H2 stoffen

H2 Stoffen 
1 / 41
next
Slide 1: Slide
Natuur en techniekMBOStudiejaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

H2 Stoffen 

Slide 1 - Slide

periode planning 
Hoofdstuk 2 stoffen: meerdere weken
Hoofdstuk 3 magneten
Hoofdstuk 6 geluid

In de 4e periode 
Hoofdstuk 4 statische elektriciteit
Hoofdstuk 5 stromende elektriciteit

Slide 2 - Slide

lesplanning
voorkennis ophalen
stoffen ordenen
fasen en faseovergangen
zuivere stoffen en mengsels
molecuulmodel
cohesie en adhesie

Slide 3 - Slide

Opdracht: Heb ik iets van je aan?
Maak een tweetal.
Beschrijf zo nauwkeurig en objectief mogelijk wat je ziet bij de ander. Wat neem je waar? (blijf respectvol!)
Wissel.
Delen met de groep.
Aanvullen?
Wat hebben we zojuist besproken?

Slide 4 - Slide

Stoffen ordenen

Stoffen kun je herkennen aan stofeigenschappen.

Deze kun je gebruiken om stoffen te onderscheiden.

Slide 5 - Slide

Stoffen ordenen
  • Stoffen kun je herkennen aan stofeigenschappen.
  • De stofeigenschappen bepalen waarvoor je de stof gebruikt. 
  • Dit zijn geen stofeigenschappen:
    - temperatuur
    - volume
    - massa
  • Waarom niet?

Slide 6 - Slide

Stoffen en veiligheid
Op een etiket kan een gevarensymbool staan, bijvoorbeeld:

Slide 7 - Slide

Stoffen en veiligheid 
  • inademen
  • inslikken
  • op de huid/ ogen 
  • vuur
  • mengen 

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Wanneer is een stof gevaarlijk?
Een stof kan gevaarlijk zijn als er een reactie/ schade is wanneer je :
  • aan een stof ruikt
  • van een stof drinkt
  • er vuur bij komt
  • de stof een reactie veroorzaakt in combinatie met huid/ kleding/ andere stoffen

Slide 10 - Slide

gevarensymbolen
Welke eisen worden er aan een verpakking gesteld van een bijtende stof of licht ontvlambare stof, denk je?

Slide 11 - Slide

Eisen aan de verpakking
Vaak zijn er naast gevarensymbolen op de verpakking/ etiket ook nog andere maatregelingen genomen, zodat kinderen en kwetsbare mensen niet makkelijk bij de stof kunnen komen, zoals kind veilige doppen.
Waaraan zou je ook nog meer kunnen denken?
Hoe is dit op je stage geregeld? En bij je thuis?

Slide 12 - Slide

Noem minimaal 3 stofeigenschappen bij de volgende stof:
volgende dia

Slide 13 - Slide

Noem minimaal 3 stofeigenschappen
bij de volgende stof:

Slide 14 - Open question

Welke stofeigenschap maakt benzine geschikt voor het gebruik van automotoren
A
Kleur
B
Geur
C
Smaak
D
Brandbaarheid

Slide 15 - Quiz

Een fietsenmaker gebruikt wasbenzine om zijn handen schoon te maken al hij bijvoorbeeld een ketting heeft verwisseld. Waarom is wasbenzine geschikt om er je handen mee schoon te maken?

Slide 16 - Open question

Caro heeft in haar schuur een fles met mineraalwater, een fles met alcohol en een fles met wasbenzine. Na verloop van tijd zijn de etiketten op de flessen onleesbaar geworden. Bovendien zien de drie flessen er precies hetzelfde uit.
Hoe kan zij erachter komen welke stof in welke fles zit?
En welke stofeigenschap is dat?

Slide 17 - Open question

Gevarensymbolen
Welk gevarensymbool staat er op een tankauto die benzine vervoert? 
Welke gevarensymbolen kom je zelf thuis tegen?

Slide 18 - Slide

Zuivere stoffen en mengsels
Stoffen die bestaan uit 1 soort moleculen, noemen we een zuivere stof.
Onzuivere stoffen bevatten dus verschillende soorten moleculen. Dit noemen we ook wel een mengsel.
Er zijn maar enkele stoffen die zuiver zijn in de natuur, vrijwel de meeste stoffen zijn mengsels. 

Slide 19 - Slide

Zuivere stoffen

Slide 20 - Slide

Mengsels
  • De meeste stoffen die je thuis tegenkomt, zijn mengsels.
  • Een mengsel bestaat uit meerdere stoffen.

Slide 21 - Slide

Soorten mengsels
  • Bijna alles is een mengsel
  • Lucht, thee, koffie, limonade, sausjes, snoep

  • Oplossingen
  • Emulsies
  • Suspensies

Slide 22 - Slide

Soorten mengsels
Oplossing 
Een helder mengsel, je kunt er doorheen kijken
Emulsie 
Een troebel mengsel van water en olie
Emulgator 
Een extra stof die er voor zorgt dat een emulsie mengt. 
Suspensie
Een troebel mengsel van een vaste stof in een vloeistof. Ontmengt wanneer de vaste deeltjes bezinken (naar de bodem zakken).


Slide 23 - Slide

Soorten mengsels
Heterogeen mengsel
Het mengsel bestaat uit stoffen in verschillende fasen (vast, vloeibaar of gas)

Homogeen mengsel
Het mengsel bestaat uit stoffen in dezelfde fase 

Slide 24 - Slide

nog meer soorten mengsels
  • nevel (mist); vloeistof fijn verdeeld in een gas = heterogeen mengsel
  • rook; vaste stof fijn verdeeld in een gas = heterogeen mengsel
  • schuim; gasbellen in een vloeistof of vaste stof = kan homogeen of heterogeen mengsel zijn
  • legering; metaal gemengd met een ander metaal = homogeen mengsel

Slide 25 - Slide

Zuivere stoffen

Slide 26 - Slide

Molecuulmodel
  • Moleculen kunnen zijn opgebouwd uit atomen (kleinste deeltjes).
  • Stoffen zijn opgebouwd uit moleculen.
  • Iedere stof heeft zijn eigen soort moleculen.
  • Alle moleculen van een stof zijn gelijk.
  • Moleculen bewegen altijd.
  • Hoe hoger de temperatuur hoe snelle moleculen bewegen.
  • Moleculen trekken elkaar aan.

Slide 27 - Slide

fasen van stoffen
stoffen kunnen in 3 verschillende vormen voorkomen.

vast
vloeibaar 
gas

Slide 28 - Slide

 fase overgangen van stoffen

Slide 29 - Slide

Cohesie (aantrekkingskracht)
Cohesie = moleculen van dezelfde stof trekken elkaar aan. 
Voorbeeld: de waterdruppels trekken elkaar aan. 
De cohesie van een vaste stof is groter dan die van een vloeistof.

Slide 30 - Slide

Cohesie / adhesie
  • Cohesie
Moleculen van dezelfde stof trekken elkaar aan

  • Adhesie
Moleculen van verschillende stoffen trekken elkaar aan

Slide 31 - Slide

Wat is een Vanderwaalsbinding?
  • Binding tussen moleculen.
  • Dit is de aantrekkingskracht tussen moleculen.
  • Hoe groter het molecuul, des te sterker de vanderwaalsbinding.
  • Welk molecuul is hiernaast afgebeeld?
  • Welke atomen ken je uit de tekening?
  • Leg uit waarom de binding sterker is dan bij water.

Slide 32 - Slide

Capillaire werking

Slide 33 - Slide

Capillaire werking
  • Waterdruppels gaan via een combinatie van adhesie en cohesie krachten automatisch naar boven.
  • Dit proces noemen we capillaire werking
  • Je komt dit o.a. tegen bij houtvaten in planten 

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Video

 fase overgangen van stoffen

Slide 36 - Slide

Zuivere stoffen
Alleen zuivere stoffen hebben een kookPUNT en smeltPUNT

Slide 37 - Slide

Mengsel

Stoltraject
Mengsel


bij een mengsel heb je een: smelttraject, stoltraject of kooktraject

Slide 38 - Slide

Mengsel

Stoltraject
Mengsel

Een stoltraject is het tegenover- gestelde van een smelt- traject. 
Bij een stoltraject komt warmte vrij (in de omgeving)

Slide 39 - Slide

Vul de faseovergangen in:
  1.  smelten
  2.  stollen 
  3.  verdampen
  4.  condenseren
  5.  rijpen
  6.  vervluchtigen (sublimeren)

Slide 40 - Slide

Exit opdracht

Slide 41 - Slide