§13.1 - Analyse en onderzoek
§13.1 - Analyse en onderzoek
Open met de gedachte dat scheikunde niet alleen gaat om stoffen kennen, maar ook om vaststellen wat je hebt en hoe je dat betrouwbaar onderzoekt.
Analyse in de scheikunde
Analyse betekent: vaststellen welke stoffen aanwezig zijn (kwalitatief) of hoeveel ervan aanwezig is (kwantitatief).
Je gebruikt daarvoor metingen, waarnemingen en soms scheidingsmethoden
Maak het onderscheid tussen kwalitatieve analyse (welke stof?) en kwantitatieve analyse (hoeveel?). Dat hoeft nog niet op de slide als termenlijst; het kan mondeling worden ingebracht.
Wat is een monster?
Een monster is een kleine hoeveelheid van het materiaal dat je wilt onderzoeken
Het monster moet representatief zijn voor het geheel
Een slecht gekozen monster kan de hele analyse vertekenen
Gebruik een alledaags voorbeeld: één hap soep zegt alleen iets over de hele pan als goed geroerd is.
Representatief bemonsteren
Bij bemonsteren let je op:
plaats van afname
tijdstip van afname
hoeveelheid monster
mogelijke verontreiniging tijdens afname of opslag
Het doel is dat het monster het oorspronkelijke materiaal zo goed mogelijk weergeeft.
Noem dat bij heterogene mengsels bemonsteren extra lastig is, omdat de samenstelling per plek kan verschillen.
Controlemetingen
Controlemetingen gebruik je om na te gaan of je meetmethode en uitvoering kloppen.
je herhaalt metingen
je vergelijkt uitkomsten
je controleert of afwijkingen toevallig of systematisch zijn
Leg uit dat controlemetingen niet hetzelfde zijn als 'meer data verzamelen'; ze dienen specifiek om kwaliteit van de meting te bewaken.
Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
Betrouwbaarheid: in hoeverre krijg je bij herhalen ongeveer dezelfde uitkomst
Nauwkeurigheid: in hoeverre ligt de meting dicht bij de werkelijke waarde
Een meting kan betrouwbaar zijn zonder nauwkeurig te zijn
Veel leerlingen halen betrouwbaarheid en nauwkeurigheid door elkaar. Koppel betrouwbaarheid aan spreiding en nauwkeurigheid aan juistheid.
Hoe verhoog je de meetkwaliteit?
Meet meerdere keren
Gebruik geijkte apparatuur
Werk steeds op dezelfde manier
Noteer omstandigheden zorgvuldig
Beperk afleesfouten en vervuiling
Je kunt hier ook het verschil noemen tussen toevallige fouten en systematische fouten als verdieping.
Variabelen in onderzoek
In een onderzoeksopzet onderscheid je drie soorten variabelen:
onafhankelijke variabele: die verander je bewust
afhankelijke variabele: die meet je als resultaat
controlevariabelen: die houd je gelijk
Koppel dit direct aan een onderzoeksvraag, bijvoorbeeld: 'Wat is het effect van temperatuur op oplosbaarheid?'
Voorbeeld van variabelen
Bij de vraag 'Wat is het effect van temperatuur op de oplosbaarheid van een stof?' geldt:
onafhankelijke variabele: temperatuur
afhankelijke variabele: opgeloste hoeveelheid stof
controlevariabelen: soort stof, volume oplosmiddel, roeren, meettijd
Laat zien dat controlevariabelen nodig zijn om een eerlijk verband te kunnen leggen tussen oorzaak en gevolg.
Scheidingsmethoden: het principe
Een scheidingsmethode werkt alleen als stoffen verschillen in een stofeigenschap.
Je kiest dus niet zomaar een methode, maar de methode die past bij het relevante verschil tussen de stoffen.
Dit is de brug tussen analyse/onderzoek en de herhaling van scheidingsmethoden uit de derde klas.
Berusten op verschil in stofeigenschap
Methode
Destilleren - verschil in kookpunt
Extraheren - verschil in oplosbaarheid
Adsorberen - verschil in aanhechting
Chromatograferen - verschil in oplosbaarheid en aanhechting
Methode
Filtreren - verschil in deeltjesgrootte
Bezinken en afschenken - verschil in dichtheid
Centrifugeren - verschil in dichtheid
Indampen - verschil in kookpunt
Noem bij chromatografie dat stoffen zich verschillend verdelen tussen mobiele en stationaire fase; houd het op dit niveau compact.
Filtreren, bezinken, centrifugeren
Filtreren gebruik je bij een suspensie met onopgeloste vaste stof
Bezinken en afschenken werkt als zwaardere deeltjes naar beneden zakken
Centrifugeren versnelt dat proces door snelle ronddraaiing
Deze methoden zijn geschikt als het verschil in deeltjesgedrag of dichtheid groot genoeg is.
Laat leerlingen beargumenteren waarom filtreren niet werkt bij een oplossing: opgeloste deeltjes gaan door het filter heen.
Indampen en destilleren
Indampen gebruik je om een opgeloste vaste stof terug te winnen uit een oplossing
Destilleren gebruik je als je vloeistoffen wilt scheiden of juist het oplosmiddel wilt opvangen
In beide gevallen is het verschil in kookpunt beslissend
Benadruk het argumentatieverschil: bij indampen is behoud van oplosmiddel meestal niet nodig, bij destilleren juist wel of wil je twee vloeistoffen scheiden.
Extraheren, adsorberen, chromatograferen
Extraheren: een stof lost beter op in het extractiemiddel dan in het oorspronkelijke mengsel
Adsorberen: bepaalde stoffen hechten sterker aan een oppervlak, zoals actieve kool
Chromatograferen: stoffen bewegen verschillend mee doordat oplosbaarheid en aanhechting verschillen
Bij adsorberen is het belangrijk dat leerlingen niet verwarren met absorberen. Dat verschil kan kort mondeling worden benoemd.
De juiste methode kiezen
Bij de keuze van een scheidingsmethode vraag je steeds:
Welke stoffen zitten in het mengsel?
In welke fase zijn ze?
In welke stofeigenschap verschillen ze?
Wil je één stof aantonen, terugwinnen of zuiveren?
Leg uit dat dezelfde stof soms via verschillende methoden benaderd kan worden, maar dat de onderzoeksvraag bepaalt welke keuze het beste is.
Begrippen
analyse - het vaststellen welke stoffen aanwezig zijn of hoeveel ervan aanwezig is
monster - een kleine hoeveelheid materiaal die representatief moet zijn voor het geheel
controlemeting - extra of herhaalde meting om de kwaliteit van de uitkomst te controleren
betrouwbaarheid - de mate waarin herhaalde metingen dezelfde uitkomst geven
nauwkeurigheid - de mate waarin een meting dicht bij de werkelijke waarde ligt
onafhankelijke variabele - de variabele die je bewust verandert
afhankelijke variabele - de variabele die je meet als gevolg
This item has no instructions
Begrippen
controlevariabelen - variabelen die je tijdens het onderzoek gelijk houdt
filtreren - scheiden op basis van verschil in deeltjesgrootte
centrifugeren - scheiden op basis van verschil in dichtheid met snelle ronddraaiing
indampen - scheiden op basis van verschil in kookpunt waarbij oplosmiddel verdampt
destilleren - scheiden op basis van verschil in kookpunt met opvang van damp
extraheren - scheiden op basis van verschil in oplosbaarheid
chromatograferen - scheiden op basis van verschil in oplosbaarheid en aanhechting
This item has no instructions