leren voor de toets

leren voor de toets
1 / 14
next
Slide 1: Slide
KunstVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 14 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

leren voor de toets

Slide 1 - Slide

Houd je bij het maken van de toets aan de volgende 6 Gouden Regels. 

1. LEES DE VRAAG GOED DOOR! Hoe kun je een vraag goed beantwoorden als je hem niet goed gelezen hebt? Toch gebeurt dit heel vaak.
2. Herhaal in het antwoord een deel van de vraag! 
3. Wees uitvoerig in je antwoord: probeer nooit te kort uit te leggen en daarbij te denken “de docent begrijpt wel wat ik bedoel.”
4. Licht je antwoord altijd toe! (tenzij er duidelijk gevraagd wordt dat niet te doen.) Antwoorden zonder duidelijke toelichting mag ik niet goed rekenen!
5. Wees overzichtelijk! Als voor een aantal zaken uitleg wordt gevraagd, bijvoorbeeld bij een vergelijking, maak er dan geen breiwerk van met alle tekst achter elkaar. Schrijf elk onderdeel puntsgewijs onder elkaar of in een schema.
6. Houd een regel open tussen je antwoorden!

Slide 2 - Slide

1914 - Robert Delaunay
Hommage aan Blériot
Wat is voorstelling en wat is vormgeving?

Slide 3 - Slide

VOORSTELLING

Wat is er te zien?
Verhaal
Onderwerp
Thema

Ezelsbruggetje: Boeren Krijgen Geen Lekkers Als Geiten Witte Sikken Hebben
Blik(richting), kleding, gebaar, landschap, Accessoires / attribuut, gezichtsuitdrukking, weer, symbool, houding.


VORMGEVING

Hoe is het vormgegeven?
De beeldaspecten: VLLCKRT
Vorm / lijn
       Licht
 Compositie / ordening
  Kleur
 Ruimte(suggestie)
     Techniek


Slide 4 - Slide

Voorstelling
Figuratief: een herkenbaar onderwerp is afgebeeld. 
Geabstraheerd/ gestileerd: het herkenbare beeld is vereenvoudigd.
Abstract/ Non-figuratief: geen herkenbare voorstelling.

Slide 5 - Slide

Figuratief
Geabstraheerd/
Gestileerd
Abstract

Slide 6 - Drag question

Op de afbeelding hiernaast zie je een levensgroot ruiterportret van Karel I, geschilderd door Van Dyck in 1633. 
Dit schilderij hing oorspronkelijk aan het einde van een lange galerij vol afbeeldingen van Romeinse keizers.
Van Dyck heeft op dit staatsieportret de koning weergegeven als een machtig vorst.


1. Leg aan de hand van drie aspecten van de voorstelling uit waaruit dit blijkt.



Slide 7 - Slide

Leg aan de hand van drie aspecten van de voorstelling uit waaruit dit (weergegeven als machtig vorst) blijkt.
− De vorst zit hoog te paard / de pikeur kijkt naar hem op, waardoor hij nadrukkelijk gesitueerd is boven de mensen.

− De vorst is afgebeeld onder een triomfboog waardoor hij in de Romeinse traditie als een triomfator/overwinnaar overkomt.

− Het harnas in combinatie met de rijkversierde kraag en sjerp tonen hem als de aanvoerder van de strijdkrachten.

− De heersersstaf die hij vasthoudt is een symbool van macht.

− Het wapenschild en de kroon op de voorgrond symboliseren zijn macht.







Slide 8 - Slide

Bekijk het pronkstilleven met Pieter Claesz.
De tafel is gevuld met luxe producten. Een aantal
producten zijn exotisch en sommige komen zelfs
uit Azië. Noem vier aspecten van de voorstelling
die wijzen op overzeese handel.

Slide 9 - Slide

Antwoord
 - De schelp uit de nautilusbeker.
- Het tafelkleed uit het Midden-Oosten (Perzië)
- De exotische vruchten (druiven en citrusvruchten)
- De peper in het schaaltje rechts
- De Chinese porseleinen schaal
- Olijven

Slide 10 - Slide

Nu zelfstandig ( in stilte aan de slag met vragen) 

Slide 11 - Slide

5 maximum score 3
drie van de volgende kenmerken:
 De toren als geheel lijkt op een stam met ‘takken’ met bovenaan een kruin.
 De onderkant van het bovenste platform is van glanzend metaal: bos (en bezoekers) worden daarin weerspiegeld.
 De kleuren bruin en groen roepen associaties op met kleuren die in de natuur of het bos voorkomen.
 Door de tak-achtige open structuur van de ‘stam’ blijft het omringende bos zichtbaar.
 De lengte van de toren komt overeen met de meeste bomen in het omringende bos.
 Er is hout verwerkt in sommige onderdelen. per juist kenmerk 1


Slide 12 - Slide

6 maximumscore 3
drie van de volgende antwoorden:
 De toren heeft een open structuur: als je de trap beklimt, zie je de omringende bomen en lijkt het of je zelf in een hoge boom klimt.
 Je draait (na een aantal gewone trappen binnen in de toren) via een ronde buitentrap in een grote, wijde lus om de toren heen naar boven.
 Er is een spannende uitbouw met een bodem (en wanden) van touwen, waarin je je evenwicht moet bewaren en/of waardoor je heel diep naar beneden kunt kijken.
 Als je omhoog kijkt naar het bovenste platform, zie je jezelf daarin weerspiegeld: dat is spannend of desoriënterend.
 Bovenop het platform sta je als verrassing opeens weer ‘in het bos’.
per juist antwoord 1


Slide 13 - Slide

7 maximumscore 2

De antwoorden moeten de volgende strekking hebben:
• Belevingsfunctie: het is een spectaculair of ‘feestelijk’ bouwwerk
waarin van alles te beleven is; hier kan geklommen en gespeeld
worden 1
• Educatieve of ecotoeristische functie met aandacht voor bos en vogels
(nestkastjes) 1

Slide 14 - Slide