Toonhoogte en frequentie

8.2 Toonhoogte en Frequentie
1 / 31
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

8.2 Toonhoogte en Frequentie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Link

Bij deze demo focus je vooral op de frequentie van het geluid. Ook kun je de drukverschillen laten zien.
Terugblik

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Geluid onstaat door druk verandering bij de........
A
Geluidsbron
B
Oren
C
Lichtbron
D
Radar

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

De snelheid van geluid door lucht (20°C ) is
A
343 km/h
B
1000m/s
C
343 m/s
D
100 lichtjaren

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Geluid onstaat door ....... in een geluidsbron.
A
trillingen
B
stroom
C
licht
D
snelheid

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Je ontvangt geluid in je oor, de trillingen worden opgevangen door
A
je hamer
B
je trommelvlies
C
je neusholte
D
je trilharen

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat is geen geluidsbron
A
je stemband
B
een speaker
C
een trommel
D
een microfoon

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Als er 9 tellen tussen de flits en de donder zit. Dan is het onweer ongeveer ....km van je vandaan
A
12
B
9
C
4
D
3

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Waar kan geluid zich niet doorheen bewegen?
A
Lucht
B
Water
C
Beton
D
Vacuüm

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Leerdoel
  • 8.2.1 Je kunt de drie factoren noemen die de hoogte van de toon van een snaar bepalen.
  • 8.2.2 Je kunt uitleggen wat de frequentie is van een trilling.
  • 8.2.3 Je kunt het verband beschrijven tussen de frequentie en de toonhoogte.
  • 8.2.4 Je kunt in een oscilloscoopbeeld de trillingstijd van een toon bepalen.
  • 8.2.5 Je kunt het frequentiebereik van het menselijk gehoor benoemen.





Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Snaarinstrumenten
In allerlei muziekinstrumenten worden snaren gebruikt. Een viool heeft bijvoorbeeld vier snaren, een gitaar heeft er zes en een piano heeft er meer dan tweehonderd. Als je zo’n snaar in trilling brengt, geeft hij een toon. Een toon is een geluid met een bepaalde toonhoogte.

De hoogte van die toon hangt af van drie dingen: de dikte, de lengte en de spanning van de snaar. 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Een snaarinstrument moet worden gestemd. De snaren krijgen dan de juiste spanning, zodat ze precies de goede toon geven. Om die toon te bepalen wordt vaak een stemvork gebruikt.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Oscilloscoop
We kunnen geluid zichtbaar maken. Dit doen wij met een oscilloscoop. 
EEN WAT!?
OS-CIL-LO-SCOOP
De microfoon ‘vertaalt’ de geluidstrillingen in elektrische trillingen. De oscilloscoop geeft deze trillingen vervolgens op het scherm weer.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Het scherm van de oscilloscoop
Hier zie je hoe een oscilloscoop drie verschillende tonen afbeeldt. De oscilloscoop is zo afgesteld, dat je steeds het aantal trillingen in 0,01 s te zien krijgt.
De toon op het middelste scherm heeft de meeste trillingen. Dat betekent dat die toon ook de meeste trillingen per seconde heeft, en dus de hoogste frequentie.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Berekening frequentie
1 hokje is 0,1 seconde.

Wat is de trillingstijd? 
Wat is de frequentie?
Een trilling neemt 10 hokjes in beslag.&nbsp;<div>1 hokje = 0,1 seconden</div><div>10 hokjes is 0,1 x 10 = 1 seconde</div><div>1 trilling duurt 1 seconde</div>
De frequentie is 1/trillingstijd.&nbsp;<div>De frequentie 1 / 1</div><div>De frequentie is 1 Hz.&nbsp;</div><div><br></div>

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Bij lage tonen weinig trillingen
Bij zachte tonen zijn de trillingen "platter"
Bij hoge tonen veel trillingen
Bij harde tonen zijn de trillingen "hoger"

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Als je ouder wordt, verandert het frequentiebereik van je gehoor. Vooral hoge tonen kun je dan minder goed horen.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Oscilloscoop
Hiermee kun je de frequentie berekenen. (Hertz = Hz). Dus hoeveel trillingen in een seconde. 
Hiermee kun je de trillingstijd berekenen. Hoe lang een trilling duurt. (Seconden = s)


Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Berekening frequentie
1 trilling is een compleet golfje. Van startpunt naar boven, naar beneden en weer terug bij startpunt. 


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Berekening frequentie
De tijd die het geluid erover doet om 1 trilling te laten verstrijken is de trillingstijd. 

frequentie=​trillingstijd​​1​​

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Berekening trillinstijd
Trillingstijd is de tijd die nodig is om een trilling te laten verstrijken ( T ). 
Een frequentie van 200 Hz betekent 200 trillingen in 1 seconde. Dus de tijd die één trilling duurt is dan 

De trillingstijd is dan 0,005 s. 
De formule voor trillingstijd is 
​200​​1​​=0,005s
trillingstijd=​frequentie​​1​​
Trillingstijd

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Vandaag
  • Maak opgave 1 t/m 7 van 8.2
  • Klaar? Maak 8 t/m 13 van 8.2
  • Kom je er niet uit? Lees de tekst door.
  • Kom je er nog steeds niet uit? Vraag het aan je buurman
  • Als het echt te moeilijk is loop dan langs mijn bureau.
  • We werken eerste 5 min in stilte (Rood)
  • Daarna op fluisterniveau (oranje)
timer
5:00

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Wat betekent het woord 'Frequentie'?

Slide 25 - Open question

This item has no instructions

Hoe hoger de toon, hoe hoger de ...
A
Geluidssterkte
B
Frequentie
C
Spanning
D
Temperatuur

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de laagste frequentie die de mens kan horen?
A
2 Hz
B
20 Hz
C
200 Hz
D
20000 Hz

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het gehoorbereik van de mens?

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Vul in: Als je ouder wordt, kun je .... tonen steeds slechter horen.
A
harde
B
zachte
C
lage
D
hoge

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noemen we geluid dat wordt teruggekaatst?
A
Sonar
B
Trillingen
C
Echo
D
Frequentie

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

de eenheid van frequentie is...
A
milliseconde
B
amplitude
C
hertz
D
trillingstijd

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions