3T 3.3 Nettokracht

3.3 Nettokracht
1 / 43
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

3.3 Nettokracht

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
-Je kunt drie situaties beschrijven waarin de zwaartekracht en een andere kracht elkaar in evenwicht houden.
-Je kunt uitleggen op welke manier de andere kracht in deze evenwichtssituaties ontstaat.
-Je kunt de nettokracht berekenen die op een voorwerp werkt (in situaties waarbij alle krachten langs dezelfde lijn werken).


Slide 3 - Slide

Welke krachten zorgen hier voor evenwicht?

Slide 4 - Slide

Welke 2 krachten zijn hier getekend?

Slide 5 - Slide

Welke 2 krachten zijn hier getekend?
Fv


Fz

Slide 6 - Slide

Twee krachten in evenwicht.

De zwaartekracht en spankracht zijn even groot, maar tegengesteld gericht.
De kist
 blijft in evenwicht.

Slide 7 - Slide

De normaalkracht
De normaalkracht is de kracht van de ondergrond op het voorwerp en maakt hier evenwicht met de zwaartekracht.

Slide 8 - Slide

De resultante bepalen
De resultante is de optelsom van alle krachten, ookwel nettokracht of somkracht genoemd.

Slide 9 - Slide

Nettokracht is 180 N + 100 N  = 280 N naar rechts

Slide 10 - Slide

Nettokracht is 180 N - 100 N = 80 N naar rechts

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Link

Slide 13 - Slide

Wrijvingskracht
Wrijving is een tegenwerkende kracht doordat de bodem van een voorwerp over de bodem
wrijvt.

Slide 14 - Slide

Belang lesdoel
In het dagelijkse leven heb je continu te maken met allerlei krachten en kun je b.v. voorkomen dat je uit de bocht vliegt.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Controlevragen

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Een auto rijdt met constante snelheid over de weg. De wrijvingskracht is 400 N. Schets de situatie !

a)De nettokracht is 0 N. Leg uit waarom.

b)De bestuurder laat het gaspedaal los. Hoe groot is de nettokracht nu?

c)De bestuurder trapt de rem in. De remkracht is 300 N. Hoe groot is de nettokracht nu?

Slide 19 - Slide

Als een auto met constante snelheid rijdt, verandert de beweging niet. In dat geval is de nettokracht 0 N.

b) F netto = 400N

c) Fnetto = 400 +300 = 700 N tegen de bewegingsrichting.

Slide 20 - Slide

Teken de andere krachten om evenwicht te maken.

Slide 21 - Slide

Z
Maak opdrachten 
Niveau 1: 1 t/m 8 blz 148,149,150
Niveau 2: 3 t/m 11 blz 148,149,150 

Slide 22 - Slide

Leerdoelen
-Je kunt drie situaties beschrijven waarin de zwaartekracht en een andere kracht elkaar in evenwicht houden.
-Je kunt uitleggen op welke manier de andere kracht in deze evenwichtssituaties ontstaat.
-Je kunt de nettokracht berekenen die op een voorwerp werkt (in situaties waarbij alle krachten langs dezelfde lijn werken).


Slide 23 - Slide

Bereken de resultante
(=netto-kracht)
A
125 N naar rechts
B
200 N naar rechts
C
50 N naar links
D
50N naar rechts

Slide 24 - Quiz

Wat is de netto kracht?
A
490 N rechts
B
490 N links
C
150 N rechts
D
150 N links

Slide 25 - Quiz

Als de netto kracht op een voorwerp constant is, heeft het voorwerp een constante snelheid
A
Juist
B
Onjuist

Slide 26 - Quiz

Wat kan jij zeggen over de netto kracht
A
de fietser versnelt
B
de fietser vertraagd
C
de fietser fietst constant

Slide 27 - Quiz

Wat is de netto kracht
A
Versnelt 175N
B
Vertraagd 175N
C
Vertraagd 125
D
Constant

Slide 28 - Quiz

Hoeveel Newton is de netto kracht als de krachten in evenwicht zijn?
A
1 N
B
0 N
C
10 N
D
0,1 N

Slide 29 - Quiz

Kracht kan je meten in Newton (N). 1 kg suiker is bijvoorbeeld 9,8 N. Maar waar komt die 9,8 nou vandaan?
A
Uit de veerunster
B
Dat is π in het kwadraat
C
Als je een muntje in een aquarium gooit en daar de frequentie van meet
D
De zwaartekracht van de aarde

Slide 30 - Quiz

Een oma loopt achter een kinderwagen, zij duwt met 30N. Het waait de luchtweerstand is 80N. Een scholier stapt van zijn fiets en helpt de oma met 60N. De rolweerstand is 10N. Wat is de netto kracht?
A
10N
B
0
C
100N
D
-10N

Slide 31 - Quiz

Wat is de netto kracht?
A
100 N
B
60 N
C
40 N
D
0 N

Slide 32 - Quiz

De netto kracht is
A
60 N
B
140 N
C
100 N
D
40 N

Slide 33 - Quiz

De twee mannen leveren
een even grote maar
tegengestelde kracht
van 500 N.
De krachtmeter meet
een kracht van ...
A
0 N
B
500 N
C
1000 N
D
Geen van deze antwoorden.

Slide 34 - Quiz

Een voorwerp heeft een gewicht van 10 N. Hoe groot is de netto-kracht op dit voorwerp als het in vrije val is?
A
0 N
B
10 N
C
9,81 N

Slide 35 - Quiz

SPIER-<div>KRACHT</div>
MOTOR-<div>KRACHT</div>
ZWAARTE-<div>KRACHT</div>

Slide 36 - Drag question

tegenwerkende kracht
voortstuwende kracht
rolwrijving
Spierkracht
lucht weerstand

Slide 37 - Drag question

Zet de situaties bij de juiste Netto Kracht
Fnetto= negatief
Fnetto= nul
Fnetto= Positief
Een bal die met constante snelheid rolt
Steeds sneller rollende bal
Steeds langzamer rollende bal
Stilstaande bal

Slide 38 - Drag question

Je ziet een aatal situaties waar krachten bij betrokken zijn. Sleep de kracht naar de situatie waar die kracht voorkomt. De zwaartekracht telt niet mee.
Spierkracht
Spankracht
Magnetische kracht
Veerkracht

Slide 39 - Drag question

krachten op afstand
krachten met contact
zwaartekracht
veerkracht
magnetische kracht
spankracht
wrijvingskracht
spierkracht

Slide 40 - Drag question

1
2
3
Sleep het blokje 'grootste kracht' naar de juiste vector.
Let op dat je blokje 1 in blok 1 zet etc.
1: grootste kracht.
2: grootste kracht.
3: grootste kracht.

Slide 41 - Drag question

elastische kracht
wind kracht
spier kracht
magnetische kracht
kleef kracht

Slide 42 - Drag question

Welke krachten dragen bij aan de middelpuntzoekende kracht bij een draaimolen?
zwaartekracht
normaalkracht
wrijvingskracht
spankracht

Slide 43 - Drag question