H5 Constructies - samenvatting

Planning SE 405: H5 Constructies
KEUZE: Zelfstandig werken met werkblad óf instructie Herhaling H5

Herhaling H3 Krachten (3de jaar) + H5.2 Soorten krachten
H5.3 Samenstellen van krachten
H5.4 Ontbinden van krachten
H5.5 Krachten vergroten/verkleinen (Hefbomen, katrollen/takels) 

Schoolexamen: woensdag 11 maart t/m 13 maart
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 31 slides, with text slides and 7 videos.

Items in this lesson

Planning SE 405: H5 Constructies
KEUZE: Zelfstandig werken met werkblad óf instructie Herhaling H5

Herhaling H3 Krachten (3de jaar) + H5.2 Soorten krachten
H5.3 Samenstellen van krachten
H5.4 Ontbinden van krachten
H5.5 Krachten vergroten/verkleinen (Hefbomen, katrollen/takels) 

Schoolexamen: woensdag 11 maart t/m 13 maart

Slide 1 - Slide

Kunnen we krachten zien?
Eigenschappen Krachten:
 *  Zijn niet zichtbaar
 *  De gevolgen zijn (soms) zichtbaar

Gevolgen van krachten:
  •    Snelheid
  •    Richting
  •    Vormverandering  
  •         => Tijdelijk (elastisch)
  •         => Blijvend (plastisch)

Slide 2 - Slide

Nettokracht: Fres

Nettokracht = Resultante kracht (wat er effectief overblijft)
De nettokracht is de "optelsom" van alle krachten!

In gelijke richting: 
  • => Optellen
In tegengestelde richting: 
  • => Van elkaar af halen

Slide 3 - Slide

Zwaartekracht: Fz
Fz = m x g

Fz = Zwaartekracht (N)
m = massa (kg)
g = valversnelling (N/kg of m/s2) (binas!!)

LET OP!!! massa is GEEN gewicht

Slide 4 - Slide

krachtenschaal

Slide 5 - Slide

Zwaartekracht
Pijl tekenen:
  • Begin: in het zwaartepunt
  • Richting: naar beneden
  • Grootte: hoe zwaarder hoe groter
  • zwaartepunt = massamiddelpunt

Massamiddelpunt is niet altijd in het midden 

Slide 6 - Slide

Krachten Samenstellen
Van twee of meer krachten 1 (netto) kracht maken
  • krachten in dezelfde richting => tel je bij elkaar op
  • Krachten in tegengestelde richting => haal je van elkaar af
  • Maar wat doe je als ze niet in een andere richting staan??? 






Slide 7 - Slide

Maak een parallellogram

  1. Zie de vectoren als twee zijden v/d parallellogram
  2. Maak de parallellogram met stippellijnen af (evenwijdig) 
  3. Teken nu een pijl vanuit het aangrijpingspunt F1 en F2                                                     naar het punt waar de stippellijnen elkaar snijden
  4. Dit is de resulterende kracht (netto-kracht)
  5. De vector geeft de richting + grootte weer

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

De kop-staartmethode
  1. Teken de vectoren één voor één 
  2. Het begin van vector 2 laat je aansluiten op uiteinde van vector 1 
  3. De richting en grootte blijft daarbij gelijk
  4. Daarna doe je hetzelfde met de andere vectoren

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video



Parallellogram-methode
  1. Zie de vectoren als twee zijden v/d parallellogram
  2. Maak de parallellogram met stippellijnen af (evenwijdig)
  3. Teken nu een pijl vanuit het aangrijpingspunt F1 en F2 naar het punt waar de stippellijnen elkaar snijden
  4. Dit is de resulterende kracht             (netto-kracht)
  5. De vector geeft de richting + grootte weer


Kop-staart-methode
  1. Teken de vectoren één voor één
  2. Het begin van vector 2 laat je aansluiten op uiteinde van vector 1
  3. De richting en grootte blijft daarbij gelijk
  4. Daarna doe je hetzelfde met de andere vectoren
Onthouden en Toepassen

Slide 12 - Slide

Spankracht in constructies
  • De spankracht is de kracht in een touw                              of ketting wanneer spanning op staat.
  • Spankracht komt voor in een hangbrug 
  • Of bij de handboog (F1 en F2 zijn spankrachten)

Slide 13 - Slide

Krachten ontbinden
Dit is eigenlijk het omgekeerde van krachten samenstellen (H5.3) 

  • Bij krachten samenstellen weet je de twee krachten                                               die samenwerken en bereken je de nettokracht.

  • Bij krachten ontbinden weet je de nettokracht                                                      en wil je de twee samenwerkende krachten weten.

Slide 14 - Slide

Krachten ontbinden
Je maakt dus weer een parallellogram! 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Hoe ontbinden van een kracht!
1. teken een evenwijdige stippellijn vanuit                                                                                      de kop van de nettokracht naar touw 1
2. teken een evenwijdige stippellijn vanuit 
       de kop van de nettokracht naar touw 2

=> Nu heb je een parallellogram gemaakt!

3. Teken nu de kracht op touw 1; dit is van het                                                                              aangrijpingspunt v/d boot naar stippellijn 
4. Teken nu de kracht op touw 2; dit is van het 
    aangrijpingspunt v/d boot naar stippellijn
   

Slide 17 - Slide

Krachten samenstellen/ontbinden
  • Bij krachten samenstellen weet je de twee krachten                                               die samenwerken en bereken je de nettokracht.

  • Bij krachten ontbinden weet je de nettokracht                                                      en wil je de twee samenwerkende krachten weten.

  • Bij beide maak je eerst een parallellogram door langs
       langs de touwen evenwijdige lijn te tekenen tot de 
       "kop" van de kracht            

Slide 18 - Slide

Nut van de hefboom
  • Door een hefboom kun je een grotere kracht uitoefenen op een voorwerp. 
  • Door de verhouding in de hefboom hoef je met een lange arm maar weinig kracht te zetten, om bij de korte arm heel veel kracht te krijgen.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Momentenwet
  • Als de korte arm 3x kleiner wordt => dan wordt de last 3x groter
  • Hefboomregel; werkkracht x werkarm = lastkracht x lastarm 
  • Formule:           M1 = M2
  •                     F1 x L1 = F2 x L2   
  • Uitwerking:  120 x 30 = F2 x 10
  •                     3600 = F2 x 10
  •                     3600 : 10  = F2
  •                      360 N = F2
  • Antwoord: De kracht aan de rechterkant is 360 Newton


Slide 21 - Slide

0

Slide 22 - Video

Opg. 23 p. 51 werkboek (3GT)
Welke spierkracht is er nodig om de kruiwagen in evenwicht te houden?
1: Waar zit het draaipunt
  • Bij het wiel
2: Wat is de lengte van de arm die bij de zwaartekracht v/d kruiwagen hoort?
  • Lzwaartekracht = LA = 0,40 m
3: Wat is de lengte van de arm die bij de spierkracht hoort?
  • Lspier = LA + LB = 0,40 + 0,80 = 1,20 m
4: Wat is de zwaartekracht v/d kruiwagen?
  • Fz = m x g = 120 x 10 = 1200 N
5: Bereken de spierkracht die nodig is om de kruiwagen in evenwicht te houden. Gebruik de momentenwet/hefboomwet.
  •               M1 = M2
  •        Fz x Lz = Fspier x Lspier
  • 1200 x 0,40 = Fs x 1,20  
  •              480 = Fs x 1,20
  •    480 : 1,20 = Fs     => Fs = 400 N

Gegevens:  
m = 120 kg
LA = 0,40 m
LB = 0,80 m

Slide 23 - Slide

Katrollen en takels
Waarom een katrol?
  • maakt tillen makkelijker 

Verschil Katrol en Takel?
  • Een takel is een combinatie van                                           twee of meer katrollen 
  • => kracht wordt verdeeld

Slide 24 - Slide

De vaste katrol

Een vaste katrol zit VAST


Een vaste katrol draait de kracht om =>

  • Richting veranderd én de
  • grootte v/d kracht veranderd NIET


Slide 25 - Slide

De losse katrol
  • Einde touw zit vast!

  • Een losse katrol maakt ons sterker.

  • De last wordt verdeeld over het aantal touwen waaraan de katrol hangt.

Slide 26 - Slide

Takel
Combinatie van twee of meer katrollen (vast en los)
Voordeel:
  • De last wordt verdeeld over de touwen 
Nadeel:
  • Wat je wint aan kracht verlies je aan afstand; Dus 1 meter omhoog => 2 meter touw inhalen

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

opg 13 (p.56) (3KGT)
Bekijk de afbeelding. 
Hoeveel keer vergroot de takel in de afbeelding de kracht?
  • 4 touwen boven de haak =>
  • de hijskracht wordt 4 keer kleiner dan de zwaartekracht (je wordt dus 4x sterker)

De takel op de foto heeft een blok met een massa van 20 kg. Je gebruikt deze takel om een voorwerp van 300 kg te takelen. Hiervoor is een kracht nodig van  ... ?
  • m(totaal) = 320 kg => 
  • Fz = m x g = 320 x 10 = 3200 N over 4 touwen => trekkracht = 3200 : 4 = 800 N

De takel hijst het blok 2 meter omhoog. Hiervoor moet je ... meter ketting worden binnengehaald.
  • 4 touwen =>  2x 4 meter = 8 meter 

Slide 29 - Slide

En nu aan de slag!

Lees H5.5 goed door (p. 144-151)
Maak H5.5 Begrijpen + beheersen
(opg. 3 t/m 13, p. 151-157)

Controleer jouw opgaven => van jouw fouten leer je

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video