können (kunnen),
dürfen (mogen),
mögen (graag hebben, graag doen, lusten),
müssen (moeten - niet anders kunnen),
sollen (moeten - raad van iemand anders),
wollen (willen),
wissen (weten),
werden (zullen, worden)
- Bij de meeste modale werkwoorden --> klankverandering in de 1ste, 2de en 3de pers. enk.
- Bij alle modale werkwoorden --> geen uitgang in 1ste en 3de pers. enk.
- Werden --> betekenis = Modalverb / vorm = sterk werkwoord
- LET OP: vertaling --> valse vrienden