Les 3 - Strafbepalingen en vermogensdelicten 29/02/24

Strafbepalingen en vermogensdelicten
1 / 29
next
Slide 1: Slide
StrafrechtMBOStudiejaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Strafbepalingen en vermogensdelicten

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Noteer in je agenda!! 
  • Vrijdag 12 april 2024 gaan we naar de Koepelgevangenis (in LDW)

  • Donderdag 25 april 2024 gaan we naar de rechtbank in Den Bosch 

Verdere info volgt t.z.t. 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

We behandelen vandaag:
  • Korte herhaling vorige week
  • Strafbepalingen
  • wederrechtelijkheid en schuld
  • verschillende vormen van opzet
  • Soorten vermogensdelicten

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Vorige week: 
Wetboek van Strafrecht: 
  • Staat in het Wetboek van Strafrecht materieel of formeel recht?
  • Hoeveel boeken heeft het Wetboek van Strafrecht? 
  • Wat zijn de drie onderwerpen die in deze boeken centraal staan? 
  • Wat bepaalt artikel 2 Sr over de werking van het Wetboek van Strafrecht?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Strafbepalingen 
  • Een wetsartikel waarin gedrag strafbaar wordt gesteld, heet een strafbepaling. 
  • strafbepalingen zijn o.a. te vinden in boek 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht.
  • Ze zijn ook te vinden in lagere wetten zoals algemene maatregelen van bestuur en gemeentelijke/provinciale verordeningen. 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Opbouw van een strafbepaling
Een strafbepaling bestaat uit drie onderdelen

  1. delictsomschrijving: de beschrijving van het verboden gedrag.
  2. kwalificatie: de juridische naam voor het strafbare gedrag.
  3. sanctienorm: de maximale straf die de rechter voor het verboden gedrag mag opleggen. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Zoek artikel 310 Sr op in jouw wettenbundel.

Welk onderdeel van art. 310 Sr bevat de delictsomschrijving?

A
''Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen...''
B
''...diefstal....''
C
''....gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.''

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Zoek artikel 310 Sr op in jouw wettenbundel.

Welk onderdeel van art. 310 Sr bevat de sanctienorm?
A
''Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen...''
B
''...diefstal....''
C
''....gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.''

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Zoek artikel 310 Sr op in jouw wettenbundel.

Welk onderdeel van art. 310 Sr bevat de kwalificatie?
A
''Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen...''
B
''...diefstal....''
C
''....gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.''

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

De onderdelen van de delictsomschrijving
Meestal bestaat de beschrijving van het strafbare gedrag (de delictsomschrijving) uit verschillende bestanddelen. 

Pas wanneer iemand met zijn gedrag voldoet aan ALLE bestanddelen die zijn opgenomen in de delictsomschrijving, kan diegene daarvoor gestraft worden.             Voorbeeld: 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Delictsomschrijving art. 310 Sr
''Hij die enig goed (1) dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort (2) wegneemt (3), met het oogmerk (4) om het zich wederrechtelijk (5) toe te eigenen (6)...''

Om een verdachte uiteindelijk te kunnen veroordelen moet dus worden aangetoond dat aan alle 6 de bestanddelen is voldaan.  

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Daan vindt op straat een Iphone. Hij steekt deze in zijn zak, met de intentie om deze telefoon voor zichzelf te houden. Is hier sprake van diefstal (art. 310 Sr) ?
A
Ja, aan alle bestanddelen van de delictsomschrijving is voldaan.
B
Nee, het gaat hier niet om een Iphone die aan een ander toebehoort.
C
Nee, Daan heeft de telefoon niet weggenomen, maar gevonden.
D
Nee, Daan is niet van plan om zich de telefoon toe te eigenen.

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Maak nu van Hoofdstuk 3 de volgende opdrachten:  2, 3 en 5.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Wederrechtelijkheid en schuld
Ook wanneer is aangetoond dat aan alle bestanddelen is voldaan van de delictsomschrijving, kan de dader niet zomaar worden gestraft. Er moet tevens sprake zijn van: 

  • Wederrechtelijkheid; en 
  • Schuld 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Wederrechtelijkheid 
Met wederrechtelijkheid wordt bedoeld:  'In strijd met het recht'.  

Wanneer een dokter bij een patiënt een injectie zet, dan is dit in principe mishandeling (art. 300 Sr), maar het is niet strafbaar omdat het niet wederrechtelijk is.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Schuld en verwijtbaarheid
Schuld in ruime zin: Hier valt iedere vorm van verwijtbaarheid onder, ongeacht of er sprake is van opzet of niet. 

Schuld in enge zin: Als er géén sprake is van opzet, maar de daad wel verwijtbaar is (omdat de dader zeer slordig of onoplettend is geweest). 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Soorten opzet: 
Opzet als als oogmerk: de dader handelt met de bedoeling om een bepaald (strafbaar) feit te plegen. >> Bijv. iemand opzettelijk neerschieten door met pistool op de borst te richten. 

Voorwaardelijke opzet: de dader neemt (bewust) het risico dat zijn daad een bepaald gevolg zal hebben en dat gevolg neemt hij op de koop toe.  >> Bijv. rijden zonder rijbewijs. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Kijk in je wetboek naar art. 310 Sr en vervolgens naar art. 287 Sr. Bij welk artikel is het vereist dat het de bedoeling van de dader is om het misdrijf te plegen en hij niet slechts het risico met zijn daad op het gevolg op de koop toeneemt?

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Een man heeft met de bedoeling om een andere man om het leven te brengen in een taart een dodelijke hoeveelheid arseen gestopt en deze taart naar de man opgestuurd. De taart wordt echter niet door de man, maar door zijn vrouw opgegeten. De vrouw overlijdt. Is er hier sprake van opzet op haar dood?
A
nee, geen opzet want niet zijn bedoeling haar te doden
B
ja, opzet want met zijn actie risico op dit gevolg op de koop toegenomen

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Is het risico met de daad (het gif in de taart) op het gevolg (de dood van de vrouw) op de koop toenemen nu opzet als oogmerk of voorwaardelijk opzet?
A
oogmerk
B
voorwaardelijk opzet

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Maak nu van Hoofdstuk 3 de volgende opdrachten: 6, 7 en 10


Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Vermogensdelicten
Vermogensdelicten zijn delicten waarbij de dader zich geld of goederen uit het vermogen van het slachtoffer toe-eigent. 

Het bekendste vermogensdelict is diefstal (art. 310 Sr), dat eerder deze les al uitgebreid aan bod is gekomen. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Diefstal met braak (art. 311 Sr) of geweld(art. 312 Sr)
De dief krijgt meer straf (strafverzwaring) als er bijzondere omstandigheden zijn waaronder de diefstal is gepleegd.
art. 311 Sr: met braak
  • Bijv. Twee mannen breken in de nacht in en stelen een iMac uit het huis.
art. 312 Sr: met geweld
  • Bijv. Een man slaat een oud vrouwtje en pakt dan haar tas af.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Het verschil tussen diefstal en verduistering is maar heel klein. Op één bestanddeel na lijken de strafbepalingen precies op elkaar. 
Welk bestanddeel hoort bij diefstal, welk bij verduistering?
diefstal, art. 310 Sr
verduistering, art. 321 Sr
wegnemen = fysiek afpakken
anders dan door misdrijf onder zich hebben = al op een nette manier in je macht hebben
Voorbeeld: Een man  werkt als timmerman en neemt dagelijks de werkbus en het gereedschap mee naar huis. Hij stopt met de baan omdat hij het niet meer leuk vindt zo, maar geeft de spullen niet terug.
Voorbeeld: Twee jongens nemen een scooter mee van een onbekende die zo stom was haar sleutels in het contact te laten zitten. 

Slide 26 - Drag question

This item has no instructions

Andere vermogensdelicten
Afpersing, art. 317 Sr: iemand door geweld dwingen geld af te geven
Chantage, art. 318 Sr: iemand dwingen geld af te geven door te dreigen iets bekend te maken wat het slachtoffer niet wil
Oplichting, art. 326 Sr: Door bedrog iemand ertoe brengen dat hij geld afgeeft

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

We hebben nu meerdere vermogensdelicten besproken, wat is nu het verschil tussen diefstal met geweld en afpersing?

Slide 28 - Open question

Het onderscheid bestaat erin dat de dader van dit misdrijf de goederen niet wegneemt maar doet afgeven, als gevolg van geweld of bedreiging
Maak nu van Hoofdstuk 4 de volgende opdrachten: 2, 6, 7, en 10. 

Slide 29 - Slide

This item has no instructions