Break-even-analyse (Bedrijfseconomie havo), les 1: Uitleg

Lesauto van een rijschool, Montreal (2008)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Break-even-analyse

Examenstof bedrijfseconomie havo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over break-even-analyse voor het havo-examen bedrijfseconomie: bij een rijschool leer je de dekkingsbijdrage, de break-even afzet en de break-even omzet berekenen en aflezen in een grafiek; met 6 checks.

Items in this lesson

Lesauto van een rijschool, Montreal (2008)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Break-even-analyse

Examenstof bedrijfseconomie havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: F2 25 (break-even). Image credit: Bull-Doser / Wikimedia Commons, publiek domein

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan de break-even afzet en de break-even omzet berekenen en in een grafiek toepassen.

This item has no instructions

Noor geeft rijlessen. Hoeveel lessen moet ze verkopen om geen verlies te maken?

Verwachte woorden: kosten, opbrengsten, lessen, prijs, winst, verlies, huur, brandstof, break-even. Zet ze later bij de constante en variabele kosten en bij de break-even afzet. Syllabus F2, specificatie 25 (break-even).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Rijschool van Noor

  • Noor start een rijschool. Ze verkoopt rijlessen van een uur: een dienst, want ze verkoopt haar tijd.

  • De afzet is het aantal verkochte lessen. Per les rekent ze een verkoopprijs van € 50.

  • De omzet is afzet maal verkoopprijs. Bij 10 lessen is dat 10 × € 50 = € 500.

  • Constante kosten blijven gelijk, hoeveel lessen ze ook geeft: € 2.800 per maand (lease, verzekering, administratie).

  • Variabele kosten groeien evenredig mee: € 15 per les voor brandstof en slijtage (proportionele variabele kosten).

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even): omzet, constante en variabele kosten en verkoopprijs komen uit de les Kosten, btw en verkoopprijs en worden hier alleen herhaald. De hele les volgt Noor, alle bedragen per maand en exclusief btw. Dienstverlening: de afzet is het aantal verkochte uren (lessen). Veelgemaakte fout: de variabele kosten bij de constante kosten rekenen, of andersom.

Een rekenmachine voor de berekeningen

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Dekkingsbijdrage per product

  • Elke les levert € 50 op en kost € 15 aan variabele kosten.

  • Dekkingsbijdrage per product = verkoopprijs min variabele kosten per product.

  • Noor: € 50 min € 15 = € 35 per les.

  • Die € 35 gaat naar de constante kosten: elke les dekt een stukje van de € 2.800.

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Dekkingsbijdrage per product = verkoopprijs min variabele kosten per product (de definitie, niet in Bijlage 4). Noor: 50 min 15 = 35. Veelgemaakte fout: de constante kosten van de verkoopprijs aftrekken. Image credit: LoMit / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Break-even afzet

  • De break-even afzet is de afzet waarbij het resultaat nul is: de dekkingsbijdragen dekken precies de constante kosten.

  • breakeven-afzet = totale constante kosten / dekkingsbijdrage per product

  • Noor: € 2.800 / € 35 = 80 lessen. Bij 80 lessen heeft ze geen winst en geen verlies.

  • Minder dan 80 lessen: verlies. Meer dan 80 lessen: resultaat (winst).

  • Komt er geen heel getal uit? Je kunt geen halve les verkopen: rond naar boven af.

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even), formule uit Bijlage 4. Uitwerking: 2.800 / 35 = 80 lessen; controle: 80 × 35 = 2.800. Het afronden naar boven is een logische toepassing: met een naar beneden afgerond aantal heb je nog verlies. Veelgemaakte fout: delen door de verkoopprijs (2.800 / 50 = 56).

Daan verkoopt een fotosessie voor € 120. De variabele kosten zijn € 45 per sessie. Wat is de dekkingsbijdrage per product?

A

€ 165

B

€ 75

C

€ 45

D

€ 2,67

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Uitwerking: 120 min 45 = 75. Verwachte fouten: optellen (165), alleen de variabele kosten noemen (45) of delen (120 / 45 = 2,67).

Vul in

De dekkingsbijdrage per product is de verkoopprijs min de variabele kosten per product en dekt een deel van de constante kosten.

verkoopprijs
variabele kosten
constante kosten
omzet

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Verwachte fout: constante kosten in het tweede gat; die worden juist gedekt door de dekkingsbijdrage.

Euromunten en eurobiljetten

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Perunage van de omzet

  • De dekkingsbijdrage in perunage van de omzet is het deel van elke euro omzet dat de constante kosten dekt.

  • Je deelt de dekkingsbijdrage per product door de verkoopprijs: € 35 / € 50 = 0,70.

  • perunage = percentage / 100. Dus 70% is een perunage van 0,70.

  • Van elke euro omzet blijft dus 70 cent over voor de constante kosten.

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Perunage = percentage / 100 (Bijlage 4). De dekkingsbijdrage in perunage van de omzet is dekkingsbijdrage per product / verkoopprijs (eigen uitwerking, 35 / 50 = 0,70). Veelgemaakte fout: het percentage (70) in de formule zetten in plaats van de perunage (0,70). Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Break-even omzet

  • De break-even omzet is de omzet waarbij het resultaat nul is.

  • breakeven-omzet = totale constante kosten / dekkingsbijdrage in perunage van de omzet

  • Noor: € 2.800 / 0,70 = € 4.000. Je deelt door de perunage (0,70), niet door het percentage (70).

  • Controle: break-even afzet maal verkoopprijs = 80 × € 50 = € 4.000. Afzet is in lessen, omzet in euro's.

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even), formule uit Bijlage 4. Uitwerking: 2.800 / 0,70 = 4.000; controle 80 × 50 = 4.000. Veelgemaakte fouten: delen door 70 (uitkomst 40), of door de perunage van de variabele kosten (0,30).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

De formules op een rij

  • dekkingsbijdrage per product = verkoopprijs min variabele kosten per product

  • breakeven-afzet = totale constante kosten / dekkingsbijdrage per product (uitkomst in lessen, uren of stuks)

  • perunage = percentage / 100. Dekkingsbijdrage in perunage = dekkingsbijdrage per product / verkoopprijs.

  • breakeven-omzet = totale constante kosten / dekkingsbijdrage in perunage van de omzet (uitkomst in euro's)

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). De formules uit Bijlage 4 (breakeven-afzet, perunage, breakeven-omzet) moet je kennen: ze staan niet in de examenopgave. Laat leerlingen de formules in hun eigen woorden samenvatten voor ze verder gaan.

Een dienst heeft een dekkingsbijdrage van 35% van de omzet. Welke perunage gebruik je in de formule?

A

35

B

3,5

C

0,035

D

0,35

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Perunage = percentage / 100 = 35 / 100 = 0,35. Verwachte fouten: het percentage zelf (35) of een verkeerd opgeschoven komma (3,5 en 0,035).

Studio Lou heeft constante kosten van € 1.800 per maand. De dekkingsbijdrage in perunage van de omzet is 0,60. Wat is de break-even omzet?

A

€ 4.500

B

€ 1.080

C

€ 30

D

€ 3.000

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Uitwerking: 1.800 / 0,60 = 3.000; controle 3.000 × 0,60 = 1.800. Verwachte fouten: delen door 0,40 (de variabele kosten), vermenigvuldigen (1.080) of delen door 60 (30).

Break-evengrafiek van rijschool Noor

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

De break-evengrafiek

  • Horizontaal staat de afzet (aantal lessen), verticaal het bedrag in euro's.

  • De opbrengstenlijn (totale opbrengsten) begint in 0: omzet = afzet × € 50.

  • De kostenlijn (totale kosten) begint bij € 2.800 en stijgt € 15 per les.

  • De stippellijn laat de constante kosten zien: die lopen horizontaal.

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even): grafisch toepassen. Totale opbrengsten = verkoopprijs × afzet (rode lijn vanuit de oorsprong). Totale kosten = constante kosten + variabele kosten per product × afzet (zwarte lijn vanaf € 2.800). Veelgemaakte fout: de kostenlijn in de oorsprong laten beginnen. Image credit: Eigen figuur

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Het break-evenpunt aflezen

  • Het break-evenpunt is waar de opbrengstenlijn en de kostenlijn elkaar snijden.

  • Lees recht onder het punt de break-even afzet af: 80 lessen.

  • Lees links van het punt de break-even omzet af: € 4.000.

  • Rechts van het punt liggen de opbrengsten boven de kosten: resultaat. Links ervan is er verlies.

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Laat leerlingen met de grafiek op de vorige dia de waarden aanwijzen. De uitkomsten komen overeen met de berekeningen: 80 lessen en € 4.000. Veelgemaakte fout: de afzet en de omzet door elkaar halen bij het aflezen (horizontale as is afzet, verticale as is bedrag).

Een zelfstandige werkt aan de administratie

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Wat verschuift er in de grafiek?

  • Hogere constante kosten: de kostenlijn begint hoger, het punt schuift naar rechts.

  • Hogere variabele kosten per les: de kostenlijn is steiler, het punt schuift naar rechts.

  • Hogere verkoopprijs: de opbrengstenlijn is steiler, het punt schuift naar links.

  • Ligt het punt verder naar rechts, dan moet Noor meer lessen verkopen om geen verlies te maken.

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Dit volgt uit de formules: hogere constante kosten geven een hogere teller, een hogere verkoopprijs of lagere variabele kosten geven een hogere dekkingsbijdrage en dus een lagere break-even afzet. Veelgemaakte fout: denken dat een hogere prijs het punt naar rechts schuift omdat de klant meer betaalt. Image credit: Tran Mau Tri Tam / Wikimedia Commons, CC0

Waar begint de lijn van de totale kosten op de verticale as?

A

In de oorsprong, bij 0

B

Bij de totale constante kosten

C

Bij de variabele kosten per product

D

Bij de break-even omzet

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). De kostenlijn begint bij de constante kosten, want die zijn er ook bij een afzet van nul. Verwachte fout: de oorsprong, dat is het beginpunt van de opbrengstenlijn.

Noor verhoogt de verkoopprijs per les. Wat gebeurt er met de break-even afzet?

A

Hij stijgt, want de omzet per les stijgt

B

Hij blijft gelijk, de kosten veranderen niet

C

Hij daalt, want de dekkingsbijdrage stijgt

D

Hij stijgt, want de constante kosten stijgen

Syllabus F2, specificatie 25 (break-even). Een hogere prijs geeft een hogere dekkingsbijdrage per product, dus constante kosten / dekkingsbijdrage wordt kleiner. Verwachte fout: denken dat een hogere prijs het punt naar rechts schuift.

Welk onderdeel vond je het lastigst?

1

De dekkingsbijdrage berekenen

2

Break-even afzet en omzet

3

De perunage gebruiken

4

De grafiek aflezen

Gebruik de uitslag om te kiezen welk blok je nog een keer met de cijfers van Noor doorloopt.

Welke stap vind je het lastigst, en waarom?

Goede antwoorden noemen: delen door de perunage in plaats van het percentage, of afzet en omzet door elkaar halen. Gebruik ze als start van de training.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Begrippen (1/2)

  • break-even afzet: De afzet waarbij het resultaat nul is.

  • break-even omzet: De omzet waarbij het resultaat nul is.

  • break-evenpunt: Het snijpunt van de opbrengstenlijn en de kostenlijn.

  • dekkingsbijdrage per product: Verkoopprijs min variabele kosten per product.

  • dekkingsbijdrage in perunage: Dekkingsbijdrage per product gedeeld door de verkoopprijs.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · BREAK-EVEN

Begrippen (2/2)

  • perunage: Percentage gedeeld door 100, zoals 0,70 voor 70%.

  • constante kosten: Kosten die gelijk blijven bij elke afzet.

  • variabele kosten: Kosten die meegroeien met de afzet.

  • afzet: Het aantal verkochte producten of uren.

  • omzet: Afzet maal verkoopprijs.

This item has no instructions