Koersen en koersverloop (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Beurs van Berlage, Amsterdam, 2019

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · KOERSEN

Quiz

Terugblik: Koersen en koersverloop

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van tien vragen over koersbepalende factoren, volatiliteit, koersverloop, marktrente en de verwerking van nieuws in de koers.

Items in this lesson

Beurs van Berlage, Amsterdam, 2019

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · KOERSEN

Quiz

Terugblik: Koersen en koersverloop

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Warren LeMay / Wikimedia Commons, CC0

Een conflict laat de olieprijs stijgen en luchtvaartaandelen dalen. Welke factor is dat?

A

Bedrijfsnieuws

B

Actualiteit

C

Marktrente

D

Volatiliteit

Syllabus 20.2.4. Het nieuws komt van buiten de bedrijven. Verwachte fout: bedrijfsnieuws kiezen omdat de bedrijven geraakt worden.

De topman van Kade N.V. vertrekt onverwacht. Welke koersbepalende factor is dat?

A

Financieel bedrijfsnieuws

B

Actualiteit

C

Niet-financieel bedrijfsnieuws

D

Beursklimaat

Syllabus 20.2.4: het koersverloop en de koersbepalende factoren van obligaties en aandelen uitleggen. Een bestuurswissel gaat over het bedrijf zelf en niet over cijfers. Verwachte fout: actualiteit, omdat het in het nieuws komt.

Waarom dalen aandelenkoersen vaak als de marktrente stijgt?

A

Sparen en obligaties worden aantrekkelijker, leningen duurder

B

Bedrijven keren dan altijd minder dividend uit

C

De vaste interest van bestaande obligaties daalt

D

Beleggers kopen dan juist meer aandelen

Syllabus 20.2.4. Een hogere marktrente maakt alternatieven aantrekkelijker en vreemd vermogen duurder voor bedrijven, dus verkopen beleggers aandelen. Verwachte fout: denken dat de vaste interest van een bestaande obligatie verandert.

Vul in

Alleen onverwacht nieuws laat de koers sterk bewegen, want verwacht nieuws zit al in de koers voordat het bericht komt.

onverwacht
verwacht
volatiel
financieel

Syllabus 20.2.5: de wijze waarop informatie in de koersen wordt verwerkt uitleggen. Verwachte fout: 'volatiel' kiezen; volatiliteit gaat over de grootte van koersschommelingen, niet over nieuws.

Noem een koersbepalende factor met voorbeeld.

Syllabus 20.2.4. Elke van deze met een passend voorbeeld is goed: actualiteit (conflict, nieuwe wet), financieel bedrijfsnieuws (winstwaarschuwing), niet-financieel bedrijfsnieuws (brand, bestuurswissel), beursklimaat (de hele beurs daalt door zorgen over de economie), marktrente (rentestijging). Verwachte fout: alleen een voorbeeld zonder factor, of volatiliteit noemen.

Aandeel X schommelde deze week tussen € 20 en € 26, aandeel Y tussen € 100 en € 106. Wat klopt?

A

Ze zijn even volatiel: beide € 6 verschil

B

X is veel volatieler: 30% tegen 6%

C

Y is volatieler, want Y heeft de hoogste koers

D

X is volatieler: 6% tegen 30%

Syllabus 20.2.4: het koersverloop en de koersbepalende factoren van obligaties en aandelen uitleggen. Vergelijk in procenten ten opzichte van de laagste koers: 6 : 20 = 30%, 6 : 100 = 6%. Verwachte fout: het verschil in euro's vergelijken.

Je leest een uur na een onverwachte winstwaarschuwing het bericht. Kun je nog verkopen tegen de oude koers?

A

Ja, de koers verandert pas na de krant van morgen

B

Ja, een winstwaarschuwing verandert de koers niet

C

Ja, de koers past zich pas aan bij de jaarcijfers

D

Nee, de koers heeft het nieuws al verwerkt

Syllabus 20.2.5: de wijze waarop informatie in de koersen wordt verwerkt uitleggen. Informatie wordt snel in de koers verwerkt; wie later leest, is te laat. Verwachte fout: denken dat de koers wacht op de krant of op de jaarcijfers.

De koers stijgt van € 40 naar € 44 en daalt daarna 10%. Wat is de koers dan?

A

€ 39,60

B

€ 40,00

C

€ 36,00

D

€ 48,40

Syllabus 20.2.4 (koersverloop) met rekenvaardigheid. € 44 x 0,90 = € 39,60. Tweede controle: 44 - 4,40 = 39,60. Fout € 40,00: denken dat +10% en -10% elkaar opheffen. Fout € 36,00: 10% van € 40 afgetrokken van € 40. Fout € 48,40: twee keer 10% gestegen.

Een obligatie wordt over een maand afgelost tegen € 1.000. Welke koers verwacht je?

A

Ver boven € 1.000, door alle ontvangen interest

B

Ver onder € 1.000, want de looptijd is bijna om

C

Dicht bij € 1.000, het bedrag van de aflossing

D

Rond € 0, want de obligatie verdwijnt bijna

Syllabus 20.2.4: koersverloop van obligaties. Vlak voor de aflossing krijgt een koper vooral nog het aflossingsbedrag, dus de koers ligt daar dicht bij (zolang de uitgever kan terugbetalen). Verwachte fout: denken dat de koers daalt omdat de looptijd bijna om is.

De marktrente stijgt van 2% naar 3%. Hoe beschrijf je die stijging juist?

A

1%, en dat is ook 1 procentpunt

B

50 procentpunt, en dat is 1%

C

1 procentpunt, en dat is een stijging van 50%

D

1 procentpunt, en dat is ook 1%

Syllabus 20.2.4 (marktrente) met het verschil tussen procent en procentpunt. 3 - 2 = 1 procentpunt; 1 : 2 x 100% = 50%. Verwachte fout: procent en procentpunt door elkaar halen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · KOERSEN

Goed gedaan!

Je kunt nu het koersverloop uitleggen met de koersbepalende factoren en met de manier waarop nieuws in de koers komt. Succes met het examen!

This item has no instructions