeel van de maatschappij. Grijp daarna terug op de IK, voor de identiteit.
Maak een sociogram van jouw omgeving. Stuur een foto in als bewijs.

Slide 12 - Open question

Begin met deze opdracht in de les. Ze mogen het thuis afmaken en als huiswerk inleveren de volgende les.

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Mijn identiteit en ik...
Mensen hebben invloed op jouw identiteit. Jouw ik.
Dit vindt plaats: in je gezin, op school, in je vriendengroep, op de sportvereniging, op je werk, binnen je geloof, in de media. Ook heeft de overheid invloed op jouw identiteit.

Identiteit
Dit zijn alle dingen die jou uniek maken. Hiermee bedoelen we je karaktereigenschappen, je geloof, je taal, en ga zo maar door. Dus alles wat jou jou maakt!

Slide 14 - Slide

Leg het begrip identiteit uit. Vraag de leerling hier naar zijn/haar identiteit. Vraag naar de sportclub, karaktereigenschappen en dergelijke. 
Wat maakt de leerling de leerling? Geef eventueel voorbeelden van karaktereigenschappen (aardig, lief, pro-actief, ijverig, lui, slim, sportief, agressief, assertief, etc.).
Regels voor iedereen
Iedereen is dus afhankelijk van iedereen. Daarom is het belangrijk dat er regels zijn over hoe we samenleven en samenwerken. Hierin onderscheiden we twee soorten:
  1. Gedragsregels
  2. Wetten

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

1. Gedragsregels
Doel: zorgen ervoor dat we rekening houden met andere mensen.

Je hoeft over deze regels (als het goed is) nauwelijks na te denken. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

2. Wetten
Doel: je moet je houden aan deze regels (anders ben je 'strafbaar').

De politici maken deze wetten. Deze staan in het Burgerlijk Wetboek.
Burgerlijk Wetboek
Verzameling van (bijna) alle wetten die voor burgers in een land gelden. Wetten waarmee een straf opgelegd kan worden, staan in het Wetboek van Strafrecht. (Daarover meer in periode 4: criminaliteit.)

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen gedragsregels en wetten?

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Noem drie verschillen tussen de maatschappij in Nederland en die in een ander land. Denk maar eens terug aan waar je het laatst op vakantie bent geweest.

Slide 19 - Open question

This item has no instructions


De maatschappij
Samenleven in Nederland
  • Nederland is een klein, rijk en dichtbevolkt land
  • We wonen dicht op elkaar en hebben dus veel met elkaar te maken
  • Samenleven betekent: deel uitmaken van een maatschappij


Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Regels voor samenleven
  • De overheid maakt regels: wetten
  • Deze wetten zorgen voor orde en veiligheid
  • Voorbeelden: verkeersregels, milieuregels, eigendomsregels

Waarom regels belangrijk zijn:

  • Regels maken samenleven mogelijk
  • Denk aan een spel: zonder spelregels kun je niet spelen

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Wat is fatsoen?
Niet alles staat in de wet
  • Sommige dingen voelen verkeerd, maar zijn niet strafbaar
  • Voorbeeld: asociaal gedrag → geen boete, maar wel afkeuring
  • Dit noemen we ongeschreven regels

 Wat is fatsoen?
  • Opstaan voor ouderen in de tram
  • Anderen netjes behandelen
  • Fatsoen = hoe we vinden dat je je hoort te gedragen


''Normaal gedrag'' verschilt per gezin, buurt of cultuur:


Tekst gesproken

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Video

This item has no instructions


Gaat dit filmpje over gedragsregels of wetten?

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van een ongeschreven gedragsregel?
A
Je mag niet door rood rijden
B
Je moet belasting betalen
C
Je staat op voor een oudere vrouw in de bus
D
Je mag geen spullen stelen uit een winkel

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een ander woord voor maatschappij?
A
Een dorp
B
Een stad
C
Alle mensen in een land
D
Samenleving

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het doel van een gedragsregel?

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Noem een voorbeeld van een gedragsregel.

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van een omgangsvorm?
A
Verantwoordelijk zijn.
B
Iemand feliciteren met zijn verjaardag.
C
Zorgen dat je genoeg eet en drinkt op een dag.
D
Afspreken met vrienden om te gaan voetballen.

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions


In de samenleving zijn regels nodig, omdat:
A
Regels ervoor zorgen dat iedereen doet wat de overheid wil.
B
Mensen gedwongen zijn om met elkaar samen te leven.
C
De politie daardoor weet wanneer ze mensen straf moeten geven.
D
De bestuurders van ons land zo hun zin niet krijgen.

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Welke waarde past het best bij iemand die nooit zal liegen?
A
Vrijheid.
B
Mensen moeten mij kunnen vertrouwen.
C
Eerlijkheid
D
Als ik tegen mijn ouders lieg krijg ik straf.

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Een voorbeeld van een belangentegenstelling is:
A
Je bouwt samen met je buren een nieuwe schutting.
B
De baas beloont je wanneer je je werk goed doet.
C
De werknemer heeft een schadevergoeding gekregen
D
Je krijgt ruzie met de leraar, omdat je weer te laat bent.

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Begrippen uit deze les

  • Maatschappij
Dit zijn mensen die samen leven (samenleving)
  • Sociale omgeving
De mensen om je heen.
  • Identiteit
Wie je bent en wat bij jou hoort.
  • Omgangsvormen
Ongeschreven regels over hoe je met elkaar om gaat.
  • (Gedrags)regels
Wat je doet omdat je dit "normaal" vindt. Staat niet in de wet.


Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk

Volgende les:

  • Heeft iedereen het werkboekje bijgewerkt t/m week 1.
  • Was je er niet? Vraag aan je klasgenoten of kijk in Somtoday van de volgende week.

  • Maken: Opgave 1 t/m 5 (H1 De Maatschappij)


Slide 34 - Slide

This item has no instructions


Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 35 - Open question

This item has no instructions

Huiswerk
Maken opdrachten: 1 t/m  8

Inloggen: 
MethodeM: https://www.methodem.nl/les/0857a8cd-85c2-4e75-958d-17b6a51c1d8f
Maatschappijleer> Samenleving> Les 1: De Maatschappij


Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Slide

This item has no instructions