Klas 1 les 3 Thuiszorg

Les 3 Thuiszorg
1 / 13
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 13 slides, with text slides.

Items in this lesson

Les 3 Thuiszorg

Slide 1 - Slide

Vandaag
Aan het einde van de les:
  • Kun je het verschil benoemen tussen professionele thuiszorg, mantelzorg en kraamzorg
  • Weet je wat de werkzaamheden zijn van iemand in de thuiszorg

Slide 2 - Slide

Voor wie is thuiszorg?
  • Mensen die hulp nodig hebben bij de dagelijkse verzorging​
  • Mensen die hulp nodig hebben bij het huishouden​
  • Mensen die hulp nodig hebben bij ziektes of aandoeningen​
  • Mensen die na een operatie of ongeluk niet meer in het ziekenhuis hoeven te zijn.​
  • Families waar een baby is geboren




Slide 3 - Slide

Wat is belangrijk bij thuiszorg?
  • Weet naar wie je toegaat​
  • Stel je voor​
  • Zorg dat je persoonlijke verzorging goed is​
  • Lees het dossier​
  • Vraag hoe de zorgvrager geholpen wil worden
  • Rapporteer in het dossier je bevindingen








Slide 4 - Slide

Mantelzorg

Slide 5 - Slide

Mantelzorg
  • Wie geeft mantelzorg?
  • Is daar een opleiding voor? 

Slide 6 - Slide

Welke taken kun je tegenkomen in de thuiszorg?
  • Wonden verzorgen​
  • Steunkousen aantrekken​
  • Medicatie geven​
  • Controles doen( pols, temp, tensie)​
  • Helpen bij aankleden​
  • Helpen bij douchen​
  • Het huishouden doen​
  • Nog veel meer!







Slide 7 - Slide

Video thuiszorg
https://www.bing.com/videos/riverview/relatedvideo?q=wat+doet+een+zorghulp&mid=ACBC4C8DEA74134B857EACBC4C8DEA74134B857E&FORM=VIRE

Slide 8 - Slide

Kraamzorg
  • Bij gezinnen met een pasgeboren baby​
  • Zorg voor moeder en kind​
  • Soms ook huishoudelijke hulp​
  • Controles om complicaties te voorkomen​
  • Helpt ouders om goed voor de baby te zorgen​
  • Zorgt dat de moeder rust​
  • Rapporteert naar de verloskundige






Slide 9 - Slide

Opdracht
  • In groepjes werken jullie samen
  • Jullie krijgen 1 van de 3 onderwerpen (kraamzorg, professionele thuiszorg of mantelzorg)
  • Hier maken jullie een woordweb over met minimaal 10 woorden/zinnen die bij jullie onderwerp horen 

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide