VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
POLYFONIE, CANON EN FUGA
Examenstof muziek vwo
VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
POLYFONIE, CANON EN FUGA
Examenstof muziek vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 o (compositietechnieken, homofone en polyfone structuren). Image credit: Pieter de Jode II / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan homofonie en polyfonie onderscheiden, een canon en een fuga volgen en technieken als doorimitatie, cantus firmus en omkering herkennen.
This item has no instructions
Welke stukken ken je waarin stemmen elkaar na elkaar volgen?
Verwachte woorden: canon, fuga, Vader Jacob, Bach, Pachelbel, koor, na elkaar. Zet de woorden op het bord en vraag wat ze delen. De rode draad: hoe verhouden stemmen zich, samen of na elkaar? Het examen vraagt ook om een fuga te analyseren met partituur.
Boven homofonie, onder polyfonie
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
HOMOFONIE EN POLYFONIE
Eenstemmig: één lijn. Meerstemmig: meer stemmen. Unisono: één melodie, dezelfde toonhoogte.
Bij homofonie bewegen de stemmen samen, in hetzelfde ritme, onder een melodie.
Bij polyfonie heeft elke stem een eigen lijn, de stemmen klinken door elkaar.
Vergelijk op het schema: boven homofonie, onder polyfonie.
Syllabus A1/A2 o: eenstemmige en meerstemmige schrijfwijzen, homofone en polyfone structuren, unisono. Een koraal van Bach is een klassiek voorbeeld van homofonie. Veelgemaakte fout: homofoon en unisono door elkaar halen. Bij unisono is er één melodielijn, bij homofonie klinken verschillende noten tegelijk in hetzelfde ritme. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: Bach: Matthäus-Passion, koraal O Haupt voll Blut und Wunden (kanaal: The Netherlands Bach Society - Topic). Wat hoor je? Het koor zingt vier stemmen tegelijk, op dezelfde woorden en in hetzelfde ritme, als een rij akkoorden met de melodie bovenaan. Dat is homofonie. Vraag: loopt elke stem een eigen weg? Antwoord: nee, de stemmen bewegen samen.
Josquin des Prez, houtsnede
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
IMITATIE, DOORIMITATIE EN STEMPAREN
Bij imitatie herhaalt een stem de melodie van een andere stem, later en vaak op een andere toonhoogte.
Bij doorimitatie krijgt elke nieuwe tekstregel een eigen motief, dat door alle stemmen wordt overgenomen.
Bij stemparen imiteren twee stemmen elkaar, waarna een ander paar overneemt.
De inzetten overlappen, waardoor de muziek zonder duidelijke rustpunten doorgaat.
Syllabus vwo: herkennen van imitatie, doorimitatie en stemparen (renaissance, structuur). Josquin des Prez wordt gezien als een meester van de doorimitatie. Veelgemaakte fout: doorimitatie en canon verwarren. In een canon volgt elke stem de hele melodie, in doorimitatie verandert het motief met elke tekstregel. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Josquin des Prez: Ave Maria ... virgo serena, Stile Antico (kanaal: StileAnticoVEVO). Wat hoor je? De stemmen komen na elkaar binnen en nemen elkaars motief over; de inzetten overlappen elkaar, zodat de muziek zonder duidelijke pauzes doorstroomt. Dat is doorimitatie. Laat leerlingen tikken bij elke nieuwe steminzet.
Vader Jacob als canon: stem 2 begint een maat na stem 1
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
CANON
Een canon is strenge imitatie: elke stem herhaalt de hele melodie, na elkaar.
Een canon kan op een andere toonhoogte volgen, zoals in de Goldbergvariaties van Bach.
In Pachelbels Canon volgen drie violen elkaar boven een vaste baslijn.
Je volgt de steminzetten: de eerste stem telt mee.
Syllabus: canon herkennen en steminzetten volgen. Veelgemaakte fout: een canon met doorimitatie verwarren. Bij Pachelbel speelt de bas een vaste baslijn die niet meedoet aan de imitatie. In Bachs Goldbergvariaties staan canons waarin de tweede stem op een andere toonhoogte volgt, bijvoorbeeld een toon hoger. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: Pachelbel: Canon in D, Voices of Music (kanaal: Voices of Music). Wat hoor je? Het stuk begint met de baslijn alleen. Daarna komen drie violen na elkaar binnen met dezelfde melodie. Elke viool volgt de vorige, de baslijn speelt door. Dat is een canon. Goede antwoord: canon.
Sopranen en alten zingen een motief, daarna imiteren tenoren en bassen het. Wat is dit?
Een canon in unisono
Homofonie
Een cantus firmus
Imitatie in stemparen
Goed: imitatie in stemparen. Wie homofonie kiest, ziet over het hoofd dat de paren na elkaar beginnen.
Giovanni Pierluigi da Palestrina, schilderij uit de zestiende eeuw
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
CANTUS FIRMUS
Een cantus firmus is een bestaande melodie, vaak gregoriaans, die in lange noten klinkt.
De andere stemmen schrijven er nieuwe melodieën omheen.
Je hoort het in de renaissancemis, waar de cantus firmus vaak in de tenor ligt.
Je volgt de cantus firmus als de stem met de lange, rustige noten.
Syllabus vwo: volgen van cantus firmus; de mis als meerstemmige compositie; cantus-firmustechnieken. Veelgemaakte fout: de cantus firmus aanwijzen als de hoogste stem. De cantus firmus kan in elke stem liggen, vaak in de tenor. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein
Tegenbeweging: stem 1 stijgt, stem 2 daalt
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
PARALLELLE BEWEGING EN TEGENBEWEGING
Bij parallelle beweging gaan stemmen dezelfde kant op, op gelijke afstand.
Bij tegenbeweging gaat de ene stem omhoog terwijl de andere omlaag gaat.
Stemmen in tegenbeweging blijven beter van elkaar te onderscheiden.
Op het schema stijgt stem 1 terwijl stem 2 daalt.
Syllabus: stemvoeringsaspecten parallelle beweging en tegenbeweging. Op de afbeelding zie je tegenbeweging. Veelgemaakte fout: tegenbeweging gebruiken voor elke tweede stem die iets anders doet. Beide stemmen moeten bewegen, in tegengestelde richting. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Handgeschreven partituur van Bach: Contrapunctus 1 uit Die Kunst der Fuge, vier notenbalken voor vier stemmen
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
TEGENSTEM, TEGENMELODIE EN TWEEDE STEM
Een tegenstem is een stem met een eigen lijn naast de belangrijkste stem.
In een fuga speelt de tegenstem mee terwijl een andere stem het thema speelt.
Een tegenmelodie is een tweede melodie die tegelijk met de hoofdmelodie klinkt.
Een tweede stem voegt een lijn toe aan de melodie, vaak parallel.
Syllabus: stemvoeringsaspecten tegenstem, tegenmelodie en tweede stem. In de partituur van Bach zie je vier balken voor vier stemmen: je volgt het thema door de balken. Veelgemaakte fout: de tegenstem zelf als thema aanwijzen. Image credit: Johann Sebastian Bach / Wikimedia Commons, publiek domein
Een bestaande gregoriaanse melodie ligt in lange noten in de tenor van een mis. Wat is dit?
Een cantus firmus
Een tegenmelodie
Een doorimitatie
Een unisono
Goed: een cantus firmus. Wie tegenmelodie kiest, verwart de vaste melodie met de nieuwe melodieën die eromheen komen.
De expositie van een fuga: het thema komt in elke stem binnen
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
FUGA EN FUGA-EXPOSITIE
Een fuga is een polyfoon stuk, gebouwd op één thema dat steeds in de stemmen terugkomt.
De expositie is het eerste deel: het thema komt in elke stem binnen, een voor een.
Terwijl een nieuwe stem het thema speelt, gaan de andere stemmen verder met een tegenstem.
Het aantal inzetten van het thema in de expositie is gelijk aan het aantal stemmen.
Syllabus: fuga, expositie. Veelgemaakte fout: de fuga een canon noemen. In een fuga speelt elke stem na de inzet van het thema een vrijere lijn, in een canon volgt elke stem de melodie de hele tijd. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: Bach: Contrapunctus I uit Die Kunst der Fuge, BWV 1080, Davitt Moroney (kanaal: Voices of Music). Wat hoor je? Eén stem speelt het thema alleen. Daarna komt het thema in een andere stem binnen terwijl de eerste stem doorgaat met een tegenstem, en er komen meer stemmen bij. Dat is de expositie van een fuga. Laat leerlingen de inzetten tellen.
De vijf delen van een fuga: expositie, divertimento, doorwerking, stretto en coda
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
DE VORM VAN EEN FUGA EN DE PARTITUUR
Na de expositie volgt het divertimento: een tussenspel zonder volledig thema.
In de doorwerking klinkt het thema in verschillende stemmen en toonsoorten.
In het stretto beginnen de inzetten van het thema voordat het vorige thema is afgelopen.
De coda sluit het stuk af. In een partituur volg je het thema per balk.
Syllabus vwo: fuga: expositie, divertimento, doorwerking, stretto en coda; met behulp van een partituur een fuga volgen en analyseren. Het schema is een typisch voorbeeld: niet elke fuga heeft al deze delen, en een divertimento kan vaker voorkomen. Veelgemaakte fout: het stretto aanwijzen als het deel met de meeste thema-inzetten. Het kenmerk is de overlap. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Vergroting: stem 2 speelt de melodie van stem 1 in langere noten
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
VERGROTING EN VERKLEINING
Bij vergroting klinkt de melodie met langere noten, bijvoorbeeld twee keer zo lang.
Bij verkleining klinkt de melodie met kortere noten.
De toonhoogtes blijven gelijk, alleen de tijdsduur verandert.
Zo kan een thema in een fuga langzamer of sneller terugkomen.
Syllabus: stemvoeringsaspecten vergroting en verkleining. Op de afbeelding speelt stem 2 de melodie van stem 1 in halve noten. Veelgemaakte fout: vergroting met een hogere toonhoogte verwarren. Het gaat om de lengte van de noten. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Omkering: stem 2 spiegelt de sprongen van stem 1
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
OMKERING EN SERIËLE TECHNIEKEN
Bij omkering (spiegeling) volgt een stem dezelfde stappen als de eerste, maar de andere kant op.
Bij seriële technieken componeert iemand met een vaste reeks van toonhoogtes.
Bij Schönberg bevat de reeks alle twaalf tonen van het octaaf, elk één keer.
De reeks kan ook omgekeerd en achterstevoren klinken.
Syllabus vwo: omkering/spiegeling en seriële technieken. Op de afbeelding stijgt stem 1 in stappen en daalt stem 2 met dezelfde stappen: een omkering. Veelgemaakte fout: omkering en tegenbeweging op één hoop gooien. Bij tegenbeweging gaat een stem de andere kant op, bij omkering zijn de intervallen precies gespiegeld. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
In een fuga beginnen de thema-inzetten voordat het vorige thema is afgelopen. Hoe heet dit?
Divertimento
Doorwerking
Stretto
Coda
Goed: stretto. De overlap van de inzetten is het kenmerk. Wie doorwerking kiest, let alleen op het thema in andere stemmen.
Wat vond je het lastigst?
Doorimitatie en stemparen
Cantus firmus
De delen van een fuga
Omkering en seriële technieken
Gebruik de uitslag om in de examentraining te bepalen waar je extra tijd aan besteedt.
Waaraan hoor je dat een fuga begint?
Goed: één stem speelt het thema alleen, daarna komt het thema in een tweede stem, dan in een derde. Laat leerlingen het bij een fragment tellen.
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
BEGRIPPEN (1/2)
eenstemmig, meerstemmig en unisono: één melodielijn, meer stemmen tegelijk, of dezelfde melodie op dezelfde toonhoogte
homofonie en polyfonie: stemmen die samen in hetzelfde ritme bewegen, of stemmen met elk een eigen lijn
imitatie, doorimitatie en stemparen: een stem herhaalt een motief; bij doorimitatie krijgt elke tekstregel een eigen motief dat alle stemmen overnemen; stemparen imiteren elkaar
canon: strenge imitatie: elke stem herhaalt de hele melodie en begint op een ander moment
cantus firmus: bestaande melodie in lange noten, waaromheen de andere stemmen nieuwe melodieën schrijven
This item has no instructions
♪ VAKTHEORIE · MEERSTEMMIGHEID
BEGRIPPEN (2/2)
fuga en expositie: polyfoon stuk op één thema; de expositie is het begin waarin het thema in elke stem binnenkomt
divertimento, doorwerking, stretto en coda: tussenspel, thema in andere stemmen en toonsoorten, overlappende thema-inzetten, afsluiting
stemvoeringsaspecten: parallelle beweging, tegenbeweging, tegenmelodie, tegenstem en tweede stem
omkering, vergroting en verkleining: gespiegelde stappen, langere noten, kortere noten
seriële technieken: componeren met een vaste reeks toonhoogtes, ook omgekeerd en achterstevoren
This item has no instructions