micro- meso-, macrodenken en oplosbaarheid 4 HAVO

Micro-, meso-, macrodenken en oplosbaarheid 
1 / 26
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Micro-, meso-, macrodenken en oplosbaarheid 

Slide 1 - Slide

apolaire binding en polaire binding
tussen H en H zit dezelfde aantrekkingskracht. Het gedeelde e-paar zit in het midden. Geen 'pooltjes'. De binding is apolair.
tussen Cl en H zit verschillende aantrekkingskracht, Cl trekt harder. Het gedeelde e-paar zit NIET in het midden. Er ontstaan 'pooltjes': de binding is polair.
H2
HCl

Slide 2 - Slide

Soort zoekt soort
Polair mengt met polair 
apolair mengt met apolair 
(en andersom niet)

Slide 3 - Slide

Hydrofiel & hydrofoob
Stoffen met polaire moleculen  zijn hydrofiel (mengen goed met water).

Stoffen met apolaire moleculen zijn hydrofoob (mengen slecht met water).

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Zeep en emulgatoren 

Slide 6 - Slide

Emulgator/zeep

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Micro / Meso / Macro

Slide 11 - Slide

Micro-niveau
Micro-niveau = deeltjes niveau. Dus op het niveau van atomen en moleculen.


Bij een vraag over het micro-niveau moet je altijd atomen, atoomgroepen of moleculen in je antwoord benoemen.

Slide 12 - Slide

Meso-niveau
Meso-niveau = het niveau tussen het micro-niveau en het macroniveau in. Dit is wat je bijvoorbeeld onder een microscoop kunt zien.

Je ziet wel de vorm van een molecuul maar niet de afzonderlijke atomen.

Slide 13 - Slide

Macro-niveau
Macro-niveau = het niveau dat je met het blote oog kunt zien.
Tijd voor een liedje:

Slide 14 - Slide

bindingen in moleculaire stoffen
Intermoleculair (tussen moleculen)
Intramoleculair (in moleculen, tussen atomen)

Slide 15 - Slide

Krachten in en om moleculen
  • Covalente atoombindingen zijn intramoleculaire krachten. 

  • Intermoleculaire krachten: 
    - Hierbij kijk je alleen naar de moleculen en niet naar metalen of zouten.

  • Zouten en metalen worden dus bij elkaar gehouden door 'lading'.

Slide 16 - Slide

Beïnvloeden van bindingen
  • Bij oplossen wordt er 'gespeeld' met intermoleculaire bindingen.

  • Bij chemische reacties wordt er 'gespeeld' met intramoleculaire bindingen.

  • Zie ook het schema.

Slide 17 - Slide

Waterstofbruggen
Waterstofbruggen geven ijs een
kenmerkende structuur met veel 
lege ruimte, 
vandaar de lage dichtheid!
waterstofbrug (H - O)

Slide 18 - Slide

Oplosbaarheid 
Wat gebeurt er op microniveau als een stof wordt opgelost?

Slide 19 - Slide

Oplosbaarheid 
Wat gebeurt er op microniveau als een stof wordt opgelost?

--> alle bindingen tussen de moleculen worden verbroken en opnieuw gevormd

Slide 20 - Slide

Bij hydrofobe stoffen 
Voorbeeld: het oplossen van jood in hexaan 
  1. De VanderWaalsbindingen in het jood verbreken 
  2. Er vormen zich nieuwe VanderWaalsbindingen tussen het broom en het hexaan 

Slide 21 - Slide

Bij hydrofiele stoffen 
Voorbeeld is het oplossen van ethanol in water 
  1. De VanderWaalsbindingen en waterstofbruggen in het ethanol verbreken  
  2. Er vormen zich VanderWaalsbindingenen waterstofbruggen tussen de watermoleculen en de ethanolmoleculen 

Slide 22 - Slide

Bij hydrofiele stoffen 
Voorbeeld is het oplossen van ethanol in water 
  1. De VanderWaalsbindingen en waterstofbruggen in het ethanol verbreken  
  2. Er vormen zich VanderWaalsbindingenen waterstofbruggen tussen de watermoleculen en de ethanolmoleculen 

Slide 23 - Slide

Bij hydrofiele stoffen 
Voorbeeld is het oplossen van ethanol in water 
  1. De VanderWaalsbindingen en waterstofbruggen in het ethanol verbreken  
  2. Er vormen zich VanderWaalsbindingenen waterstofbruggen tussen de watermoleculen en de ethanolmoleculen 

Slide 24 - Slide

Bij zouten 
Oplossen kaliumjodide:
KI (s) --> K+ (aq) + I- (aq)

  • Watermoleculen groeperen rond de ionen

  •  Welke kant van de watermoleculen richten zich
          -        Naar een positief geladen ion?
          -        Naar een negatief geladen ion?

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide