Aansturen van sportkader

Betekenisvolle feedback in de sportpraktijk


Voorwaarden, toepassing en oefening
KNZB – Niveau 3 Aansturen Kader

1 / 33
next
Slide 1: Slide
Lichamelijke opvoedingBeroepsopleiding

This lesson contains 33 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Betekenisvolle feedback in de sportpraktijk


Voorwaarden, toepassing en oefening
KNZB – Niveau 3 Aansturen Kader

Slide 1 - Slide

PvB 3.4

1. Doelstelling  

Deze PVB heeft betrekking op kerntaak 3.4, het aansturen van sportkader. Met deze PVB toon je aan dat je:
• assisterend sportkader kunt informeren;
• assisterend sportkader opdrachten kunt geven;
• assisterend kader kunt begeleiden.

Slide 2 - Slide

PvB 3.4
Bestaat uit drie deelopdrachten.

Voorbespreking
Aanwijzingen kader
Feedback

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Waarom feedback?
- Feedback is essentieel voor leren en motivatie.
- Helpt deelnemers gedrag te begrijpen en te verbeteren.
- Werkt alleen als er vertrouwen en openheid is.

💬 Wanneer kreeg jij feedback die echt hielp?

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Voorbespreking:
Bewust maken van wat de trainer kan en niet.
Stimuleer nadenken eigen functioneren.
Afspraken maken over leren.
Adviseren en stimuleren.

Slide 9 - Slide

Wat is betekenisvolle feedback?
- Richt zich op gedrag, niet op de persoon.
- Gebaseerd op waarneming, niet op oordeel.
- Specifiek en concreet.
- Actueel en bruikbaar: geeft richting voor verbetering.

Slide 10 - Slide

Voorwaarden voor betekenisvolle feedback
1. Concreet gedrag benoemen.
2. Geen oordeel, maar observatie.
3. Specifiek en opbouwend.
4. Bruikbaar voor verbetering.
5. Ruimte voor reactie.
6. Leidt tot actie.

Slide 11 - Slide

Opdracht 1 – Analyseer feedback
In drietallen:
1. Deel een voorbeeld van feedback. (gekregen of gegeven)
2. Voldeed die aan de voorwaarden?
3. Waarom wel/niet?


4 minuten

Slide 12 - Slide

De ik-ik-jij-methode
1. IK + waarneming: ‘Ik zag dat je tijdens de uitleg veel rondliep.’
2. IK + gevoel: ‘Ik kreeg het gevoel dat spelers daardoor afgeleid raakten.’
3. JIJ + wens: ‘Ik zou willen dat je volgende keer even stilstaat.’

Slide 13 - Slide

Feedback = dialoog
- Feedback is een gesprek, geen monoloog.
- Gebruik LSD: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen.
- Toon waardering en vraag naar eigen inzicht.
Gebruik reflectievragen om de ander zelf tot inzicht te laten komen.

.

Slide 14 - Slide

Luister actief

Slide 15 - Slide

Reflectievragen
Voorbeelden van reflectievragen:

“Wat ging er volgens jou goed in deze training?”
“Wat zou je de volgende keer anders doen?”
“Wat heb je geleerd van deze situatie?”

Slide 16 - Slide

Valkuilen bij feedback
- Te algemeen (‘goed gedaan!’).
- Te laat gegeven.
- Oordeel in plaats van observatie.
- Geen ruimte voor reactie.

Slide 17 - Slide

Opdracht 2 – Oefen de ik-ik-jij-methode
- Situatie: De deelnemer lette onvoldoende op veiligheid.
- In drietallen:
A = begeleider, B = deelnemer, C = observant
- Geef feedback met de ik-ik-jij-methode.
- Wissel van rol.

5 minuten

Slide 18 - Slide

Feedbackcultuur in je team
- Creëer veiligheid: fouten mogen.
- Geef zelf het goede voorbeeld.
- Vraag ook zelf feedback.

Slide 19 - Slide

Afronding
- Feedback = leren, niet afrekenen.
- Betekenisvolle feedback is concreet, respectvol en bruikbaar.
- Maak feedback een vast onderdeel van trainen.

Slide 20 - Slide

Stel de juiste vragen
Open vragen
Gesloten vragen
Keuzevragen
Gerichte vragen
Verdiepingsvragen

Slide 21 - Slide

Open vragen: 
Dit zijn vragen die uitnodigen tot uitgebreide antwoorden, vaak gebruikt om de atleet te laten reflecteren of om meer inzicht te krijgen in hun gedachten.
Voorbeeld: "Hoe voelde je je tijdens de wedstrijd vandaag?"

Slide 22 - Slide

Gesloten vragen: 
Deze vragen hebben vaak een kort of specifiek antwoord, zoals "ja" of "nee".
Voorbeeld: "Heb je de training van vandaag voltooid?"

Slide 23 - Slide

Keuzevragen:
 Hierbij biedt de coach de atleet een aantal opties waaruit ze kunnen kiezen.
Voorbeeld: "Wil je morgen aan je conditie werken of je techniek verbeteren?"

Slide 24 - Slide

Gerichte vragen:
 Dit zijn vragen die gericht zijn op een specifiek aspect van de training of prestatie.
Voorbeeld: "Wat was je strategie tijdens de laatste fase van de wedstrijd?"

Slide 25 - Slide

Verdiepingsvragen:
 Deze vragen worden gesteld om dieper in te gaan op een antwoord dat de atleet heeft gegeven, vaak om meer inzicht te krijgen.
Voorbeeld: "Je zei dat je moe was tijdens de laatste set, wat denk je dat daar de oorzaak van was?"

Slide 26 - Slide

Criteria voor vragen:
Sluit aan bij wat de deelnemer zegt.
Pas het taalgebruik aan.
Geen moeilijke woorden.
Eén vraag tegelijk.
Eenduidige vragen.
Geef tijd om een vraag te beantwoorden.
Stel niet teveel vragen.

Slide 27 - Slide

Vraag door
Werkt stimulerend
Verduidelijkt

‘Wat bedoel je daar precies mee?’

Slide 28 - Slide

Spreek je uit
Wees eerlijk.
Eigen gevoelens.
Spreek in ik-boodschappen

Slide 29 - Slide

Geef effectieve feedback
Gericht op het handelen.
Geeft waarnemingen en geen oordelen.
Is specifiek en niet algemeen.
Verwijst naar hoe jij het ziet en ervaart.
Is actueel.
Geeft mogelijkheden voor verbetering.
Bestaat uit een heldere boodschap.
Leidt tot concrete actie (verbeterpunten).

Slide 30 - Slide

Reflecteer over ervaringen
Hoe is de training volgens jou gegaan?
Wat heb je geleerd?
Wat ging er goed?
Wat kan er beter?

Slide 31 - Slide

meer in de reader

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Link