Thema 5 Regeling - Samenvatting & Filmpjes!

Thema 5: Regeling
Toets in de toetsweek:
5.1 t/m 5.4
5.1 zintuigen 5.2 voelen, ruiken, proeven 5.3 horen en zien 
5.4 zenuwstelsel

1 / 49
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

Items in this lesson

Thema 5: Regeling
Toets in de toetsweek:
5.1 t/m 5.4
5.1 zintuigen 5.2 voelen, ruiken, proeven 5.3 horen en zien 
5.4 zenuwstelsel

Slide 1 - Slide

Thema 5.4
Ik kan de delen en functies van het zenuwstelsel benoemen
Ik kan de bouw en functies van zenuwen benoemen

Slide 2 - Slide

Zenuwstelsel
Centraal zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg

Zenuwen

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Hoe noemen we hersenen en ruggenmerg samen?
A
Animaal zenuwstelsel
B
Perifeer zenuwstelsel
C
Centraal zenuwstelsel
D
Autonoom zenuwstelsel

Slide 5 - Quiz

Functies van het zenuwstelsel
  1. Prikkels omzetten in impulsen
  2. Doorgeven van impulsen
  3. Werking regelen van spieren en klieren

Waarom?
prikkelverwerking!

Slide 6 - Slide

prikkelverwerking

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

De functies van zintuigen zijn......
A
Prikkels opvangen
B
Impulsen opvangen
C
Prikkels maken
D
Impulsen maken

Slide 9 - Quiz

Een prikkel is.......
A
informatie uit je omgeving
B
een zenuw

Slide 10 - Quiz

Via welke route gaat een prikkel naar de hersenen?
A
prikkel -> impuls -> zintuig-> hersenen
B
prikkel -> zintuig -> impuls -> zenuw -> hersenen
C
prikkel -> zenuw -> impuls -> hersenen
D
prikkel -> zintuig -> zenuw -> impuls -> hersenen

Slide 11 - Quiz

Wat is de functie van het laagje om elke uitloper van de zenuw?
A
isolatie
B
bescherming

Slide 12 - Quiz

Prikkels en impulsen

Slide 13 - Slide

Schuif naar 
de juiste plek
Hersenen
Ruggenmerg
Centrale zenuwstelsel
Zenuwstelsel
Zenuwen

Slide 14 - Drag question

Thema 5.4 zenuwen
Ik kan de onderdelen van een zenuwcel benoemen in een afbeelding
Ik kan uitleggen wat de functie is van de onderdelen van een zenuwcel

Slide 15 - Slide

Zenuwcel

Slide 16 - Slide

Zenuwcellen

Slide 17 - Slide

Zenuw

Uitlopers

liggen bij elkaar in een zenuw

Slide 18 - Slide

Drie typen zenuwcellen:

Slide 19 - Slide

cellichaam

Hier bevindt zich de celkern.
Cellichamen liggen in of vlakbij het CZ.

uitloper

Geleiden impulsen.
Uitlopers geleiden impulsen naar het cellichaam toe.
of
Uitlopers geleiden impulsen van het cellichaam af.



Functies onderdelen zenuwcel

Slide 20 - Slide

Uitlopers hebben een isolerend laagje





Hierdoor lopen de impulsen niet van de ene zenuwcel naar de andere

Slide 21 - Slide

1. hoe werkt het zenuwstelsel?
2. beschrijf de drie onderdelen van een zenuwcel

Slide 22 - Slide

Functie ruggenmerg

impulsen geleiden van zenuwen in de romp en ledematen naar hersenen en omgekeerd




Slide 23 - Slide

Zenuwen in ruggenmerg

Slide 24 - Slide

Kenmerken
ruggenmerg

buitenste = witte stof
(uitlopers van schakelcellen richting hersenen)
binnenste = grijze stof
(cellichamen schakelcellen en bewegingszenuwcellen)

Slide 25 - Slide

het ruggenmerg
Vlakbij het ruggenmerg splitsen de gemengde zenuwen zich in gevoelszenuwen en bewegingszenuwen.
- de bewegingszenuwen komen het ruggenmerg binnen aan de buikzijde
- de gevoelszenuwen komen het ruggenmerg binnen aan de rugzijde


Slide 26 - Slide

Thema 5.4
Je kunt de delen van de hersenen noemen met hun functies en kenmerken
Je kunt benoemen hoe medicijnen, alcohol en drugs je hersenen beinvloeden

Slide 27 - Slide

De hersenen
Onze hersenen bestaan uit 
3 delen:
- grote hersenen
- kleine hersenen
- hersenstam

Slide 28 - Slide

Wat doen je hersenen?
  • Grote hersenen
    bewuste waarnemingen, bewuste bewegingen.
  • Kleine hersenen coördineren bewegingen.
  • Hersenstam
    onbewuste processen.

Slide 29 - Slide

Grote hersenen centra

Slide 30 - Slide

functies hersenen

Slide 31 - Slide

functies hersenen

Slide 32 - Slide

functies hersenen

Slide 33 - Slide

Beinvloeding van het zenuwstelsel
  • Medicijnen, tabak, drugs en alcohol. 
  • Remmen of prikkelen het doorgeven van impulsen. 
  • Remmers: slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, morfine, opioiden
  • Stimulerend: xtc, cocaine, speed. 
  • Kunnen ook zintuig waarneming vervormen (xtc, hasj, wiet).
  • Alcohol verdooft het zenuwstelsel

Slide 34 - Slide

Thema 5.5
Je kunt de functie en werking van reflexen beschrijven

Slide 35 - Slide

Reflex



functie:
bescherming lichaam

Slide 36 - Slide

Reflex = onbewuste reactie

Slide 37 - Slide

Reflex (en reflexboog)
Reflexboog


  • zintuigcel
  • gevoelszenuwcel
  • schakelcellen in
     ruggenmerg of hersenstam

Slide 38 - Slide

Reflexbogen via ruggenmerg of via hersenstam



Via hersenstam : alle reflexen van hoofd en hals.
Voorbeelden: pupilreflex, ooglidreflex, speekselreflex, zuigreflex, hoest -, braak-, niesreflex
Via ruggenmerg: alle reflexen van romp en ledematen (= armen en benen)
Voorbeelden: kniepeesreflex, terugtrekreflex, ontlastingsreflex

Slide 39 - Slide

Bekijk de afbeelding.
Is dit een bewuste reactie
of een reflex?
A
Bewuste reactie
B
Reflex

Slide 40 - Quiz

Bekijk de afbeelding.
Is dit een bewuste reactie
of een reflex?
A
Bewuste reactie
B
Reflex

Slide 41 - Quiz


A
Bewuste reactie
B
Reflex

Slide 42 - Quiz

Bekijk de afbeelding
Is dit een bewuste reactie
of een reflex?
A
Bewuste reactie
B
Reflex

Slide 43 - Quiz

Zie je hier een bewuste reactie of een reflex?
A
bewuste reactie
B
reflex

Slide 44 - Quiz

Slide 45 - Video

Slide 46 - Video

Slide 47 - Video

Slide 48 - Video

Slide 49 - Video