15.3 Theorie: realisme versus liberalisme

'Internationale machtsverhoudingen'
§15.3 Theorie: Realisme versus liberalisme
1 / 57
next
Slide 1: Slide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 57 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

'Internationale machtsverhoudingen'
§15.3 Theorie: Realisme versus liberalisme

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat leer ik deze les?
  • Ik weet welke vijf theorieën er zijn ontwikkeld over het gedrag van nationale staten
  • Ik ken de belangrijkste begrippen bij de verschillende theorieën
  • Ik kan de theorieën koppelen aan verschillende uitspraken
Leerdoelen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions



Staten streven naar eigenbelang door de macht van de eigen staat te
vergroten met behulp van militaire macht, hulpbronnen en informatie.
Staten streven meestal naar eigenbelang door de macht van de eigen staat te vergroten met behulp van militaire macht, hulpbronnen en informatie.
A
Eens (realisme of marxisme)
B
Oneens (liberalisme)

Slide 3 - Quiz

Je antwoord hangt af van de theorie die je hebt.
Realistische theorieën
  • Elke staat voor een strijd om het voortbestaan.
  • Conflictdreiging is de standaardsituatie van internationale betrekkingen.
  • Staten streven naar eigenbelang door de macht van de eigen staat te vergroten met behulp van militaire macht, hulpbronnen en informatie.

Slide 4 - Slide

Zie pagina 101 in het lesboek van Seneca
Veiligheidsdilemma van nationale staten
Bij de afwezigheid van een grootmacht of supranationale organisatie kan de veiligheid alleen vergroot worden door de vergroting van de eigen macht. Maar als alle staten dat doen, ontstaat er een wapenwedloop.

Slide 5 - Slide

Zie pagina 101 in het lesboek van Seneca

Het veiligheidsdilemma is een Prisoner's Dilemma. Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Dat is een gedachte uit de speltheorie die het dilemma tussen samenwerken of kiezen voor eigenbelang weergeeft. Het is rationeel om voor eigenbelang te kiezen, maar als twee actoren dat beide tegelijk doen kan dit tot de minst wenselijke situatie voor hen beiden leiden.
Volgens realisten kan vrede ontstaan door...
  1. ...genoeg vertrouwen van staten in elkaar (langdurig bondgenootschap)
  2. ...een hegemonie van één dominante grootmacht
  3. ...machtsevenwicht

Slide 7 - Slide

Zie pagina 101 in het lesboek van Seneca
Liberale theorieën
  • Nadruk op de gemeenschappelijke belangen van staten.
  • Wederzijdse afhankelijkheid in de handel: interdependentie.
  • Het landsbelang/'nationaal belang' bestaat niet, maar er zijn wel deelbelangen.
  • Er moet meer naar de belangen van andere actoren dan staten gekeken worden.

Slide 8 - Slide

Zie pagina 102 in het lesboek van Seneca
Supranationale afspraken
Afspraken tussen staten, waarbij de staten hun autonomie ondergeschikt maken aan bepaalde regels en afspraken of aan een Hoge Autoriteit

Slide 9 - Slide

Denk bij een Hoge Autoriteit aan bijvoorbeeld de Europese Commissie. 

Zie pagina 102 in het lesboek van Seneca


George F. Kennan formuleerde de containment policy, een strategie om de Sovjet-Unie te omringen met bondgenoten van de VS. Hoort dit bij de realistische of liberale theorieën?
George F. Kennan formuleerde de containment policy, een strategie om de Sovjet-Unie te omringen met bondgenoten van de VS. Hoort dit bij de realistische of liberale theorieën?
A
Realistische theorieën
B
Liberale theorieën

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Marxistische theorieën
  • Nadruk op ongelijkheid tussen rijke en arme staten.
  • Rijke landen exporteren cultuur, wapens en dure technologie en importeren goedkope hulpbronnen.
  • Conflicten tussen staten worden verklaard door conflicten om hulpbronnen.
  • De belangrijkste verklaring voor het begrijpen van internationale betrekkingen is de wereldeconomie.

Slide 11 - Slide

Zie pagina 102 in het lesboek van Seneca
Sociaal-constructivistische theorieën
  • Nadruk op de belevingswereld van mensen bij het verklaren van het gedrag van staten.

  • Het beeld van de werkelijkheid bepaalt het handelen in de fysieke wereld.
  • Politici nemen beslissingen op het beeld van wat 'het juiste lijkt om te doen' in plaats van wat goed werkt.

Slide 12 - Slide

Zie pagina 103 in het lesboek van Seneca

Singer en Prebisch hebben beide de Dependencia-theorie ontwikkeld. Deze theorie voorspelt dat ontwikkelingslanden afhankelijk zijn van ontwikkelde landen. Ze zijn steeds minder in staat om goederen uit ontwikkelde landen te importeren, omdat de prijzen voor ruwe grondstoffen zullen dalen. Hoort dit bij de marxistische of sociaal-constructivistische theorieën?
Singer en Prebisch hebben beide de Dependencia-theorie ontwikkeld. Deze theorie voorspelt dat ontwikkelingslanden afhankelijk zijn van ontwikkelde landen. Ze zijn steeds minder in staat om goederen uit ontwikkelde landen te importeren, omdat de prijzen voor ruwe grondstoffen zullen dalen. Bij welke groep theorieën hoort de Dependencia-theorie?
A
Marxistische
B
Sociaal-constructivistische
C
Realistische
D
Liberale

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions


In zijn boek Social Theory of International Politics heeft de wetenschappen Wendt gesteld dat 'anarchie is wat staten ervan maken', waarmee hij bedoelde dat de anarchistische staat van de internationale betrekkingen niets meer is dan een sociaal idee dat door staten wordt gereproduceerd. Bij welke theorie hoort deze uitspraak?
In zijn boek Social Theory of International Politics heeft de wetenschappen Wendt gesteld dat 'anarchie is wat staten ervan maken', waarmee hij bedoelde dat de anarchistische staat van de internationale betrekkingen niets meer is dan een sociaal idee dat door staten wordt gereproduceerd. Bij welke theorie hoort deze uitspraak?
A
Marxistische
B
Sociaal-constructivis-tische
C
Realistische
D
Liberale

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Politiek-psychologische theorieën
  • Nadruk op beelden en aangeleerd gedrag van politiek leiders bij het verklaren van het gedrag van staten.
  • Het is belangrijk wat politieke leiders denken: wat voor opvattingen, misvattingen en attitudes ze hebben.
  • Groupthink en tunnelvisie moeten voorkomen worden door een zogeheten 'advocaat van de duivel'.

Slide 15 - Slide

Zie pagina 103 in het lesboek van Seneca
Opdracht 12 uit het opdrachtenboek
Lees de volgende uitspraken van verschillende denkers. Bij welke theorie horen ze?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions


Ralph Norman Angell schreef het boek The Great Illusion. Zijn belangrijkste stelling was dat economische verbondenheid (interdependentie) van de Europese landen oorlog onbetaalbaar en dus onmogelijk zou maken.
Ralph Norman Angell schreef het boek The Great Illusion. Zijn belangrijkste stelling was dat economische verbondenheid (interdependentie) van de Europese landen oorlog onbetaalbaar en dus onmogelijk zou maken.
A
Realistische theorieën
B
Liberale theorieën
C
Sociaal -constructivis-tische theorieën
D
Politiek-psychologische theorieën

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions


Joseph S. Nye schreef diversie boeken waarin hij schreef dat de wereld een complexe interdependentie kent. In The Paradox of American Power maakt hij een onderscheid tussen 'hard' en 'soft' power. Het eerste verwijst naar militaire capaciteiten en het tweede onder andere naar economische en diplomatieke middelen. Een lnad heeft beide nodig, aldus Nye.
Joseph S. Nye schreef diversie boeken waarin hij schreef dat de wereld een complexe interdependentie kent. In The Paradox of American Power maakt hij een onderscheid tussen 'hard' en 'soft' power. Het eerste verwijst naar militaire capaciteiten en het tweede onder andere naar economische en diplomatieke middelen. Een land heeft beide nodig, aldus Nye.
A
Politiek-psychologische theorieën
B
Marxistische theorieën
C
Liberale theorieën
D
Sociaal-constructivis-tische theorieën

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions



Kenneth N. Waltz schreef in Theory of International Politics dat er niet een anarchistische toestand in de wereld is die staten tot een veiligheidsdilemma brengt. Waltz beargumenteert dat er binnen staten juist orde is door de overheid, die geweld tussen burgers beteugelt. Alleen tussen staten bestaat geen hogere autoriteit zoals de overheid. Dit verklaart waarom er oorlog plaats kan vinden.
Kenneth N. Waltz schreef in Theory of International Politics dat er niet een anarchistische toestand in de wereld is die staten tot een veiligheidsdilemma brengt. Waltz beargumenteert dat er binnen staten juist orde is door de overheid, die geweld tussen burgers beteugelt. Alleen tussen staten bestaat geen hogere autoriteit zoals de overheid. Dit verklaart waarom er oorlog plaats kan vinden.
A
Realistische theorieën
B
Marxistische theorieën
C
Sociaal-constructivis-tische theorieën
D
Politiek-psychologische theorieën

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions


Ted Hopf heeft getracht om de binnenlandse toestand van staten een rol te geven in de theorieën van de internationale betrekkingen. Hij bekritiseerde neorealisten door te stellen dat er geen veiligheidsdilemma hoeft te zijn voor een staat als haar leiders het niet erg vinden dat anderen hun soevereiniteit bedreigen.
Ted Hopf heeft getracht om de binnenlandse toestand van staten een rol te geven in de theorieën van de internationale betrekkingen. Hij bekritiseerde neorealisten door te stellen dat er geen veiligheidsdilemma hoeft te zijn voor een staat als haar leiders het niet erg vinden dat anderen hun soevereiniteit bedreigen.
A
Realistische theorieën
B
Sociaal-constructivis-tische theorieën
C
Marxistische theorieën
D
Liberale theorieën

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions



Gramsci ontwikkelde de theorie van de culturele hegemonie. Volgens deze theorie worden ideologisch wenselijke sociale patronen door de heersende klasse door middel van cultuur dominant gemaakt. Door dit systeem van culturele waarden worden revolutionairen steeds verder buiten de orde geplaatst.
Gramsci ontwikkelde de theorie van de culturele hegemonie. Volgens deze theorie worden ideologisch wenselijke sociale patronen door de heersende klasse door middel van cultuur dominant gemaakt. Door dit systeem van culturele waarden worden revolutionairen steeds verder buiten de orde geplaatst.
A
Sociaal-constructivis-tische theorieën
B
Liberale theorieën
C
Realistische theorieën
D
Marxistische theorieën

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions



Carl von Clausewitz schreef in Vom Kriege (Over de Oorlog) dat oorlog niets anders is dan de voortzetting van politiek met andere middelen.
Carl von Clausewitz schreef in Vom Kriege (Over de Oorlog) dat oorlog niets anders is dan de voortzetting van politiek met andere middelen.
A
Liberale theorieën
B
Marxistische theorieën
C
Realistische theorieën
D
Politiek-psychologische theorieën

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions


David Owen schreef In Sickness and in Power over de invloed die fysieke en geestelijke aandoeningen mogelijk gehad hebben op het functioneren van machthebbers in de afgelopen eeuw, van Stalin tot Sharon, van Mao tot Major.
David Owen schreef In Sickness and in Power over de invloed die fysieke en geestelijke aandoeningen mogelijk gehad hebben op het functioneren van machthebbers in de afgelopen eeuw, van Stalin tot Sharon, van Mao tot Major.
A
Liberale theorieën
B
Realistische theorieën
C
Politiek-psychologische theorieën
D
Sociaal-constructivis-tische theorieën

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Sleep het begrip naar de juiste theorie.
Realistische theorieën
Liberale theorieën
Marxistische theorieën
Sociaal-constructivistische theorieën
Politiek-psychologische theorieën
Veiligheids-dilemma
Hegemonie
Interdepen-dentie
Verwevenheid van staten
Uitbuiting
Imperialisme
Wereldeconomie
Vijandbeeld
Belevings-wereld
Attitudes
Groupthink

Slide 24 - Drag question

This item has no instructions

Wat heb je geleerd deze les?
Wat heb je geleerd deze les?

Slide 25 - Open question

This item has no instructions

Wat heb je geleerd deze les?
Wat vind je nog lastig?

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Wat heb ik geleerd deze les?
  • Ik weet welke vijf theorieën er zijn ontwikkeld over het gedrag van nationale staten
  • Ik ken de belangrijkste begrippen bij de verschillende theorieën
  • Ik kan de theorieën koppelen aan verschillende uitspraken
Leerdoelen

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

De volgende Seneca-les gaat over:
Ontwikkelingen machtsverhoudingen
Einde van de les 'Dilemma's en Botsingen'

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

'BEGRIP'
'Een begrip heeft altijd een uitleg, dat komt hier in het kort te staan'

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

'WOORDWEB RONDOM BEGRIP'

Slide 30 - Mind map

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.

'vraag'
A

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions


'Vraag'

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

'BEGRIP'
'Een begrip heeft altijd een uitleg, dat komt hier in het kort te staan'

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

'BEGRIP'
'Een begrip heeft altijd een uitleg, dat komt hier in het kort te staan'

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Vergelijkingen partijen/personen
Naam
Naam 
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2

Slide 35 - Slide

Vergelijking partijen/personen
Deze slide is te gebruiken voor vergelijkingen tussen twee partijen/personen. De afbeelding is simpel te vervangen:
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding

De afbeelding past zich aan aan de vorm. 
Mocht de naam te groot zijn voor het vlak, voel je dan vrij het lettertype kleiner te maken. 
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
Vergelijkingen meerdere partijen
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2

Slide 36 - Slide

Vergelijking partijen/personen
Ook in opdrachtvorm mogelijk! Zie vraagopties.
Deze slide is te gebruiken voor vergelijkingen tussen twee partijen/personen. De afbeelding is simpel te vervangen:
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding

De afbeelding past zich aan aan de vorm. 
Mocht de naam te groot zijn voor het vlak, voel je dan vrij het lettertype kleiner te maken. 
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst

Slide 37 - Drag question

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn sleepvraag, de tekst is vrij aan te passen. Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 

Slide 38 - Drag question

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn sleepvraag, de tekst is vrij aan te passen. Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 

Slide 39 - Drag question

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn sleepvraag, de tekst is vrij aan te passen. Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 
I
I
I
I
I
1815
1830
1848
1917
1759
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst

Slide 40 - Drag question

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn afbeelding-sleepvraag Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 
Tijden zijn simpel aan te passen door dubbel te klikken.
De afbeeldingen zijn aan te passen:
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding
De afbeelding past zich aan aan de vorm.
I
I
I
I
I
1815
1830
1848
1917
1759

Slide 41 - Drag question

TIJDLIJN-SLEEPVRAAG
Dit is een tijdlijn afbeelding-sleepvraag Om een sleepvraag aan een doel te verbinden klik je op de blauwe knop bij de vraag naar keuze. 
Tijden zijn simpel aan te passen door dubbel te klikken.
De afbeeldingen zijn aan te passen:
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding
De afbeelding past zich aan aan de vorm.
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2
  • Vergelijking nummer 1
  • Vergelijking nummer 2

Slide 42 - Drag question

Vergelijkingsvraag partijen/personen
Deze slide is te gebruiken voor vergelijkingsvraag tussen twee partijen/personen. De afbeeldingen zijn simpel te vervangen.
1. Klik op de afbeelding
2. Klik op het tandwiel
3. Bewerken (potloodje)
4. Verander afbeelding
De afbeelding past zich aan aan de vorm.

NIET
WAAR
WAAR
Keuze 1
Keuze 2
Keuze 3
Keuze 4
Keuze 5
Keuze 6

Slide 43 - Drag question

Door dubbel te klikken op de keuzes links en rechts is de tekst en kleur aan te passen naar wens
DEBAT
STRIJD

Slide 44 - Drag question

This item has no instructions

DEBAT
STRIJD
geweldloos verzet
aanslag
staking
oorlog
gijzeling
overleg
terrorisme

Slide 45 - Drag question

This item has no instructions

STRIJD
DEBAT
~
~
gijzeling
overleg
staking
aanslag
terrorisme
oorlog
geweldloos verzet

Slide 46 - Drag question

This item has no instructions

STRIJD
~
DEBAT
~

Slide 47 - Drag question

This item has no instructions

'Hier komt een bepaalde stelling van D.U'
A
JA/VOOR
B
NEE/TEGEN

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

'Hier komt een bepaalde stelling'
A
JA/VOOR
B
NEE/TEGEN

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions

'Een stelling van D.U. waar leerlingen op kunnen reageren + docent verslepen'

Slide 50 - Mind map

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.
'Een stelling van D.U. waar leerlingen op kunnen reageren + docent verslepen'

Slide 51 - Mind map

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.
'Een stelling waar leerlingen open op kunnen reageren'

Slide 52 - Mind map

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.
Botsing Buschauffeurs en Arriva
ACTOR
ACTOR
WAARDE
BELANG
WAARDE
BELANG
Tekst
Tekst
Tekst
Tekst

Slide 53 - Drag question

This item has no instructions

Wat heb je geleerd deze les?
Wat heb je geleerd deze les?

Slide 54 - Open question

This item has no instructions

Wat heb je geleerd deze les?
Wat vind je nog lastig?

Slide 55 - Open question

This item has no instructions

Wat heb ik geleerd deze les?
  • op welke manieren maatschappelijke problemen aangepakt worden.
  • wat een botsingenladder is.
  • wat het verschil is tussen strijd en debat.
  • hoe verschillende landen handelen.
Ik leerde...

Slide 56 - Slide

This item has no instructions

De volgende Seneca-Les gaat over:
Maatschappelijke Problemen
Einde van de les 'Dilemma's en Botsingen'

Slide 57 - Slide

This item has no instructions