4V 2.3 dl2 Osmose

H2 Cel en leven
Deze les:
- Introductie + kennismaken
- Voorkennis test
- 2.1 Cellen leven samen dl1
1 / 25
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

H2 Cel en leven
Deze les:
- Introductie + kennismaken
- Voorkennis test
- 2.1 Cellen leven samen dl1

Slide 1 - Slide

Deze les:
- Terugblik
- 2.3 Celmembranen en transport dl2; leerdoel 10
- Opdrachten maken
- Oefentoets Osmose
- Voorbereiden practicum Osmose

Slide 2 - Slide

Bouw celmembraan

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

2.3 Leerdoelen en begrippen
9. Je beschrijft verschillende manieren van membraantransport
10. Je verklaart de veranderingen bij een cel in een omgeving met een afwijkende osmotische waarde
11. Je beschrijft de rol van receptoreiwitten in het celmembraan

Slide 5 - Slide

Watertransport
Water kan deels via diffusie door het celmembraan heen. Dit is echter langzaam (door de hydrofobe binnenkant van het membraan).
Snel watertransport kan via een waterkanaal (transporteiwit).
Het proces van watertransport over een semipermeabel membraan heet osmose.

Slide 6 - Slide

Osmose
Hoeveel water zich verplaatst wordt bepaald door de osmotische waarde aan beide zijden van het membraan.
Osmotische waarde: hoeveelheid opgeloste stoffen in het water.
Hoge osmotische waarde: veel opgeloste stoffen.
Lage osmotische waarde: weinig opgeloste stoffen.
Water stroomt van een lage -> hoge osmotische waarde.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Slide

Hypotoon/ isotoon/ hypertoon

Slide 10 - Slide

Dierlijke cellen
Streven naar isotone omstandigheden.

Slide 11 - Slide

Plantencellen

Slide 12 - Slide

Streven naar hypertone celinhoud om druk op de celwand te houden (turgor): stevigheid

Slide 13 - Slide

Plasmolyse: celmembraan laat los van de celwand.
Grensplasmolyse: turgor=nul maar celmembraan laat nog net niet los

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

de osmotische waarde van zuiver water is ......... ten opzichte van een zoutoplossing
A
Hypertoon
B
Hypotoon
C
Isotoon

Slide 16 - Quiz

Op het moment dat de omgeving een hogere osmotische waarde heeft noem je dit ....
A
hypotoon
B
isotoon
C
hypertoon

Slide 17 - Quiz


Een plantencel wordt in een oplossing
gelegd. Is deze oplossing isotoon,
hypertoon of hypotoon ten opzichte
van de plantencel?
A
isotoon
B
hypertoon
C
hypotoon

Slide 18 - Quiz

Opdrachten
- Maken 2.3 opdrachten bij leerdoelen 10 en 11
- Huiswerkcontrole t/m ld 9

Klaar? Oefentoets Osmose
timer
15:00

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Link

Voorbereiden Osmose practicum
Maak deel 1: vragen vooraf in tweetallen

Slide 21 - Slide

Je ziet dat het pantoffeldiertje een vacuole heeft die steeds volloopt en dan samentrekt. Waarom doet ie dat?
A
omdat er door diffusie water de cel in stroomt
B
omdat er door osmose water de cel in stroomt
C
omdat er door diffusie water de cel uit stroomt
D
omdat er door osmose water de cel in stroomt

Slide 22 - Quiz

Het pantoffeldiertje pompt dus water naar buiten. Hij doet dit als het water in zijn omgeving ... is ten opzichte van de celinhoud.
A
isotoon
B
hypertoon
C
hypotoon

Slide 23 - Quiz

Wanneer je een pantoffeldiertje van slootwater in gedistilleerd water legt, gaan zijn vacuole dan sneller of langzamer kloppen?
A
sneller
B
langzamer
C
even snel, water is water

Slide 24 - Quiz

Huiswerk
- Maken 2.3 opdrachten t/m leerdoel 11
- Oefentoets Osmose

Slide 25 - Slide