(tegen)overdracht

(tegen)overdracht
1 / 19
next
Slide 1: Slide
Pedagogische wetenschappenWOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

(tegen)overdracht

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Je weet wat overdracht en tegenoverdracht is.
  • Je hebt handvatten om tegenoverdracht te herkennen en hanteren.







Slide 2 - Slide

Wat weet je al over (tegen)overdracht?

Slide 3 - Mind map

(Tegen)overdracht
Overdracht
Het projecteren van onbewuste gevoelsreacties van de ander op jou

Tegenoverdracht
Het projecteren van onbewuste gevoelsreacties van jou op de ander

Overdracht en tegenoverdracht zijn altijd aanwezig in communicatie

Slide 4 - Slide

Kans op (tegen)overdracht
  • één op één relaties
  • mate van hiërarchie
  • mate van afhankelijkheid
  • periode van stress en verminderde  weerbaarheid
  • onveiligheid door beoordelingstaak
  • vaagheid, onduidelijkheid, grilligheid van de opleider, therapeut, supervisor
  • geen inkijk bieden in eigen persoonlijkheid opleider, therapeut, supervisor 

Slide 5 - Slide

Aanwijzingen (tegen)overdacht
  • Heftige gevoelens (sterke sympathie/antipathie, onzeker, ontmoedigd of geirriteerd)
  • Overdreven toeschietelijk gedrag (eager to please)
  • Ongefundeerde familiariteit
  • Rolverwarring (bevaderen, bemoederen, kinderlijke rol)
  • Overgevoeligheid voor kritiek
  • Schijnbaar ongefundeerd ongemak of verveling in nabijheid van de ander
  • Preoccupatie met de ander
  • Terugkerende misverstanden/scheurtjes samenwerkingsrelatie

Slide 6 - Slide

Sprey (2002) functieanalyses
  • Irritatie -> neiging terug te kwetsen, te bekritiseren, te controleren, strijd aan gaan
  • ontmoediging -> neiging zich terug te trekken, niets meer doen
  • onzekerheid -> verwennen, extra meegaand zijn, mee vermijden of te voorzichtige bejegening 

Slide 7 - Slide

Kans op (tegen)overdracht
  • één op één relaties
  • mate van hiërarchie
  • mate van afhankelijkheid
  • periode van stress en verminderde  weerbaarheid
  • onveiligheid door beoordelingstaak
  • vaagheid, onduidelijkheid, grilligheid van de opleider, therapeut, supervisor
  • geen inkijk bieden in eigen persoonlijkheid opleider, therapeut, supervisor 

Slide 8 - Slide

ontmoediging, irritatie, onzekerheid 
=
bezoeker of klaagtypische relatie

Slide 9 - Slide

Opdracht:

In je groepje ( +/- 4) ga je het volgende doen;

- Neem een casus waarbij je te maken had met een moeilijke zorgvrager.

- Wat gebeurde er?

- Denk je dat er sprake was van overdracht en/of tegenoverdracht?

- Wat waren jouw acties? Had dit het gewenste effect?

- Wat was het effect op de groep?

- Welke vaardigheden bezit je die je de volgende keer zou kunnen inzetten?


Slide 10 - Slide

Hanteren tegenoverdracht
  • Transparante houding
  • Betrouwbaar en consistent zijn
  • Duidelijk, betrokken en toegankelijk zijn
  • Inzicht in je eigen motivatie om therapeut, supervisor, opleider te zijn (heimelijke eigen verlangens?)
  • Bewust zijn van tegenoverdracht, reflectie hierop (=meer grip op onderling contact) 
  • Ga na hoe deze negatieve tegenoverdracht omgezet kan worden naar positieve emoties/cognities en gedrag.

Slide 11 - Slide

Wat is tegenoverdracht?
A
projectie onbewuste gevoelsreacties van de ander op jou
B
projectie onbewuste gevoelsreacties van jou op de ander
C
projectie onbewuste gevoelsreacties op elkaar
D
projectie bewuste gevoelsreacties van jou op de ander

Slide 12 - Quiz

Bij welk type samenwerkingsrelatie is er vaak sprake van negatieve tegenoverdracht?
A
klanttypische relatie
B
klaagtypische relatie
C
bezoekerstypische relatie
D
relatie supervisor-supervisie

Slide 13 - Quiz

Welke gevoelens van de supervisor kunnen duiden op negatieve tegenoverdracht?
A
irritatie, ontmoediging, onzekerheid
B
verdriet, irritatie en vreugde
C
blijdschap, zekerheid en tevredenheid
D
wanhoop, plezier en eenzaamheid

Slide 14 - Quiz

Hoe kan een supervisor tegenoverdracht gevoelens hanteren?
A
transparante houding
B
inzicht in de eigen motivatie om supervisor te zijn
C
bewust zijn van tegenoverdrachts gevoelens en reflectie hierop
D
A, B & C

Slide 15 - Quiz

Door wie zijn de begrippen overdracht en tegenoverdracht ontwikkeld?
A
B
C
D

Slide 16 - Quiz



Je weet wat overdracht en tegenoverdracht is.
Je hebt handvatten om tegenoverdracht in de supervisie te herkennen en hanteren.
Evaluatie
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

Bronnen
Bannink, F. (2020). Positieve supervisie + intervisie. Amsterdam: Hogrefe uitgevers.

Hafkenschei, A., Beunderman, R., van der Maas, F. & Peute, L. Hoofdstuk 10 supervisie interfererende factoren, 93 - 101.

Van delft, F. (2020). Overdracht en tegenoverdracht, een therapeutisch fenomeen vertaald naar de alledaagse praktijk. Amsterdam: van Delft en Boom uitgevers.

Van Staveren, R. & Wunderink, A. Overdracht en tegenoverdracht in de opleidingsrelatie. Tijdschrift medisch onderwijs 26, 128-132.

Slide 18 - Slide

Psst..
Nog een boeken tip


Slide 19 - Slide