Paragraaf 4.6 Ongelijkheid in Nederland

4.6 Ongelijkheid in NederlandParagraaf 
1 / 21
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1Leerroute 2Leerroute 3Leerroute 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

4.6 Ongelijkheid in NederlandParagraaf 

Slide 1 - Slide

De vorige les ging over dat Nederland rijk is. Welke begrippen van deze les kun je nog benoemen en uitleggen?

Slide 2 - Open question

Als je klaar bent met deze paragraaf:
  • weet je dat Nederland welvarend is, maar dat er toch verschillen zijn
  • kun je de ruimtelijke ongelijkheid in Nederland op verschillende schaalniveaus beschrijven
  • begrijp je dat opleidingsniveau en werkloosheid sociale ongelijkheid kunnen veroorzaken. 

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Ongelijkheid
Nederland is een rijk en ontwikkeld land. Veel mensen hebben:
  • een huis
  • onderwijs
  • gezondheidszorg
  • internet en vervoer.
Toch zijn er verschillen tussen mensen. Sommige mensen verdienen veel geld en anderen weinig. Ook zijn er verschillen tussen buurten, steden en regio's. 

Slide 5 - Slide

Sociale ongelijkheid
Sociale ongelijkheid betekent dat mensen niet dezelfde kansen of mogelijkheden hebben.
Dit kan te maken hebben met:
  • inkomen 
  • werk
  • gezondheid
  • opleiding

Slide 6 - Slide

Nu volgen er een aantal belangrijke begrippen.

Slide 7 - Slide

Relatieve armoede
Iemand leeft in relatieve armoede als die persoon veel minder geld heeft dan de meeste andere mensen.
Voorbeeld:
Een gezin kan wel eten kopen, maar geen sportclub, laptop of vakantie betalen.

Slide 8 - Slide

Werkloosheid
Werkloosheid betekent dat mensen geen betaald werk hebben, terwijl ze wel willen werken.
Gevolgen:
  • minder inkomen
  • meer stress
  • minder kansen.

Slide 9 - Slide

Opleidingsniveau
Het opleidingsniveau is hoe hoog iemand is opgeleid.

Mensen met hogere opleiding:
  • verdienen vaak meer
  • vinden makkelijker werk 
  • leven gemiddeld gezonder,

Slide 10 - Slide

Welvaartziekten
Welvaartziekten zijn ziekten die ontstaan door een ongezonde leefstijl in rijke landen.
Voorbeelden:
  • overgewicht
  • diabetes type 2
  • hart-en vaatziekten.

Oorzaken:

  • weinig bewegen
  • ongezond eten
  • stress.

Slide 11 - Slide

Ruimtelijke ongelijkheid

In sommige delen van Nederland is meer werk en rijkdom dan in andere gebieden.
Voorbeelden:

  • De randstad heeft veel banen en voorzieningen.
  • Krimpgebieden hebben soms minder werk en minder voorzieningen.

Slide 12 - Slide

Kort samengevat
  • Nederland is een welvarend land
  • Toch bestaan er verschillen tussen mensen en gebieden
  • Sociale ongelijkheid heeft te maken met inkomen, opleiding en werk
  • Ruimtelijke ongelijkheid betekent verschillen tussen gebieden
  • Werkloosheid en een laag opleidingsniveau kunen zorgen voor minder kansen.

Slide 13 - Slide

Lokaal niveau
Ook binnen een stad bestaan verschillen.

In sommige wijken wonnen rijkere mensen en in andere wijken meer mensen met lage inkomens of werkloosheid.


Slide 14 - Slide

Nu volgen er een aantal vragen....

Slide 15 - Slide

Wat betekent het dat Nederland een welvarend land is?
A
Dat iedereen even rijk is
B
Dat de meeste mensen genoeg geld en voorzieningen hebben
C
Dat niemand hoeft te werken
D
Dat er geen verschillen zijn tussen mensen

Slide 16 - Quiz

Hoe noem je verschillen tussen rijke en arme mensen of gebieden?
A
Bevolkingsgroei
B
Migratie
C
Ongelijkheid
D
Verstedelijking

Slide 17 - Quiz

Waarom wonen en werken veel mensen in de Randstad?
A
Omdat daar minder huizen zijn
B
Omdat daar veel werk en voorzieningen zijn
C
Omdat het daar altijd mooi weer is
D
Omdat er geen files zijn

Slide 18 - Quiz

Waarom hebben mensen met een hogere opleiding vaak meer kans op werk?
A
Omdat zij dichter bij de Randstad wonen
B
Omdat zij vaak meer kennis en diploma’s hebben
C
Omdat zij minder hoeven te werken
D
Omdat zij altijd rijk zijn

Slide 19 - Quiz

Wat kan een gevolg zijn van werkloosheid?
A
Meer inkomen
B
Minder stress
C
Minder kansen en minder inkomen
D
Hogere opleiding

Slide 20 - Quiz

Aan de slag...
Jullie gaan nu de leerstof van paragraaf 4.6 lezen
en daarna de opdrachten maken,  zoals op jullie lesbrief staat.  

Dit is huiswerk voor de volgende les!

Slide 21 - Slide