8.2 Radioactief verval 3KB GT

1 / 37
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurkundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Kun je straling zien?

A

Soms wel

B

Nee

C

Alleen buiten

D

Ja

Is er altijd en overal straling?

A

Alleen thuis

B

Nee

C

Ja

D

Alleen buiten

Is straling altijd gevaarlijk?

A

Ja

B

Alleen 's nachts

C

Soms

D

Nooit

Waaruit bestaat de kern van een atoom?

A

Protonen en neutronen

B

Elektronen en protonen

C

Alleen elektronen

D

Neutronen en elektronen

Welke stralingsbron komt van nature voor?

A

Röntgenapparaat

B

Radioactief gesteente

C

Kerncentrale

D

Televisie

Welke straling bestaat uit heliumkernen?

A

Gammastraling

B

Bètastraling

C

Röntgenstraling

D

Alfastraling

Wat is de atoommassa van helium-4 (⁴He)?

A

2 u

B

4 u

C

6 u

D

8 u

Waar staat het getal 4 in ⁴He voor?

A

Aantal elektronen

B

Massagetal

C

Atoomnummer

D

Lading

Helium-4 heeft 2 protonen. Hoeveel neutronen heeft het dan?

A

1

B

2

C

3

D

4

Radioactief verval


Wat gaan we doen vandaag?

- Herhalen 8.1 Atomen als stralingsbron

- Uitleg 8.2 Radioactief verval

- Aan de slag met de opdrachten van 8.2 Radioactief verval

Moleculen en atomen



2 isotopen van koolstof


Leerdoelen 8.2

  • Je kunt toelichten wat er met de atoomkern gebeurt als een atoom radioactief vervalt.

  • Je kunt het verschil uitleggen tussen ioniserende straling en straling die niet ioniserend is.

  • Je kunt een meetinstrument beschrijven waarmee ioniserende straling wordt gemeten.

  • Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met de halfwaardetijd van een radioactieve isotoop.

Radioactieve stoffen


Henri Becquerel ontdekt dat sommige stoffen ioniserende straling hebben in 1896.


Hij noemt dit Radioactief.




Ioniserende straling

Sommige isotopen stralen ioniserende straling (radioactief) uit. Bv C-14, dit is een radioactieve isotoop van koolstof C.

Deze straling zorgt ervoor dat de bouwstenen van de moleculen veranderen : de atomen veranderen.

Dit leidt tot dna schade.

8.2 Radioactief verval

Instabiele kernen


Ioniserende straling

Ioniserende straling schadelijke straling, het kan een molecuul kapot maken.

Geigerteller

Een geigerteller meet de activiteit van een radioactief voorwerp in Becquerel (Bq).





                                                           1 Bq is 1 kern vervallen per seconde.

Halfwaardetijd / Halveringstijd

De hoeveelheid radioactieve stof wordt na verloop van tijd steeds kleiner. 


De halfwaardetijd is van een radioactieve stof is de tijd die het duurt totdat nog de helft van de instabiele atoomkernen over is.





Als de halfwaardetijd verstreken is, is de hoeveelheid straling

A

Verdubbeld

B

Gehalveerd

C

Nog maar een kwart

D

Dat weet je niet

radioactiviteit

A

Een stof met een lange halfwaardetijd is zeer radioactief

B

De radioactiviteit van een stof halveert als de tijd verdubbelt

C

Een stof met een korte halfwaardetijd is ongevaarlijk

D

Radioactiviteit neemt af met de tijd

Wat wordt bedoeld met de halfwaardetijd van een radioactieve stof?

A

het aantal moleculen dat per seconde wordt kapotgemaakt

B

het aantal atoomkernen dat per seconde verandert

C

de tijd waarin de hoeveelheid straling wordt gehalveerd

D

de tijd waarin een radioactieve stof straling uitzendt

IJzer-55 heeft een halfwaardetijd van drie dagen. Hoeveel radioactiviteit is er na zes dagen nog over?

A

de helft

B

een kwart

C

een achtste

D

niets meer

IJzer-55 heeft een halfwaardetijd van drie dagen. Hoeveel radioactiviteit is er na negen dagen nog over?

A

50%

B

25%

C

33,3%

D

12,5%

Aan de slag!



Maak 8.2 Radioactief verval vragen 1 t/m 12 blz 208-212(KB) 

                vragen 1 t/m 8 blz 211-215 (GT)





20

minute

00

second

Vragen over de les?