Werkend Nederlands eindquiz

Wat weet je nog van de thema's die we behandeld hebben?
1 / 49
next
Slide 1: Slide
NT2HBOStudiejaar 1

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Wat weet je nog van de thema's die we behandeld hebben?

Slide 1 - Slide

Wat weet je nog van de thema's?

Slide 2 - Mind map

Wat betekent "het land van herkomst"?
A
Het land waar je woont
B
Het land waar je geboren bent

Slide 3 - Quiz

Wat betekent 'spellen'?
A
de letters één voor één zeggen
B
een spel spelen op je mobiel

Slide 4 - Quiz

Vul in: "Hoi ik ben nieuw hier, ik zal mij even ...

Slide 5 - Open question

Hebben / zijn
Wij ... getrouwd.
A
Hebben
B
zijn

Slide 6 - Quiz

Hebben / zijn
Jullie ... blij
A
hebben
B
zijn

Slide 7 - Quiz

Wat ... jouw nationaliteit?
A
ben
B
is

Slide 8 - Quiz

Hij ... een nieuwe baan.
A
is
B
heeft

Slide 9 - Quiz

1e = eerste
Vul in: Tom woont op de (8) ... etage.

Slide 10 - Open question

De oude vrouw viert haar (100) .... verjaardag.

Slide 11 - Open question

Vraagwoorden

Slide 12 - Slide

.... komen jullie koffie drinken?
A
Wie
B
Welke
C
Wanneer
D
Waneer

Slide 13 - Quiz

.... is zijn adres?
A
wie
B
wat
C
welke
D
wanneer

Slide 14 - Quiz

... kom jij vandaan?
A
waar
B
welke
C
wanneer
D
wie

Slide 15 - Quiz

.... woont er in Amsterdam?
A
welke
B
wie
C
wanneer
D
waar

Slide 16 - Quiz

Wat zeg je tegen je collega's als jullie gaan eten?

Slide 17 - Open question

Vul in: Het is heel erg warm, ik wil snel wat drinken. Ik heb ....

Slide 18 - Open question

Slide 19 - Slide

Wendy gaat ... naar het feest.
A
geen
B
niet

Slide 20 - Quiz

Ik heb ... dorst.
A
geen
B
niet

Slide 21 - Quiz

Jullie doen ... suiker in de koffie.
A
geen
B
niet

Slide 22 - Quiz

Op het prikbord hangen ... briefjes.
A
geen
B
niet

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Slide

Omar is ... pen kwijt.

Slide 25 - Open question

Ik ga op de fiets naar .... werk.

Slide 26 - Open question

Ze hebben geen dorst, ze hebben ... sap net op.

Slide 27 - Open question

Wij hebben vandaag ... huis verkocht!

Slide 28 - Open question

Slide 29 - Slide

we samen ons huiswerk maken?
jullie gezellig met mij samen eten?
we vandaag niet naar school?
we de tekst morgen ook inleveren? of moet het vandaag?
we vandaag vroeg op school zijn?
hoeven
kunnen
zullen
moeten
willen

Slide 30 - Drag question

de emmer
de voorraad
de bezem
het magazijn

Slide 31 - Drag question

Voorzetsels
VOORZETSELS

Slide 32 - Slide

De hond zit..... de doos.
A
in
B
op
C
onder
D
naast

Slide 33 - Quiz

De kat zit ...... de doos.
A
achter
B
voor
C
tegenover
D
naast

Slide 34 - Quiz

De vrouw zit ..... de man.
A
tussen
B
achter
C
tegenover
D
voor

Slide 35 - Quiz

Wat is een voorzetsel?
Naast de trap staat een schoen.
Welk woord is het voorzetsel?
A
staat
B
schoen
C
naast
D
een

Slide 36 - Quiz

..... is de docent te laat?
... zet ik de computer aan?
.... opdrachten maakt u?
.... dag is het vandaag?
.... werkt u hier al?
Hoelang
Hoe
Welke
Hoeveel
Waarom

Slide 37 - Drag question

maken
Eerst
een afspraak
moeten
jullie

Slide 38 - Drag question

veel mensen.
In het magazijn 
werken

Slide 39 - Drag question

de ploegendienst.
Om 10:00 uur
start 

Slide 40 - Drag question

de ploegleider
In de kantine
een lekker broodje.
koopt

Slide 41 - Drag question

tijdens
Ik ben geboren ... 15 maart
De film duurt ... 22:00 uur
Joel werkt hier al ... 2016.
Mijn zus belt ... 14:00 uur.
Ik lees mijn e-mails ... de lunch.
op
om
tot
sinds / vanaf

Slide 42 - Drag question

De voltooide tijd

Slide 43 - Slide

Ik heb gisteren hard gewerkt.
A
goed
B
fout

Slide 44 - Quiz

Ik heb de machines gecontroleert
A
goed
B
fout

Slide 45 - Quiz

De baas heeft het rooster gemaakt.
A
goed
B
fout

Slide 46 - Quiz

Hij heeft de voorraad in het magazijn gelegd.
A
goed
B
fout

Slide 47 - Quiz

Ik heb mijn collega gefeliciteert.
A
goed
B
fout

Slide 48 - Quiz

Werkend Nederlands

Slide 49 - Slide