This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Report this lesson
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
-ε-stammen. Let op!
Bij ἀφικνεομαι kun je alleen aan de uitgang zien dat het om een verleden tijdsvorm gaat. Bij andere werkwoorden met een-ε-stam staat er wél gewoon een augment!!
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
δύνασαι
A
te hebben gekund
B
jij kunt
C
te kunnen
D
jij kon
Slide 6 - Quiz
βούλεσθαι
A
jullie willen
B
jullie wilden
C
te willen
D
te hebben gewild
Slide 7 - Quiz
βουλόμεθα
A
wij willen
B
wij wilden
C
wij besloten
D
wij besloten
Slide 8 - Quiz
φοβεῖσθε (2x)
A
jullie moeten bang zijn/jullie zijn bang
B
jullie moesten bang zijn/jullie zijn bang
C
jullie zijn bang/jullie waren bang
D
jullie moeten bang zijn/jullie waren bang
Slide 9 - Quiz
φοβοῦ
A
jij bent bang
B
ben bang
C
genitivus van φοβος
D
ben bang/jij bent bang
Slide 10 - Quiz
φοβεῖ
A
hij vreest
B
hij vreesde
C
jij vreest
D
jij vreesde
Slide 11 - Quiz
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
!!Passief vertalen Medium!!
υπο in de zin? Vertaal dan passief mbv 'worden'.
Dat mag je óók doen als je anders geen goede Nederlandse zin krijgt.