Kosten en break-even herhalen. Geen laptop pakken!
Kosten en break-even herhalen. Geen laptop pakken!
Open met het idee dat bedrijven hun kosten moeten begrijpen om een goede verkoopprijs, winstdoel en minimale afzet te bepalen. Deze les verbindt alle begrippen in één rekenlijn.
Lesdoel
Ik kan vaste en variabele kosten, directe en indirecte kosten, afschrijving, rentekosten, de primitieve opslagmethode, het omslagpunt, schaalvergroting, de break-evenafzet, de break-evenomzet en de veiligheidsmarge uitleggen en berekenen.
This item has no instructions
Agenda
25 min Uitleg - herhalen
15 min Pauze
Huiswerk break-even voor de afwezige van vorige les
Werkblad break-even of herhaling
Volgende les H3
This item has no instructions
Welke woorden koppel jij aan break-even en kosten?
Gebruik de woordenwolk om voorkennis op te halen. Vraag door op begrippen als vaste kosten, winst, afzet, kostprijs en omzet.
Vaste en variabele kosten
Vaste kosten veranderen op korte termijn niet met de productie
Variabele kosten veranderen wel met de productie of verkoop
Samen vormen ze de totale kosten
Benadruk dat 'vast' niet betekent dat de kosten nooit veranderen, maar dat ze binnen een bepaalde periode gelijk blijven.
Voorbeelden van kostensoorten
Vaste kosten - huur, verzekeringen, afschrijving, rente
Variabele kosten - grondstoffen, verpakkingen, provisie per verkocht product
Bij meer afzet stijgen meestal alleen de variabele kosten direct mee.
Laat leerlingen opletten dat loon zowel vast als variabel kan zijn, afhankelijk van de situatie: vast salaris of stukloon/oproepkracht.
Welke kosten stijgen direct mee als de afzet toeneemt?
Variabele kosten
Vaste kosten
Indirecte kosten
Afschrijvingen
Toetst het onderscheid vast/variabel. Indirecte kosten en afschrijvingen zijn hier plausibele afleiders, omdat leerlingen indelingen soms mengen.
Directe en indirecte kosten
Directe kosten kun je meteen aan een product koppelen
Indirecte kosten kun je niet rechtstreeks per product aanwijzen
Indirecte kosten moeten worden verdeeld
Maak duidelijk dat direct/indirect iets anders is dan vast/variabel. Een kostensoort kan in theorie in beide indelingen voorkomen.
Voorbeelden per soort
Directe kosten - materiaal per product, direct loon, specifieke verpakking
Indirecte kosten - huur van het gebouw, energiekosten van de werkplaats, salaris van de administratie
Indirecte kosten noem je ook vaak overheadkosten.
This item has no instructions
Twee indelingen naast elkaar
Een kostensoort kun je op twee manieren bekijken:
vast of variabel
direct of indirect
Voorbeeld: huur is meestal vast en indirect. Grondstofkosten zijn vaak variabel en direct.
Dit is een belangrijk herhalingspunt, omdat leerlingen deze twee indelingen vaak door elkaar halen.
Waarom indirecte kosten verdelen?
Voor een volledige kostprijs
Om verkoopprijzen te kunnen onderbouwen
Om winst per product beter te beoordelen
This item has no instructions
Welke combinatie past bij huur van een bedrijfspand?
Variabel en direct
Vast en indirect
Vast en direct
Variabel en indirect
Sluit aan op de slide over twee indelingen naast elkaar.
Afschrijving
Afschrijving is de waardevermindering van een duurzaam productiemiddel, zoals een machine of bestelbus. Die kosten verdeel je over meerdere jaren.
Leg uit dat een machine niet in één keer als kosten wordt genomen als zij meerdere jaren meegaat. Zo sluit de kostenverdeling beter aan op het gebruik.
Formule afschrijving
Afschrijving per jaar = (aanschafwaarde - restwaarde) / gebruiksduur
Hiermee bereken je welk deel van de investering elk jaar als kosten meetelt.
This item has no instructions
Afschrijving in een voorbeeld
Machine van €50.000
Restwaarde €5.000
Gebruiksduur 5 jaar
Afschrijving per jaar = (€50.000 - €5.000) / 5 = €9.000
Laat zien dat afschrijving meestal tot de indirecte en vaste kosten behoort, tenzij in een specifieke situatie anders afgesproken wordt.
Rentekosten
Rentekosten zijn de kosten van het vermogen dat in het bedrijf of in een investering vastzit.
Noem dat rentekosten ook worden meegerekend als het eigen geld betreft: dat geld had elders ook rendement kunnen opleveren.
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = (aanschafwaarde + restwaarde) / 2
Voorbeeld:
(€50.000 + €5.000) / 2 = €27.500
Als de rente 8% is, zijn de rentekosten in dit voorbeeld €27.500 × 0,08 = €2.200 per jaar.
Formule rentekosten
Rentekosten = gemiddeld geïnvesteerd vermogen × rentepercentage
Rente in factor !
Vaak wordt eerst het gemiddeld geïnvesteerd vermogen berekend over de gebruiksduur.
This item has no instructions
Afschrijving en rente
Afschrijving is de waardevermindering van een duurzaam productiemiddel. De afschrijving per jaar bereken je met aanschafwaarde min restwaarde gedeeld door de gebruiksduur. Rentekosten bereken je met gemiddeld geïnvesteerd vermogen maal rentepercentage.
Herhaalt de kernformules zonder nieuwe context toe te voegen.
Primitieve opslagmethode
Bij de primitieve opslagmethode tel je een opslag voor indirecte kosten op bij de directe kosten. Zo kom je van directe kosten naar een volledige kostprijs.
Benadruk dat dit een eenvoudige verdeelmethode is. In latere lessen kunnen nauwkeurigere methoden volgen.
Opslagpercentage berekenen
Opslagpercentage = indirecte kosten / totale directe kosten × 100%
Daarna tel je deze opslag bij de directe kosten van een product op.
This item has no instructions
Primitieve opslagmethode in een voorbeeld
Indirecte kosten: €30.000
Totale directe kosten: €60.000
Opslagpercentage = €30.000 / €60.000 × 100% = 50%
Directe kosten product: €40
Opslag: 50% van €40 = €20
Volledige kostprijs: €60
Laat leerlingen goed onderscheiden: directe kosten horen direct bij het product, de opslag voegt een aandeel van de indirecte kosten toe.
Wat bereken je eerst bij de primitieve opslagmethode?
Break-evenomzet
Veiligheidsmarge
Opslagpercentage
Contributiemarge
Toetst de volgorde binnen de primitieve opslagmethode.
Opslagmethode aanvullen
Bij de primitieve opslagmethode tel je een opslag voor indirecte kosten op bij de directe kosten. Het opslagpercentage bereken je door indirecte kosten te delen door totale directe kosten. Zo ontstaat de volledige kostprijs van een product.
Controleert of leerlingen de termen in de juiste stap plaatsen.
Omslagpunt
Het omslagpunt is het punt waar totale opbrengsten gelijk zijn aan totale kosten.
Gebruik ook de term break-evenpunt en benoem dat er op dat punt geen winst en geen verlies is.
Wat gebeurt er rond het omslagpunt?
Onder het omslagpunt:
opbrengsten < kosten
verlies
Boven het omslagpunt:
opbrengsten > kosten
winst
This item has no instructions
Bijdrage per product
Contributiemarge per stuk = verkoopprijs - variabele kosten per stuk
Met deze bijdrage worden eerst de vaste kosten terugverdiend. Daarna ontstaat winst.
Hoewel sommige methodes de term dekkingsbijdrage gebruiken, blijf in deze les consequent bij contributiemarge als dat op school gebruikelijk is. Anders kun je in de les beide termen noemen.
Break-evenafzet
De break-evenafzet laat zien hoeveel producten een bedrijf minimaal moet verkopen om geen verlies te maken.
This item has no instructions
Formule break-evenafzet
Break-evenafzet = vaste kosten / contributiemarge per stuk
En:
contributiemarge per stuk = verkoopprijs - variabele kosten per stuk
This item has no instructions
Break-evenafzet berekenen
Vaste kosten: €20.000
Verkoopprijs: €50
Variabele kosten per stuk: €30
Contributiemarge per stuk = €20
Break-evenafzet = €20.000 / €20 = 1.000 stuks
Controleer samen de redenering: bij 1.000 stuks is de totale contributiemarge €20.000 en dus precies gelijk aan de vaste kosten.
Break-evenomzet
De break-evenomzet is de omzet die nodig is om precies alle kosten te dekken.
This item has no instructions
Formule break-evenomzet
Break-evenomzet = break-evenafzet × verkoopprijs
Als de break-evenafzet bekend is, kun je de break-evenomzet direct uitrekenen.
This item has no instructions
Break-evenomzet berekenen
Break-evenafzet: 1.000 stuks
Verkoopprijs: €50
Break-evenomzet = 1.000 × €50 = €50.000
Bij een omzet van €50.000 is er geen winst en geen verlies.
Leg het verschil nog eens uit: afzet gaat over aantallen, omzet gaat over geldbedragen.
Wat is de contributiemarge per stuk bij €80 verkoopprijs en €30 variabele kosten?
€30
€110
€50
€80
Essentiële tussenstap voor break-evenafzet.
Break-even aanvullen
Het omslagpunt is het punt waar totale opbrengsten gelijk zijn aan totale kosten. De break-evenafzet bereken je met vaste kosten gedeeld door de contributiemarge per stuk. De break-evenomzet is daarna de afzet maal de verkoopprijs.
Verbindt begrip, formule en verschil tussen afzet en omzet.
Veiligheidsmarge
De veiligheidsmarge laat zien hoeveel de werkelijke verkoop nog mag dalen voordat het bedrijf verlies maakt.
Verbind dit begrip aan risico: hoe groter de veiligheidsmarge, hoe meer ruimte een bedrijf heeft.
Veiligheidsmarge berekenen
Veiligheidsmarge in afzet = werkelijke afzet - break-evenafzet
Veiligheidsmarge in omzet = werkelijke omzet - break-evenomzet
This item has no instructions
Veiligheidsmarge in een voorbeeld
Werkelijke afzet: 1.300 stuks
Break-evenafzet: 1.000 stuks
Veiligheidsmarge = 1.300 - 1.000 = 300 stuks
Het bedrijf kan dus 300 stuks minder verkopen voordat verlies ontstaat.
This item has no instructions
Schaalvergroting
Schaalvergroting betekent produceren of inkopen op grotere schaal.
Gebruik dit begrip als brug naar kostenvoordeel: groter werken kan de kosten per product verlagen, maar niet altijd onbeperkt.
Waarom schaalvergroting voordeel geeft
Vaste kosten worden over meer producten verdeeld
Inkoopvoordeel kan de variabele kosten per stuk verlagen
Machines en personeel kunnen efficiënter worden ingezet
This item has no instructions
Gevolg voor de kostprijs
Meer afzet → vaste kosten per stuk dalen
Lagere kosten per stuk → lagere kostprijs
Lagere kostprijs → meer ruimte voor winst of een lagere verkoopprijs
Wijs erop dat schaalvergroting vaak helpt bij concurrentie, omdat een bedrijf goedkoper kan produceren.
Wat betekent een veiligheidsmarge van 300 stuks?
Er is al €300 winst
De verkoopprijs daalt met 300
De afzet mag 300 dalen
De vaste kosten stijgen 300
Sluit direct aan op het voorbeeld op slide 30.
Hoe kan schaalvergroting de kostprijs verlagen?
Bespreek dat schaalvergroting vaste kosten per stuk kan verlagen en soms ook variabele kosten per stuk door inkoopvoordeel of efficiënter gebruik van machines en personeel.
Welk begrip uit deze les snap je nu beter?
Laat leerlingen kort terugblikken op hun belangrijkste inzicht uit de les.
Welk onderdeel vond je het lastigst vandaag?
Gebruik de antwoorden om te zien waar extra uitleg of oefening nodig is.
Begrippenlijst
vaste kosten - kosten die binnen een bepaalde periode niet veranderen door de productieomvang
variabele kosten - kosten die wel veranderen als de productie of afzet verandert
directe kosten - kosten die rechtstreeks aan een product zijn toe te rekenen
indirecte kosten - kosten die niet rechtstreeks aan één product zijn toe te rekenen
afschrijving - jaarlijkse verdeling van de waardevermindering van een duurzaam productiemiddel
rentekosten - kosten van het vermogen dat in een investering of in het bedrijf vastzit
primitieve opslagmethode - eenvoudige methode om indirecte kosten via een opslag toe te voegen aan directe kosten
This item has no instructions
Begrippenlijst
omslagpunt - punt waar totale opbrengsten gelijk zijn aan totale kosten
contributiemarge per stuk - verkoopprijs per stuk min variabele kosten per stuk
break-evenafzet - aantal producten dat verkocht moet worden om geen verlies te maken
break-evenomzet - omzet die nodig is om precies alle kosten te dekken
veiligheidsmarge - verschil tussen werkelijke verkoop en het break-evenpunt
schaalvergroting - produceren of inkopen op grotere schaal om voordelen te behalen
This item has no instructions