VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Macht, gezag en participatie
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Macht, gezag en participatie
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: C2 (9.1-9.5). Image credit: Hubertl / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Wat ga je kunnen?
Ik kan macht classificeren naar niveau, soort en bron, macht van gezag onderscheiden en visies en theorieën over politieke participatie en machtsverdeling vergelijken.
This item has no instructions
Wie bepaalt wat jij mag of moet doen, en waarom luister je?
Laat leerlingen woorden inbrengen. Verwachte woorden: ouders, leraar, school, regels, politie, regering, baas, trainer, bewondering, straf, vertrouwen. Groepeer ze op het bord in wie dwingt en wie je vrijwillig volgt. Dat is straks het verschil tussen macht en gezag (blok 3). Blok 1 gaat over wat macht is, blok 2 over politieke macht en participatie, blok 3 over theorieën over machtsverdeling en gezag. Syllabus 9.1 en 9.5.
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Wat is macht?
Macht: het vermogen om hulpbronnen in te zetten om doelen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.
Macht is een asymmetrische relatie: de ene actor heeft meer macht dan de andere.
Microniveau: machtsverschillen tussen personen, bijvoorbeeld tussen leerling en mentor.
Mesoniveau: groepen, organisaties en instituties, bijvoorbeeld een school en haar personeel.
Macroniveau: belangengroepen en organisaties in de maatschappij, of landen en machtsblokken zoals de NAVO of de EU.
Syllabus 9.1: macht is het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten. Macht is een relationeel begrip en komt op alle niveaus voor: micro (interpersoonlijk), meso (groepen, organisaties, instituties) en macro (belangengroepen en organisaties, landen en machtsblokken). Personen, groepen en landen proberen macht te verwerven om eigen doelen te bereiken, al dan niet ten koste van de doelen van anderen. Veelgemaakte fout: denken dat macht alleen bij de overheid ligt, of dat macht altijd dwang betekent. Macht kom je ook tegen tussen twee personen.
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Formele en informele macht
Formele macht: macht die is afgesproken en vastgelegd in wetten en contracten.
Voorbeeld: een werkgever mag op grond van het arbeidscontract opdrachten geven.
Informele macht: macht die niet is vastgelegd en een andere reden heeft, zoals charisma, superieure vaardigheden, kennis of traditie.
Voorbeeld: een leerling die door humor en vaardigheden de klas leidt.
Syllabus 9.1: onderscheid tussen formele macht (formeel afgesproken en vastgelegd in wetten en contracten) en informele macht (niet vastgelegd; andere redenen waarom iemand macht krijgt, bijvoorbeeld charisma, superieure vaardigheden of kennis, traditie). Veelgemaakte fout: informele macht gelijkstellen aan onbelangrijke macht. Informele macht kan groot zijn. Laat leerlingen bij elk soort een eigen voorbeeld bedenken.
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Vier machtsbronnen
Economische bronnen: geld, productiemiddelen en dominantie in een internationaal handelsnetwerk.
Cognitieve bronnen: waardevolle kennis.
Politieke bronnen: wetten en militaire middelen.
Affectieve bronnen: bijvoorbeeld charisma.
Een machtsbron is dus waar de macht uit voortkomt.
Syllabus 9.1: macht kan voortvloeien uit economische bronnen (geld, productiemiddelen, dominantie in een internationaal handelsnetwerk), cognitieve bronnen (waardevolle kennis), politieke bronnen (wetten en militaire middelen) en affectieve bronnen (charisma). Een casus kan meerdere bronnen bevatten: kijk wat de actor inzet om zijn doel te bereiken. Veelgemaakte fout: de bron verwarren met het soort macht. Formeel en informeel zijn soorten macht, economisch, cognitief, politiek en affectief zijn bronnen.
Een leerling leidt de klas, want iedereen waardeert de humor. Welke macht?
Formele macht
Politieke macht
Informele macht
Een machtsevenwicht
Syllabus 9.1: charisma is een informele machtsbron, er is niets formeel vastgelegd. Verwachte fout: formele macht kiezen omdat de leerling toch invloed heeft.
Vul in
Geld en productiemiddelen zijn economische machtsbronnen. Waardevolle kennis is een cognitieve bron van macht.
Syllabus 9.1: economische en cognitieve bronnen. Verwachte fout: kennis een politieke bron noemen.
De plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Politieke macht
Politieke macht: het vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.
De macht van de overheid is formele macht. Alleen de overheid mag in Nederland legitiem geweld gebruiken.
Hebben de belangrijkste actoren ongeveer evenveel macht, dan is er een machtsevenwicht.
Verliest de overheid macht, dan ontstaat een machtsvacuüm en kan een burgeroorlog volgen.
Syllabus 9.1: politieke macht is het vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Machtsuitoefening door de overheid en de formele structuren van de politieke orde zijn gebaseerd op formele macht. De macht van de regering is anders geregeld dan die van het parlement. De overheid heeft als enige de legitieme macht over geweldsuitoefening en grijpt af en toe met geweld in om de maatschappelijke orde te handhaven. Machtsevenwicht: actoren kunnen hun wil niet aan de ander opleggen. Machtsongelijkheid tussen landen leidt soms tot oorlog; binnen een staat kan een machtsvacuüm, als de overheid macht verliest, tot een burgeroorlog leiden. Veelgemaakte fout: politieke macht beperken tot de regering. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Scholieren stemmen in een stembureau bij jeugdverkiezingen, Amstelveen, 1982
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Electorale en niet-electorale participatie
Electorale participatie: stemmen, meewerken aan een campagne en lid zijn van een politieke partij.
Niet-electorale participatie: lobbyen, contact met politici of media, lid van een belangenorganisatie, protestacties.
Politieke participatie is dus meer dan stemmen: ook lobbyen en protesteren tellen mee.
Syllabus 9.2: politieke participatie wordt gewoonlijk onderscheiden in electorale participatie (stemmen, meewerken aan een verkiezingscampagne, lidmaatschap van politieke partijen) en niet-electorale participatie (lobbyen, contacten met politici, politieke partijen, belangenorganisaties en media, lidmaatschap van belangenorganisaties, protestacties). Veelgemaakte fout: lidmaatschap van een belangenorganisatie als electoraal zien omdat het politiek is. Electoraal gaat om verkiezingen en partijen. Image credit: Rob Croes / Anefo / Nationaal Archief via Wikimedia Commons, CC0
Bord bij het parlementsgebouw van de Amerikaanse staat Maryland: lobbyisten mogen hier niet verder
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Ongelijke participatie en macht
Participatie hangt af van opleiding, inkomen, religie, sekse en etniciteit.
Wie lager in de samenleving staat, participeert minder en heeft bijna altijd minder politieke macht.
Zij hebben minder machtsbronnen om invloed uit te oefenen.
Gevolg: minder toegang tot hogere functies in politiek en bestuur.
Syllabus 9.2: de mate van politieke participatie wordt beïnvloed door variabelen als opleiding, inkomen, religie, sekse en etniciteit. Mensen in een lagere maatschappelijke positie participeren minder en hebben, bijna altijd, minder politieke macht. Zij beschikken over minder machtsbronnen en dat leidt tot minder toegang tot hogere functies in politiek en bestuur en minder participatie. De foto toont een bord bij een parlementsgebouw in de Verenigde Staten: lobbyen is een vorm van niet-electorale participatie. Kijkvraag: wie heeft de middelen om te lobbyen? Veelgemaakte fout: zeggen dat mensen niet willen participeren. De syllabus legt de nadruk op ongelijke machtsbronnen. Image credit: Daniel Huizinga / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Welke vorm van participatie is niet-electoraal?
Lid worden van een belangenorganisatie
Stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen
Lid worden van een politieke partij
Meewerken aan een verkiezingscampagne
Syllabus 9.2: lidmaatschap van belangenorganisaties is niet-electoraal. Verwachte fout: lidmaatschap van een politieke partij is juist electoraal.
Wat is een machtsevenwicht?
Goed antwoord: de belangrijkste actoren hebben ongeveer evenveel macht, dus ze kunnen hun wil niet aan de ander opleggen. Verwachte fout: zeggen dat niemand macht heeft.
Klimaatprotest van Fridays for Future in Heidelberg
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Twee visies op participatie
Ontwikkelingsvisie: participatie is een doel op zichzelf. Burgers leren er veel van en worden bekwamer.
Hoe meer burgers actief zijn, hoe beter de democratie werkt. Alleen stemmen is niet genoeg.
Instrumentele visie: participatie is vooral een middel om tot besluiten te komen.
Participatie is wenselijk als het leidt tot beter beleid of tot meer acceptatie van beleid.
Syllabus 9.3: volgens de ontwikkelingsvisie is politieke participatie een doel op zichzelf: burgers willen politiek actief zijn en leren er veel van; hun kennis, zelfvertrouwen en bekwaamheid nemen toe. Hoe meer burgers actief zijn, hoe beter de democratie functioneert; deelname aan verkiezingen is niet voldoende. Volgens de instrumentele visie is participatie vooral een middel om tot besluiten te komen: mensen weten zelf wat hun belangen zijn en geven door te stemmen politici een aanwijzing. Participatie is niet altijd goed, bijvoorbeeld als vooral specifieke groepen zoals rijke mensen of hoogopgeleiden zich laten horen. Verkiezingen zijn de kern van participatie. Veelgemaakte fout: de visies omdraaien. Ezelsbruggetje: ontwikkeling = jezelf ontwikkelen, instrument = hulpmiddel. Neutraal houden: beide visies zijn begrijpelijk. Image credit: Stephan Sprinz / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Pluralisme en machtselitetheorie
Pluralisme: veel maatschappelijke groepen met eigen belangen zorgen voor spreiding van macht. Toegang tot besluitvorming is open.
Machtselitetheorie: een elite neemt sleutelposities in. Macht en invloed zijn geconcentreerd in grote organisaties.
Tegenover die organisaties is de macht van regering en parlement nauwelijks opgewassen.
Tegenwoordig zijn beide uiteinden van een continuüm.
Syllabus 9.4: pluralisme gaat uit van een veelheid van maatschappelijke groepen met verschillende belangen, dus een zekere spreiding van macht en open toegang tot politieke besluitvorming. De machtselitetheorie gaat uit van een machtselite met sleutelposities op sociaaleconomisch en politiek terrein; macht is geconcentreerd in grote organisaties waartegen regering en parlement nauwelijks zijn opgewassen. Vroeger werd gedacht dat een machtsstructuur óf volledig door één elite óf volledig pluralistisch was; tegenwoordig worden beide als uiteinden van een continuüm gezien. Veelgemaakte fout: de theorieën als een keuze tussen twee zien. Neutraal houden: de vraag is waar een situatie op het continuüm zit.
Het Binnenhof in Den Haag, het centrum van de Nederlandse politiek
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Gezag en legitimiteit
Gezag: macht die als legitiem wordt beschouwd. Mensen vinden het gebruik van machtsbronnen rechtmatig.
Daardoor accepteren ze de beslissingen vrijwillig. Gezag is geen macht op basis van dwang.
Bronnen van gezag: toegeschreven kwaliteiten, de positie in een organisatie en toegeschreven prestaties.
Gezag bouw je langzaam op, maar je kunt het snel verliezen als vertrouwen verdwijnt.
Syllabus 9.5: gezag is macht die als legitiem beschouwd wordt, zowel door de gezagsdrager als door degenen die volgen. Het centrale verschil tussen gezag en macht is de erkenning en acceptatie door anderen. Gezag kan komen van de kwaliteiten die aan de actor worden toegeschreven, de positie in een organisatie of de prestaties die aan hem worden toegeschreven. Politiek gezag: als de politiek vanuit democratisch oogpunt goed werkt, wordt macht omgezet in gezag; dat verhoogt de stabiliteit van een regering. Gezag gaat verloren als mensen geen vertrouwen meer hebben. Veelgemaakte fout: gezag en macht als synoniemen gebruiken. Gezaghebbenden hebben macht, maar niet alle macht is gezag. Image credit: Hubertl / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Vul in
Volgens het pluralisme is macht gespreid over veel groepen. Volgens de machtselitetheorie is macht geconcentreerd bij een elite.
Syllabus 9.4. Verwachte fout: de ontwikkelingsvisie noemen. Dat is een visie op participatie, geen theorie over machtsverdeling.
Wat is het centrale verschil tussen gezag en macht?
Gezag berust op dwang, macht op vrijwilligheid
Gezag komt alleen in de politiek voor
Gezag is macht die in wetten is vastgelegd
Gezag is macht die als legitiem wordt erkend
Syllabus 9.5: erkenning en acceptatie maken van macht gezag. Verwachte fout: gezag koppelen aan wetten, dat is formele macht.
Wat vond je vandaag het lastigst?
Machtsniveaus, soorten en bronnen
Electorale en niet-electorale participatie
Pluralisme en machtselitetheorie
Het verschil tussen macht en gezag
Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.
Wie heeft gezag in jouw leven? Waarom?
Goed antwoord: een persoon of instantie (leraar, trainer, arts, ouder) plus de reden dat jij de beslissingen vrijwillig accepteert, bijvoorbeeld door kwaliteiten, positie of prestaties. Verwachte fout: iemand noemen die je alleen gehoorzaamt uit angst voor straf. Dat is macht, geen gezag.
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Begrippen (1/2)
macht: het vermogen om hulpbronnen in te zetten om doelen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten
formele en informele macht: formeel is vastgelegd in wetten en contracten, informeel berust op bijvoorbeeld charisma, kennis of traditie
machtsbron: waar macht uit voortkomt: economisch, cognitief, politiek of affectief
politieke macht: het vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden
electorale en niet-electorale participatie: electoraal: stemmen, campagne, partij. Niet-electoraal: lobbyen, contacten, belangenorganisaties, protest
This item has no instructions
VERHOUDING · MACHT EN GEZAG
Begrippen (2/2)
ontwikkelingsvisie: politieke participatie is een doel op zichzelf: burgers leren ervan
instrumentele visie: politieke participatie is vooral een middel om tot besluiten te komen
pluralisme: macht is gespreid over veel groepen met eigen belangen
machtselitetheorie: macht is geconcentreerd bij een elite met sleutelposities
gezag: macht die als legitiem wordt beschouwd en vrijwillig wordt geaccepteerd
This item has no instructions