Optellen en aftrekken onder elkaar (1E en 1G woensdag)

1 / 32
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenISK

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson



Niet door les heen praten

Wat gaan we doen vandaag?

  1. Getallendictee

  2. Decimale getallen

  3. Grote getallen optellen en aftrekken op papier

  4. Afsluiten 


Wat gaan we doen vandaag?

  1. Getallendictee

  2. Decimale getallen

  3. Grote getallen optellen en aftrekken op papier

  4. Afsluiten 


Getallen dictee

Pak je laptop!

Check je e-mail:


Lesdoel

Aan het eind van deze les ken je de basisbewerkingen van optellen en aftrekken en kun 

je deze toepassen.

Waarde van een getal

E = eenheden

T = tiental

H = honderdtal

D= duizendtal

TD = tienduizendtal

HD = honderduizendtal

M = miljoental

Wat is de waarde van de 3 in het getal 5356

A

3

B

30

C

3000

D

300

Wat is de waarde van de 4 in het getal 4568

A

4000

B

4

C

40

D

400

Voeg hier je vraag toe

Wat is de waarde van de 4 in het getal 298,425

A

0,4

B

40

C

4

D

0,04

Wat is de waarde van de 2 in het getal 368,4217

A

20

B

0,2

C

200

D

0,02

Decimale getallen

Handig optellen

omdraaien   7 + 28  = 28 + 7

aanvullen 59 + 27    = (59+1) + (27-1)

splitsen 28 + 34 = 20 + 30 + 8 + 4

schakelen 57 + 26 + 13 = (57 + 13) + 26


Kolomsgewijs 

optellen

Van links naar rechts

200 + 700 = 900

 30   +   40 =    70

    1   +      2 =      3

uitkomst =      973  



kolomsgewijs optellen 

Van rechts naar links

1 +2 = 3 zet deze onder de eenheden

3 + 4 = 7 zet deze onder de tientallen

2 + 7 = 9 zet deze onder de honderdtallen 

uitkomst 973



kolomsgewijs optellen 

Van rechts naar links

Kolomsgewijs 

optellen met decimalen

Van rechts naar links 

0,00 + 0,09 = 0,09

0,3 + 0,6   =  0,90

3,0  + 2,0   =  5,00

10,0 + 30,0 = 40,00

uitkomst    = 45,99

                        

                                  

Kolomsgewijs 

aftrekken

Van links naar rechts 

800-300 = 500

   60- 50  =    10

      7-4     =       3

uitkomst      513

                        

                                  

een tekort

van links naar rechts

900 - 200 = 700

   10 -    40 = -30

     4 -       1 =      3

uitkomst        673




Kolomsgewijs

aftrekken

van rechts naar links

 7 - 4 = 3 zet deze onder de eenheden 

  6 - 5 = 1 zet deze onder de tientallen 

8 - 3 = 5 zet deze onder de honderdtallen 

uitkomst       513

lenen bij de buren

van rechts naar links 
    4 - 1 = 3
10 - 40 = lenen 100
110-40  = 70
800 - 200 = 600 

uitkomst = 673



Hoeveel is 685+367?

A

1062

B

1052

C

1042

D

1072

Hoeveel is.. 21+32 =

Hoeveel is.. 12+56 =

Afsluiten:

  • Opruimen 

  • Op je stoel zitten

  • lesdoelen bespreken

  • Telefoons? Stoelen?

  • en...