Blok 7 - les 9 - werkwoorden hebben en zijn

werkwoorden
werkwoord: bakken






ik-vorm:
(aangepaste) stam
 IK BAK HET BROOD.
hij-vorm: 
ik-vorm + t
HIJ BAKT HET BROOD.
wij-vorm: 
hele werkwoord
WIJ BAKKEN HET BROOD.
1 / 14
next
Slide 1: Slide
SpellingBasisschoolGroep 5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

werkwoorden
werkwoord: bakken






ik-vorm:
(aangepaste) stam
 IK BAK HET BROOD.
hij-vorm: 
ik-vorm + t
HIJ BAKT HET BROOD.
wij-vorm: 
hele werkwoord
WIJ BAKKEN HET BROOD.

Slide 1 - Slide

Sleep de persoonsvorm (werkwoord) naar de goede zin!
heb
hebt
heeft
hebben

Slide 2 - Drag question

Sleep de persoonsvorm (werkwoord) naar de goede zin!
ben
bent
is
zijn

Slide 3 - Drag question

Slide 4 - Slide

Werkwoord: zijn
Mijn broertje .... ziek.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 5 - Quiz

Werkwoord: zijn
Opa en oma .... op vakantie.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 6 - Quiz

Werkwoord: zijn
Jij .... niet ziek.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 7 - Quiz

Werkwoord: zijn
Ik .... gisteren naar zee geweest.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 8 - Quiz

Werkwoord: hebben
Mijn broer .... een nieuwe computer gekregen.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 9 - Quiz

Werkwoord: hebben
Ik .... en nieuwe game gekregen.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 10 - Quiz

Werkwoord: hebben
Jij .... helaas niks gekregen.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 11 - Quiz

Werkwoord: hebben
Mijn ouders .... ons erg verwend.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 12 - Quiz

aan het werk
Blok 7 - les 9 - blz. 32


We maken het samen.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link