Verwachtingen vandaag!
Mijn boek ligt open op paragraaf: 1.4 blz. 22
Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.
Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
Als de docent praat ben ik stil
Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
Verwachtingen vandaag!
Mijn boek ligt open op paragraaf: 1.4 blz. 22
Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.
Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
Als de docent praat ben ik stil
Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
Leerdoelen herhalen
Je weet waarom het belangrijk is om prioriteiten te stellen.
Je weet wat schaarste betekent.
Je weet wat het verschil is tussen welvaart en brede welvaart.
Je kunt een prijsverandering in procenten berekenen.
Je kunt indexcijfers berekenen.
H1 Inkomen en welvaart
Paragraaf 1.4 Help, de prijzen stijgen!
Voorkennis
Waar denk je aan bij het begrip welvaart?
Leerdoelen vandaag
Je weet wat de oorzaken van inflatie zijn.
Je kunt het cpi en de inflatie berekenen.
Je weet wat de gevolgen van inflatie zijn.
Je weet hoe lonen en prijzen elkaar beïnvloeden.
Inflatie
Inflatie is een algemene stijging van de prijzen.
Het inflatiepercentage laat zien hoeveel prijzen zijn gestegen ten opzichte van een jaar geleden.
Het tegenovergestelde van inflatie is deflatie: prijzen dalen.
Inflatie kan ontstaan door:
meer vraag dan aanbod;
hogere kosten voor bedrijven (bijvoorbeeld lonen of grondstoffen);
hogere belastingen, zoals btw.
Inflatie zorgt voor minder koopkracht: met hetzelfde inkomen kun je minder kopen.
Voordoen
Slide tekst
Zelf oefenen
Slide tekst
Consumenten prijsindexcijfer
Het cpi (consumentenprijsindex) laat zien hoe prijzen zijn veranderd ten opzichte van een basisjaar.
Het CBS onderzoekt daarvoor de prijzen van veel verschillende producten.
Elke productgroep krijgt een prijsindexcijfer.
Producten tellen niet allemaal even zwaar mee in het cpi.
Daarom krijgt elke productgroep een wegingsfactor.
Productgroepen waar huishoudens veel geld aan uitgeven, zoals huisvesting, hebben een hogere wegingsfactor.
Stappenplan bereken CPI
Voordoen
Zelf oefenen
Gevolgen inflatie
Als je inkomen met 3% stijgt zegt dat niet zoveel, want je houdt geen rekening met inflatie.
Een nominale verandering is een verandering zonder rekening te houden met inflatie.
Een reële verandering is een verandering waarbij je wel rekening houdt met inflatie.
Inflatie zorgt voor geldontwaarding: je kunt met hetzelfde geld minder kopen.
Als de inflatie in Nederland hoger is dan in andere landen, worden Nederlandse producten relatief duurder.
Daardoor kan de vraag uit het buitenland naar Nederlandse producten afnemen.
Reële verandering berekenen
Voordoen
Zelf oefenen
Loon-prijsspiraal
Door inflatie daalt je koopkracht als je inkomen niet meestijgt.
Met prijscompensatie stijgen lonen net zoveel als de prijzen.
Hierdoor blijft de koopkracht gelijk.
Hogere lonen zorgen voor hogere kosten voor bedrijven.
Bedrijven kunnen deze kosten doorberekenen in hun prijzen.
Daardoor kan opnieuw inflatie ontstaan.
Dit kan leiden tot een loon-prijsspiraal: lonen en prijzen blijven elkaar opdrijven.
Zelf oefenen
Slide tekst
Aan het werk!
Maken opdrachten 1.4: 3, 9
Maken rekenopdrachten: 13, 15 en 17
Klaar?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Klaar? Werk laten zien aan docent.
Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 1.4
Veel goed? -> Maken plusopdrachten 1.4
minute
second
Leerdoelen checken
Je weet wat de oorzaken van inflatie zijn.
Je kunt het cpi en de inflatie berekenen.
Je weet wat de gevolgen van inflatie zijn.
Je weet hoe lonen en prijzen elkaar beïnvloeden.