oefentoets hfst 3 Stoffen

oefenles hfst 3 Stoffen
1 / 45
next
Slide 1: Slide
NASKMiddelbare schoolvmbo g, t, mavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

oefenles hfst 3 Stoffen

Slide 1 - Slide

pag 176 Grootheid, eenheid, meetwaarde
Een eenheid is een hoeveelheid of maat waarin je iets uitdrukt. Een eenheid staat altijd achter een getal.
Bijvoorbeeld: 52 kg  Het getal 52 is de meetwaarde, kg is de eenheid.
Een grootheid is een eigenschap die je kunt meten. Iedere grootheid heeft zijn eigen eenheden. Bijvoorbeeld grootheid massa heeft eenheid g of kg.

Slide 2 - Slide

Iedere grootheid heeft haar eigen eenheden. Welke eenheid hoort bij de grootheid lengte
A
graden Celsius
B
meter
C
seconde

Slide 3 - Quiz

Grootheid of eenheid? Selecteer een grootheid
A
Meter
B
Tijd
C
Vierkante meter
D
Graden Celcius

Slide 4 - Quiz

Is frequentie een grootheid of eenheid?
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 5 - Quiz

Wat is een grootheid en wat is een eenheid?
Grootheid
Eenheid
lengte
oppervlakte
seconde
kilogram
snelheid
centimeter
uur
tijd
kilometer
gewicht
jaar

Slide 6 - Drag question

Oplosmiddel pag 82
 De vloeistof waarin een bepaalde stof is opgelost is het oplosmiddel.  
Water wordt hiervoor het meest gebruikt.


Slide 7 - Slide

Wat is hier het oplosmiddel?
A
Suiker
B
Water
C
Glas
D
Suikerwater

Slide 8 - Quiz

Het oplosmiddel is bij koffiezetten
A
koffiebonen
B
water

Slide 9 - Quiz

Pictogrammen

Slide 10 - Slide


Wat betekent dit pictogram
A
brandbevordend
B
corrosief
C
ontvlambaar
D
explosief

Slide 11 - Quiz


Wat betekent dit pictogram
A
giftig
B
corrosief
C
milieugevaar
D
schadelijk

Slide 12 - Quiz

sleep naar juiste pictogram!
corrosief
lange termijn gezondheidsgevaarlijk
ontvlambaar
oxiderend
giftig

Slide 13 - Drag question

Omrekenen

Slide 14 - Slide

omrekenen oppervlakte
omrekenen volume

Slide 15 - Slide

Omrekenen
4dm3staatgelijkaan....m3
A
40
B
0,4
C
0,04
D
0,004

Slide 16 - Quiz

Omrekenen:

100dm3staatgelijkaan....
timer
0:20
A
1L
B
1m3
C
1000cL
D
100L

Slide 17 - Quiz

3000 gram = ........ kilogram
A
3
B
30
C
300
D
0,3

Slide 18 - Quiz

1 kilogram appels is hetzelfde als .. milligram.
A
1.000
B
10.000
C
100.000
D
1.000.000

Slide 19 - Quiz

Omrekenen, sleep naar de juiste plaats
700 cm3
0,07 dm3
700 cL
0,7 dL
0,7 L
70 mL
0,007 m3
0,07 dm3

Slide 20 - Drag question

Inhoud omrekenen
 Welke zijn even groot?
2 000 L
20 L
2 000 mL
20 dm3
2 m3
2 000 cm3

Slide 21 - Drag question

scheidingsmethoden
pag 84

Slide 22 - Slide

Scheidingsmethoden pag 84
Scheidingsmethode
Type mengsel
Waarop gebaseerd?
Bezinken en afschenken
suspensie 
emulsie
Dichtheid
Filtreren
suspensie
Deeltjesgrootte
Indampen
oplossing
kookpunt
Destilleren
oplossing en emulsie
kookpunt
Extraheren
2 vaste stoffen
oplosbaarheid
Adsorberen

Slide 23 - Slide

Luna heeft een mengsel van aceton en water gemaakt. Nu wil ze deze twee stoffen scheiden. Het kookpunt van aceton is 56 °C.
Welke scheidingsmethode ze hiervoor kan gebruiken
A
indampen
B
destilleren
C
verdampen
D
koken

Slide 24 - Quiz

Welke scheidingsmethode wordt beschreven?
Sleep de scheidingsmethode naar de zin.
Droog koken

De ene vaste stof lost op, de andere vaste stof niet.
De verdampte stof condenseert.
Sommige stoffen gaan door een filter.
Destilleren
Extraheren
Filtreren
Indampen

Slide 25 - Drag question

Elke scheidingsmethode berust op een verschil in stofeigenschap. Sleep de eigenschappen naar je juiste scheidingsmethode.
Filtreren
Extraheren
Bezinken
Deeltjesgrootte
Dichtheid
Oplosbaarheid

Slide 26 - Drag question

Dichtheid
De dichtheid is de massa van 1 cm3 van een stof.

het symbool van dichtheid is 𝛒 (rho)

de eenheid van dichtheid is g/cm3



Slide 27 - Slide

Dichtheid

Slide 28 - Slide

Is dichtheid een stofeigenschap?
A
Ja
B
nee

Slide 29 - Quiz

Van een steen wordt het volume bepaald. Er wordt gebruik gemaakt van de onderdompelmethode. Waarom?
A
dat gaat sneller
B
dat is nauwkeuriger
C
de steen is onregelmatig van vorm
D
De onderzoeker vind dit de fijnste methode

Slide 30 - Quiz























































































































De dichtheid van ijs is ....... dan de dichtheid van water.
De dichtheid van ijs is .... dan de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk

Slide 31 - Quiz

Dichtheid is een stofeigenschap.
Wat is de dichtheid van water?
A
0,5 g/cm3
B
0,7 g/cm3
C
1,0 g/cm3
D
1,3 g/cm3

Slide 32 - Quiz

Wat is de formule van de dichtheid?
Dichtheid = ...
A
massa x volume
B
volume : massa
C
massa + volume
D
massa : volume

Slide 33 - Quiz

Drijven
Zweven
Zinken
De dichtheid van een voorwerp is kleiner dan de dichtheid van een vloeistof
De dichtheid van een voorwerp is groter dan de dichtheid van een vloeistof
De dichtheid van een voorwerp is even groot als de dichtheid van een vloeistof

Slide 34 - Drag question

=
dichtheid
De formule van dichtheid
timer
0:45
volume
massa
/
*

Slide 35 - Drag question

Welke vloeistof heeft de ...
kleinste dichtheid
grootste dichtheid

Slide 36 - Drag question

Bereken de dichtheid van het blokje.
    dichtheid = 
 massa/ volume

Slide 37 - Open question

Bereken de dichtheid

Slide 38 - Open question

Sleep de mengsels naar de geschikte scheidingsmethode
filtratie
extractie
indampen
destillatie
oplossing van vloeistoffen
suspensie
mengsel van vaste stoffen
oplossing van een vaste stof

Slide 39 - Drag question

Welke apparaten bevatten scheidingsmethoden welke niet?
Geen scheidingsmethode
Wel een scheidingsmethode
Zeef / vergiet
Mixer
Afzuigkap
Citruspers
Gasfornuis

Slide 40 - Drag question

Sleep de juiste definities naar de juiste scheidingsmethode
Filtratie
Adsorptie
Extraheren
Scheidingsmethode waarbij mengsels gereinigd kunnen worden waarbij een residu achterblijft
Scheidingsmethode waarbij een vloeistof of gas wordt opgenomen door een vaste stof of andere vloeistof
Scheidingsmethode die gebaseerd is op het verschil in oplosbaarheid

Slide 41 - Drag question

Bezinken
Indampen
Filtreren

Slide 42 - Drag question

Indampen
filtreren

Slide 43 - Drag question

Oplossing
Oplossing
Suspensie
Suspensie
Suspensie
Oplossing

Slide 44 - Drag question

Wat hoort bij een oplossing en wat bij een suspensie?
Oplossing
Suspensie

Helder
Troebel
Gekleurd

Slide 45 - Drag question